Stb. 2017, 13 EU-erkenning elektronische identificatiemiddelen

Wet van 21-12-2016, Stb. 2017, 13

Wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten)

—Indien een lidstaat van de Europese Unie de onlinetoegang tot publieke diensten afhankelijk stelt van een elektronisch identificatiemiddel dat nationaal is uitgegeven, belemmert dit de toegang tot die onlinedienst voor burgers of bedrijven uit andere lidstaten. Bijvoorbeeld de toegang tot een onlineportal of persoonlijke omgeving om bepaalde administratieve processen af te kunnen wikkelen. Om hierin verandering te brengen bevat de Verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten een verplichte erkenning van elektronische identificatiemiddelen uit andere lidstaten waarvan het onderliggende stelsel is aangemeld bij de Europese Commissie. Doel van de verordening is het vertrouwen in elektronische transacties te vergroten door te voorzien in een gemeenschappelijke grondslag voor veilige elektronische interactie tussen burgers, bedrijven en overheden, en bijgevolg ook de doeltreffendheid van publieke en private onlinediensten en elektronische handel in de interne markt van de Europese Unie te verhogen. De verordening regelt daartoe het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identificatiemiddelen en vertrouwensdiensten tussen de lidstaten van de Europese Unie. Onder vertrouwensdiensten worden in de verordening samengevat elektronische handtekeningen, elektronische zegels, elektronische tijdstempels, diensten voor aangetekende elektronische bezorging en elektronische certificaten voor authenticatie van websites verstaan. De verordening is vanaf 1 juli 2016 van toepassing op vertrouwensdiensten inclusief het toezicht daarop en vanaf 18 september 2018 op de verplichte erkenning van elektronische identificatiemiddelen uit andere lidstaten.

Naast feitelijke uitvoering vereist het deel van de verordening dat over vertrouwensdiensten gaat, ook wijziging van wetgeving. Daarin voorziet deze wet, waarbij het uitgangspunt van de rechtstreekse werking van de verordening en minimumomzetting wordt gerespecteerd. De wet strekt uitsluitend tot omzetting van de verordening en wijzigt de Telecommunicatiewet (Tw) en enkele artikelen uit onder meer het Burgerlijk Wetboek (BW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De wijzigingen in de Tw zien deels op het laten vervallen van artikelen als gevolg van de rechtstreekse werking van de verordening, zoals de bepaling om bij of krachtens de Tw eisen te stellen aan certificatiedienstverleners en hun diensten. De verordening voorziet zelf voor alle EU-lidstaten in de eisen waaraan verleners van (gekwalificeerde) vertrouwensdiensten moeten voldoen. Met de wet vervalt bijvoorbeeld ook het wettelijk geregelde vermoeden van overeenstemming (artikel 18.16a Tw). Het oordeel of al dan niet aan de eisen uit de verordening wordt voldaan is aan de toezichthouder en kan niet louter op een verslag van een conformiteits-beoordelingsinstantie als bedoeld in de verordening worden gebaseerd. Andere wijzigingen leiden tot aanpassing of invoeging van voorschriften. De wet regelt de samenloop tussen de meldplicht aan aangewezen (toezichthoudende) organen bij een inbreuk die de veiligheid of integriteit van vertrouwensdiensten aantast en de samenloop met in andere wetgeving voorkomende meldplichten. Een ander onderwerp dat in de wet aan bod komt, is toezicht en handhaving. De Minister van Economische Zaken wordt aangewezen als toezichthoudend orgaan voor in Nederland gevestigde verleners van vertrouwensdiensten, en kan ambtenaren van Agentschap Telecom (AT) met het toezicht belasten. Daarnaast voorziet de wet in de voor toezicht en handhaving benodigde bevoegdheden en in de overgang van het toezicht van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op gekwalificeerde certificaten voor elektronische handtekeningen naar de minister, feitelijk AT. Voor grensoverschrijdende samenwerking tussen toezichthoudende organen van EU-lidstaten stelt de wet bevoegdheden en voorwaarden vast voor het vanuit Nederland verlenen van bijstand of het verrichten van gezamenlijk onderzoek.

Naast aanpassingen in de Tw zijn er ook wijzigingen in de Boeken 3 en 6 van het BW. Die zien op de rechts-gevolgen die aan het gebruik van bepaalde vertrouwensdiensten worden verbonden, op de positie van verleners van vertrouwensdiensten uit derde landen, en op aansprakelijkheid van verleners van vertrouwensdiensten. Voor zover nodig, vervallen in de wet bepalingen hierover op grond van de rechtstreekse werking van de verordening.

Ook is er een wijziging van de Awb, die op de elektronische handtekening betrekking heeft. Als onderdeel van het geheel aan wijzigingen dat de samenloop tussen de meldplichten voor vertrouwensdiensten en het toezicht daarop regelt, bevat de wet tot slot een specifieke wijziging van de Wbp.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 13-02-2017, Stb. 2017, 63

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel Xa van de Wet van 21 december 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten, Stb. 2017, 13)

Artikel Xa van de wet treedt in werking m.i.v. 28-02-2017. 


Inwerkingtredingsbesluit van 22-02- 2017, Stb. 2017, 81

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van (onder meer) de Wet van 21 december 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet, de Boeken 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene wet bestuursrecht alsmede daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten in verband met de uitvoering van EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (uitvoering EU-verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten) (Stb. 2017, 13)

De wet treedt, m.u.v. artikel I, onderdeel A, en artikel Xa, in werking met ingang van 10-03-2017.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.