Stb. 2016, 314 Eengemaakt octrooigerecht

Wet van 29-06-2016, Stb. 2016, 314

Goedkeuring van de op 19 februari 2013 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (Trb. 2013, 92 en 2016, 1)

— Deze wet strekt tot goedkeuring van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht, met bijlagen (Trb2013, 92 en 2016, 1) (Rechtspraakverdrag).  Het Rechtspraakverdrag voorziet in de mogelijkheid van geschilbeslechting met betrekking tot Europese octrooien op internationaal niveau bij het (EOG). Langs deze weg kan bij één instantie een uitspraak worden verkregen met werking in alle overeenkomstsluitende EU-lidstaten. Als gevolg daarvan hoeft een octrooihouder niet langer in iedere overeenkomstsluitende lidstaat waar inbreuk op zijn recht wordt gemaakt afzonderlijk een procedure te starten met betrekking tot die inbreuk. Hetzelfde geldt ten aanzien van de geldigheid van het octrooi; ook deze kan via één gerechtelijke procedure bij het EOG worden vastgesteld. Naast aanzienlijke efficiencyvoordelen voor de gebruikers van het octrooisysteem, leidt het nieuwe stelsel ertoe dat het risico van onderling afwijkende rechterlijke uitspraken met betrekking tot Europese octrooien sterk wordt verminderd. Dat komt de rechtseenheid en rechtszekerheid ten goede en is gunstig voor het internationaal opererend innoverend bedrijfsleven. Het EOG is een ‘gerecht gemeenschappelijk aan de overeenkomstsluitende lidstaten’. Daarmee maakt het EOG onderdeel uit van het gerechtelijk stelsel van de Europese Unie waarin Hof van Justitie en nationale rechters samenwerken. In deze samenwerking (waarin het EOG zich voor de uitleg van het recht van de Unie kan en, onder omstandigheden, moet wenden tot het Hof van Justitie) functioneert het EOG als een nationale rechter. Het EOG beschikt over een exclusieve bevoegdheid voor met name genoemde geschillen met betrekking tot Europese octrooien met en zonder eenheidswerking. Dat betekent dat deze bevoegdheid wordt onttrokken aan de nationale rechters die daarvoor nu bevoegd zijn. Voor deze zaken zal het EOG voortaan gelden als de nationale rechter. Belangrijke uitzonderingen hierop zijn vervat in het overgangsregime van het verdrag. Het EOG bestaat uit een Gerecht van Eerste Aanleg, een Hof van Beroep en een Griffie. In de opzet voor het Gerecht van Eerste Aanleg is gekozen voor een opzet waarbij de overeenkomstsluitende lidstaten op hun grondgebied lokale of regionale divisies van het Gerecht van Eerste Aanleg kunnen oprichten.

Inwerkingtreding m.i.v. 07-09-2016.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.