Stb. 2019, 476 Eengemaakt octrooi­gerecht: aanpassingen Rijks­octrooi­wet

Rijkswet van 30-10-2019, Stb. 2019, 476

Rijkswet van 30 oktober 2019 tot wijziging van de Rijks­octrooi­wet 1995 in verband met de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooi­gerecht en Verordening (EU) nr. 1257/2012

—Deze rijkswet strekt tot aanpassing van een aantal bepalingen van de Rijks­octrooi­wet 1995 in verband met de komst van het Europees octrooi met eenheids­werking en de oprichting van het Eengemaakt Octrooi­gerecht (EOG). De introductie van het Europees octrooi met eenheids­werking geeft de mogelijkheid met één registratie octrooi­bescherming te verkrijgen in alle deelnemende EU-lidstaten.

Bedrijven die octrooibescherming wensen in deze EU-lidstaten hoeven niet in iedere lidstaat afzonderlijk te valideren. Voorts wordt voorzien in geschilbeslechting op Europees niveau bij het EOG op grond van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooi­gerecht (hierna: Recht­spraakv­erdrag). Langs deze weg kan bij één instantie een uitspraak worden verkregen met werking in alle overeen­komst­sluitende lidstaten. Als gevolg daarvan behoeft een octrooi­houder niet langer in iedere overeen­komst­sluitende lidstaat waar inbreuk op zijn recht wordt gemaakt afzonderlijk een procedure te starten met betrekking tot die inbreuk. Hetzelfde geldt ten aanzien van de geldigheid van het octrooi; ook deze kan via één gerechtelijke procedure bij het EOG worden vastgesteld.

De rechtstreeks werkende materieel­rechtelijke bepalingen van het Recht­spraakv­erdrag hoeven niet in de Rijks­octrooi­wet 1995 te worden opgenomen. Ook verplicht het Recht­spraakv­erdrag er niet toe om de materieel­rechtelijke bepalingen uit de Rijks­octrooi­wet 1995 (al dan niet woordelijk) in overeenstemming te brengen met het Recht­spraakv­erdrag. In zaken die tot de bevoegdheid van het EOG behoren en aan haar worden voorgelegd zal het EOG immers de materieel­rechtelijke bepalingen van het Recht­spraakv­erdrag toepassen. In zaken die tot de bevoegdheid van de nationale rechter behoren en aan deze worden voorgelegd, zal de nationale rechter de materieel­rechtelijke bepalingen van de Rijks­octrooi­wet 1995 toepassen. Met dit wetsvoorstel wordt – in overeenstemming met de harmonisatie­wens vanuit de rechtspraktijk – de Rijks­octrooi­wet 1995 volledig aangepast aan de tekst van het Rechtspraakverdrag. De bepalingen van de Rijks­octrooi­wet 1995 komen overigens al Recht­spraakv­erdrag overeen met de bepalingen van het Recht­spraakv­erdrag. Voor zover er verschillen bestaan, zijn deze, op enkele onderdelen na, redactioneel van aard. Deze leiden niet tot een andere beschermings­omvang van het octrooi.

Inwerkingtreding op een bij kb te bepalen tijdstip.


Kamerstukken

R2124

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.