Stb. 2013, 225 Drugs- en vuurwapencriminaliteit en meer

Wet van 19 juni 2013, Stb. 2013, 225

Wet tot wijziging van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met de verruiming van de kring van ambtenaren, belast met de opsporing van de in deze wetten strafbaar gestelde feiten, alsmede van enkele andere wettelijke voorschriften van strafvorderlijke aard

—Deze wet realiseert enkele aanpassingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie teneinde het opsporingsapparaat beter toe te rusten voor de bestrijding van de drugsen vuurwapencriminaliteit. Waar het gaat om delicten die strafbaar zijn gesteld in de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, kan de politie op dit moment nog onvoldoende gebruik maken van goed opgeleide deskundigen (boa’s). Hun expertise zou bij de opsporing van delicten op grond van de Opiumwet bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden om boekhoudingen te doorzoeken, drugsgerelateerd crimineel geld te volgen en van deze activiteiten ambtsedig proces-verbaal op te maken. Daarnaast zouden politieboa’s ook gebruik moeten kunnen maken van de aanvullende opsporingsbevoegdheden uit de Wet wapens en munitie. Bedoeling is om de ontstane ruimte te benutten voor boa’s werkzaam in specialistische functies bij de politie en de Koninklijke Marechaussee (zoals forensische accountants en chemici), voor de vermogenstraceerders van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) en voor de drugshondengeleiders van de Dienst Justitiële Inrichtingen.
Hiernaast wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt een aantal andere strafrechtelijke en strafvordelijke wijzigingen door te voeren. Op grond van artikel 365, derde lid, kunnen de verdachte en zijn raadsman kennisnemen van het proces-verbaal ter terechtzitting en het vonnis. Hun wordt desgevraagd een afschrift van deze stukken verstrekt. Dit onderdeel wordt aangevuld met de benadeelde partij, omdat deze een belang heeft bij de spoedige kennisname van het proces-verbaal van de terechtzitting en het vonnis. Voorts worden twee artikelen toegevoegd aan de opsomming van misdrijven in geval van verdenking waarvan de rechter-commissaris een bevel tot voorlopige hechtenis kan geven. Het betreft in de eerste plaats artikel 151 Sr (het wegmaken van een lijk), de tweede toevoeging betreft het misdrijf van artikel 272 Sr (schending van een ambts- of beroepsgeheim). Deze toevoeging, naar aanleiding van het advies van het openbaar ministerie bij de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2011 (Stb. 2011, 500), maakt het mogelijk strafvorderlijke opsporingsbevoegdheden toe te passen in onderzoek naar deze feiten (het gaat dan in het bijzonder om het lekken van vertrouwelijke informatie), die gelet op hun heimelijke karakter anders vaak niet kunnen worden opgehelderd.
 

Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 25-06-2013, Stb. 2013, 257

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 19 juni 2013 tot wijziging van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met de verruiming van de kring van ambtenaren, belast met de opsporing van de in deze wetten strafbaar gestelde feiten, alsmede van enkele andere wettelijke voorschriften van strafvorderlijke aard (Stb. 2013, 225)

—Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.
 

Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.