Stb. 2016, 500 Doorberekening toezicht en tuchtrecht

Wet van 07-12-2016, Stb. 2016, 500

Wet houdende wijziging van de Advocatenwet, de Gerechtsdeurwaarderswet en de Wet op het notarisambt in verband met het doorberekenen van de kosten van toezicht en tuchtrechtspraak aan de beroepsgroepen (Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen)

—Deze wet strekt ertoe de kosten van het toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders en de kosten van tuchtrechtspraak van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders door te berekenen aan de beroepsgroepen. De verantwoordelijkheid voor de handhaving van en het bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening door deze beroepsgroepen ligt immers primair bij deze beroepsgroepen. Concreet komt dit erop neer dat de kosten ten laste worden gebracht van, in het geval van notarissen, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), in het geval van advocaten, de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en in geval van gerechtsdeurwaarders, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG).

De ratio voor het doorbelasten van de kosten van toezicht en tuchtrechtspraak is tweeledig. Ten eerste hebben de beroepsbeoefenaren zelf primair voordeel van het wettelijke toezicht en de tuchtrechtspraak. Beide instrumenten versterken immers de kwaliteit en de integriteit van de beroepsgroepen en vormen een belangrijke waarborg voor het maatschappelijk draagvlak voor de bijzondere positie die deze beroepsgroepen innemen. Door deze bijzondere positie profiteren de betreffende beroepsgroepen van verschillende privileges, zoals een domeinmonopolie. De bijzondere positie en de daaraan verbonden privileges brengt de noodzaak van toezicht mee. Het tuchtrecht draagt ook bij aan het vertrouwen van de samenleving in de kwaliteit en integriteit van de beroepsbeoefenaren. Ten tweede zorgt doorbelasting van de kosten voor een financiële prikkel om te zorgen voor een efficiënte wijze van inrichting van de kwaliteits- en integriteitsbewaking binnen de beroepsgroepen zelf. Het stimuleert zowel de beroepsorganisaties als de individuele beroepsbeoefenaren om de beroepsuitoefening zodanig in te richten dat er zo min mogelijk kosten worden gemaakt aan toezicht en tuchtrecht.

De kosten van het toezicht en tuchtrecht worden thans gedeeltelijk gedragen door de rijksoverheid, afhankelijk van de beroepsgroep die het betreft. Het toezicht op advocaten wordt bv. ook nu al door de beroepsgroep zelf bekostigd. De totale kosten van toezicht en tuchtrecht die nu nog door de rijksoverheid worden gedragen bedragen jaarlijks ca. € 7 miljoen; deze kosten zullen geheel ten laste van de verschillende beroepsgroepen komen. De wet brengt dan ook financiële verzwaringen mee voor de verschillende beroepsgroepen. Vanuit de beroepsgroepen is er aandacht gevraagd voor het treffen van aanvullende voorzieningen die ertoe strekken dat de kosten als gevolg van met name de tuchtrechtspraak beheersbaar zijn en zoveel mogelijk worden neergelegd bij degenen die uiteindelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het feit dat een tuchtprocedure is geïnitieerd. Met deze wet wordt tevens in dergelijke regelingen voorzien. Zo wordt voorzien in de invoering van de heffing van een griffierecht, waarmee een drempel wordt opgeworpen voor bagatelklachten. De geïnde griffierechten komen ten gunste van de beroepsgroep. Voorts wordt metdeze wet ingevoerd dat in geval de beklaagde beroepsbeoefenaar tuchtrechtelijk wordt veroordeeld en hem een maatregel wordt opgelegd, de tuchtrechter tevens een uitspraak doet over de doorberekening van kosten die in het kader van het tuchtgeding zijn gemaakt aan de betrokken beroepsbeoefenaar.

Bij amendement is aan de regeling toegevoegd een grondslag voor de NOvA, de KBvG en de KNB om een verordening op te stellen waarin is geregeld op welke manier de kosten die zij maken in verband met het toezicht en de tuchtrechtspraak, kunnen worden doorberekend aan hun leden.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 06-03-2017, Stb. 2017, 86

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen (Stb. 2016, 500)

—De wet treedt in werking met ingang van 01-01-2018.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.