Stb. 2016, 408 Diverse wijzigingen Vreemdelingenbesluit

Besluit van 13-10-2016, Stb. 2016, 408

Besluit van 13 oktober 2016 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 en enige andere besluiten in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/66/EU van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming (PbEU 2014, L 157), Richtlijn 2014/36/EU van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider (PbEU 2014, L 94) en Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PbEU 2003, L 251)

Richtlijn 2014/66/EU harmoniseert de procedure voor de toelating van binnen een onderneming overgeplaatste personen door onder meer gemeenschappelijke definities en criteria. Het gaat daarbij om werknemers die niet de nationaliteit van een van de EU-lidstaten hebben, die een arbeidsovereenkomst hebben met een buiten de EU gevestigde onderneming en tijdelijk overgeplaatst worden naar een of meerdere vestigingen van deze onderneming binnen een of meerdere lidstaten van de EU. Specifiek betreft het managers, specialisten (zogenoemd sleutelpersoneel) en trainees van internationale concerns.

De richtlijn verplicht tot een gecombineerde verblijfs- en arbeidsvergunning voor overplaatsing binnen een (groep van) onderneming(en) die zowel in de EU als in een derde land is gevestigd. Leidinggevenden, specialisten en trainees kunnen met die vergunning onder voorwaarden in één of meerdere EU-lidstaten werken voor die onderneming of groep van ondernemingen. De vergunning duurt maximaal 3 jaar voor leidinggevenden en specialisten en 1 jaar voor trainees.

Vanwege de richtlijn worden degenen die onder de richtlijn vallen, uitgesloten van het toepassingsbereik van paragraaf 24 uit bijlage I bij de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen. Dit is een nationale regeling voor binnen een onderneming overgeplaatste personen. Een parallel systeem ten opzichte van de richtlijn is niet toegestaan. Dit impliceert niet alleen een technische wijziging, maar ook een inhoudelijke: de verkorting van de geldigheidsduur van 3 naar 1 jaar van de verblijfsvergunning bij trainees, zoals artikel 12 van de richtlijn voorschrijft. De richtlijn kent daarnaast andere vereisten dan paragraaf 24, zoals een kwalificatie-vereiste en een marktconforme beloning.

Naast het bovenstaande implementeert onderhavig besluit met artikel 3.30c Vb (onderdeel G) enkele onderdelen uit de seizoenarbeidersrichtlijn (PbEU 2014, L 94). Uit deze richtlijn vloeit voort dat de tewerkstellingsvergunningseis moet vervallen in art. 3.30c, nu hiervoor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid moet worden geregeld. Dat regelt het besluit. (Zie voor de implementatiewet ook Kamerstukken 34 590.)

Ten slotte implementeert de wijziging van artikel 3.71a Vb (onderdeel K) jurisprudentie over de gezinsherenigingsrichtlijn. Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 juli 2015 in zaak C-153/14 (Minister van Buitenlandse Zaken, K en A) blijkt dat Nederlandse wetgeving moet toelaten dat in alle situaties waarin handhaving van de verplichting het inburgeringsexamen met goed gevolg af te leggen gezinshereniging onmogelijk of uiterst moeilijk maakt, een vreemdeling van deze verplichting wordt ontheven. Uit dit arrest blijkt dat bijzondere individuele omstandigheden, zoals leeftijd, opleidingsniveau, financiële situatie of gezondheidstoestand, in aanmerking moeten worden genomen. De betrokken gezinsleden moeten worden ontheven van de verplichting om het inburgeringsexamen met goed gevolg af te leggen, wanneer blijkt dat zij, vanwege onder meer die omstandigheden, niet in staat zijn dat examen af te leggen of daarvoor te slagen. Anders zou die verplichting, in dergelijke omstandigheden, een moeilijk te overkomen hindernis vormen om het recht op gezinshereniging doeltreffend te maken.


Inwerkingtreding

Inwerkingtreding m.i.v. 29-11-2016 m.u.v. artikel I, onderdelen G en K. Indien het voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen en de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider (PbEU 2014, L 94) tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt artikel I, onderdeel G, van dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking. Artikel I, onderdeel K, treedt in werking m.i.v. 03-11-2016.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.