Stb. 2014, 312 CO2-opslag in zee

Goedkeuring

Wet van 25-06-2014, Stb. 2014, 312

Rijkswet inzake goedkeuring van de op 30 oktober 2009 te Londen tot stand gekomen wijziging van artikel 6 van het Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, zoals opgenomen in Resolutie LP.3(4) (Trb. 2011, 72)

Het Protocol biedt een hoger beschermingsniveau van de zee tegen verontreiniging door storten dan het Verdrag, dat tussen partijen wordt vervangen door het Protocol. Het Protocol trad op 24 maart 2006 in werking en kent op 1 november 2013 43 partijen. Op grond van het geldende art. 6 van het Protocol is het verboden afval en andere stoffen, waaronder CO2, voor het storten of verbranden op zee te exporteren. De wijziging van art. 6 van het Protocol maakt deze export onder bepaalde voorwaarden mogelijk, namelijk ten behoeve van de opslag van CO2 in de zeebodem, als dit afkomstig is van afvang (CCS: carbon capture storage). Hiermee draagt deze wijziging bij aan het wegnemen van belemmeringen die op grond van het Protocol hiervoor kunnen bestaan en daarmee aan het beperken van de klimaatverandering en verzuring van de oceanen. Het nieuwe tweede lid van art. 6 bepaalt dat er een overeenkomst of regeling tussen de betrokken partijen moet zijn met afspraken over verantwoordelijkheden voor het verlenen van toestemmingen, overeenkomstig het Protocol en ander toepasselijk internationaal recht. Uit art. 4, eerste lid, onderdeel 2, van het Protocol volgt dat een vergunning nodig is waarbij de vereisten van bijlage 2 van het Protocol in acht moeten worden genomen. Voor uitvoer naar een land dat geen partij is bij het Protocol, geldt dat de afspraken minimaal gelijk moeten zijn aan de bepalingen in het Protocol, met inbegrip van bepalingen over vergunningen en vergunningsvoorwaarden voor het voldoen aan de bepalingen van bijlage 2 van het Protocol. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de overeenkomst of regeling niet afwijkt van de verplichtingen die partijen bij het Protocol hebben om het mariene milieu te beschermen en te behouden. Een verdragsluitende partij die een dergelijke overeenkomst sluit of regeling aangaat moet de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) hierover informeren.

Inwerkingtreding 29-08-2014.
 

Kamerstukken

33 906 (R2030)


99 907 (uitvoering)

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.