Stb. 2018, 247 Aanpassingswet AVG

Wet van 11-07-2018, Stb. 2018, 247 en inwerkingtredingsbesluit van 11-07-2018, Stb. 2018, 248

Wet tot aanpassing van wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (Aanpassingswet Algemene verordening gegevensbescherming)

—Op 25 mei 2018 werd de Algemene verordening gegevensbescherming van toepassing (AVG). Ter uitvoering hiervan is de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming opgesteld. Daarmee wordt onder meer de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ingetrokken. Als gevolg hiervan is het noodzakelijk enige wetten technisch aan te passen omdat hierin nog verwijzingen zijn opgenomen naar de Wbp, of nog gebruik wordt gemaakt van verouderde terminologie. Dat gebeurt in deze aanpassingswet. 

Daarnaast wordt met deze wet in een drietal wetten uitvoering gegeven aan de verordening. Het betreft hier de Kieswet, de Wet raadgevend referendum (Wrr) en de Wet basisregistratie personen (Wet BRP). Deze wetten zijn uitgezonderd van de werking van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. De Kieswet en de Wet BRP golden eerder ook als zelfstandige implementatiewetten van de Richtlijn 95/46 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. 

De Kieswet voorziet op dit moment in een eigen regime van rechten en verplichtingen ten aanzien van verwerking van persoonsgegevens. Met deze wet wordt dit regime, dat thans hoofdzakelijk bestaat uit regels omtrent de terinzagelegging, openbaarmaking en vernietiging van bepaalde bescheiden, afgestemd op de verordening. De wijzigingen waar deze wet in voorziet kunnen worden ingedeeld in vier categorieën. Ten eerste wordt op onderdelen gebruik gemaakt van de ruimte die de verordening biedt om, in geval van dwingende redenen, de rechten van betrokkenen die zijn neergelegd in de verordening te beperken, te weten daar waar het bijzondere karakter van het verkiezingsproces noopt tot een beperking van die rechten. Ten tweede treft deze wet op onderdelen een regeling voor de vernietiging van bepaalde bescheiden. Hiermee wordt een nadere en gespecificeerde uitwerking gegeven aan het beginsel dat persoonsgegevens niet langer bewaard worden dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor de gegevens verwerkt worden, zoals neergelegd in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de verordening. De wet voorziet er ten derde in dat het toezicht op verwerking van persoonsgegevens op grond van de Kieswet belegd wordt bij de Autoriteit persoonsgegevens. Tot slot treft de wet op een beperkt aantal onderdelen een regeling voor de samenloop van rechten die zowel in de Kieswet als in de verordening zijn opgenomen.

De keuze voor een zelfstandige uitvoering in de Wrr is, evenals ten aanzien van de Kieswet, gelegen in het gedetailleerde en bijzondere karakter van de referendumprocedure, dat op enkele onderdelen vraagt om keuzes die specifiek op dit proces zijn afgestemd. Deze wet regelt dat een aantal van de rechten uit de verordening niet van toepassing is ten aanzien van verwerkingen van persoonsgegevens die plaatsvinden op grond van de Wrr. Voorts wordt geregeld dat het toezicht op deze verwerkingen belegd blijft bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Wat betreft de eigenstandige uitvoering die met deze wet wordt gegeven aan de verordening in de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), wordt een beleidsneutrale implementatie van de verordening in de Wet BRP gerealiseerd: de bestaande regels op het terrein van de privacy, zoals die in de Wet BRP zijn opgenomen, worden inhoudelijk waar mogelijk gehandhaafd. De meeste wijzigingen vloeien derhalve voort uit de omstandigheid dat er nu een verordening voorligt en niet langer een richtlijn.


Inwerkingtreding

Met ingang van 28-07-2018 en met terugwerkende kracht t/m 25-05-2018.

Inwerkingtredingsbesluit van 04-06-2019, Stb. 2019, 220 

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van (o.a.) artikel 6.8 van de Aanpassingswet Algemene verordening gegevensbescherming (Stb. 2018, 247

Nadat de wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer (Stb. 2017, 337) in werking is getreden, treedt artikel 6.8 van de wet met ingang van 01-07-2019 in werking.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.