Stb. 2016, 318 Aanpassing bestuurlijke boete SZW-wetgeving

Wet van 23-08-2016, Stb. 2016, 318

Wet tot wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de regeling van de bestuurlijke boete

—Deze wet bevat een aanpassing van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving als ook aanpassingen van de socialezekerheidswetten op het punt van de regeling van de bestuurlijke boete. Directe aanleiding voor de wetswijziging is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 24 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3754) over de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid in de sociale zekerheid. Deze uitspraak leidde tot directe consequenties voor de sanctionering van het overtreden van de inlichtingenverplichting. Met onderhavige wet wil de regering de eenduidigheid en rechtszekerheid borgen. Daarnaast komt de regering hiermee tegemoet aan de wensen van de uitvoeringspartijen om effectiever op te kunnen treden in de uitvoeringspraktijk van de bestuursrechtelijke sanctionering. Ook heeft de Nationale ombudsman in zijn rapport ‘Geen fraudeur, toch een boete’ van 4 december 2014 de aanbeveling gedaan om te komen tot meer evenredige boetes. Deze wet komt daaraan tegemoet.

In de eerste plaats wordt het overgangsrecht in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de CRvB. Dit is met name van belang voor de berekening van de hoogte van de op te leggen boete. Voor de bepaling van de hoogte van de bestuurlijke boete voor een overtreding van de inlichtingenplicht in de socialezekerheidswetten geldt verder dat geen hogere boete opgelegd mag worden dan de maximale geldboete die de strafrechter op grond van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan opleggen. Dit betekent dat voor overtredingen waarbij opzet aangetoond is een boete uit de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan worden opgelegd. Voor de overige overtredingen is een boete uit de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, mogelijk. Het onderscheid tussen overtredingen die opzettelijk zijn begaan en overtredingen die niet opzettelijk zijn begaan, geeft op het niveau van de wet uitvoering aan voornoemde uitspraak van de CRvB. In het Boetebesluit socialezekerheidswetten worden ten aanzien van de mate van verwijtbaarheid en de hiermee corresponderende boetehoogtes nadere gradaties aangebracht.

De uitspraak van de CRvB dat ten aanzien van de bestuurlijke boete zoals die is geregeld bij en krachtens de socialezekerheidswetten geen sprake is van gefixeerde boetes verhoudt zich niet tot een regeling voor minimale boetes. De boete moet immers afgestemd worden op ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en daarbij rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Met deze wet wordt de verwijzing naar de minimumboete geschrapt. In het Boetebesluit socialezekerheidswetten worden de overige onderdelen van de uitspraak van de CRvB over het boeteregime nader uitgewerkt.

De wet regelt verder dat de mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing breder toepasbaar wordt. De regering zal in lagere regelgeving nader vastleggen in welke situaties een waarschuwing aan de orde kan zijn. Het geven van een waarschuwing blijft een bevoegdheid waarvan het bestuursorgaan gebruik kan maken. Ook wanneer een waarschuwing wordt gegeven zal de te veel betaalde uitkering, ook bij (zeer) kleine bedragen, terugbetaald moeten worden.

De regering kiest er vooralsnog niet voor het sanctiestelsel en daarmee de verhouding tot het strafrecht, aan te passen, zoals de Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde.

Met de vastlegging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt noodzakelijkerwijs gekozen voor een stelsel waarin meer wordt gevraagd van de uitvoeringspartijen. Door de aansluiting bij strafrechtelijke begrippen grove schuld en opzet zullen bestuursorganen moeten vaststellen dat hiervan sprake is. Het gaat niet langer enkel om het vaststellen dat de inlichtingenplicht is overtreden, maar zo nodig zal bewezen moeten worden dat deze opzettelijk is overtreden dan wel dat de overtreding aan de grove schuld van de overtreder is te wijten. Dit is een nieuw element in de uitvoeringspraktijk, die ziet op gevallen waarin sprake is van meer dan normale verwijtbaarheid. Teneinde de uitvoeringspartijen handvatten te bieden en de rechtsgelijkheid te bevorderen, zal de regering in het Boetebesluit socialezekerheidswetten uniforme uitgangspunten vastleggen betreffende de berekeningswijze van de hoogte van de bestuurlijke boete en het toepassen van de waarschuwingsmogelijkheid. Ook worden met dit doel in het Boetebesluit socialezekerheidswetten situaties geduid waarin sprake is van de verschillende gradaties van verwijtbaarheid.

Er zijn twee amendementen aangenomen: een dat regelt dat de beslagvrije voet te allen tijde gerespecteerd wordt, en een dat regelt dat met betrekking tot een bestuurlijke boete onder voorwaarden kan worden meegewerkt aan een schuldregeling.


Inwerkingtreding

Inwerkingtredingsbesluit van 27-10-2016, Stb. 2016, 421

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 augustus 2016, houdende wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de regeling van de bestuurlijke boete (Stb. 2016, 318) en het Besluit van 19 september 2016, houdende wijziging van het Boetebesluit socialezekerheidswetten in verband met de mogelijkheid van een waarschuwing en een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (Stb. 2016, 342)

—De wet en het besluit treden in werking m.i.v. 01-01-2017. 


Inwerkingtredingsbesluit van 26-11-2016, Stb. 2016, 472

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van (onder meer) enige artikelen van de Wet van 23 augustus 2016, houdende wijziging van de socialezekerheidswetten in verband met de regeling van de bestuurlijke boete (Stb. 2016, 318)

—De artikelen I, onderdeel B, XIV, onderdeel C, en XV, onder 4, van bovengenoemde wet treden in werking m.i.v. 01-01-2017.


Kamerstukken

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.