Het Openbaar Ministerie in zwaar weer

De bezuinigingen op het OM zijn stevig en in het veld hebben de officieren van justitie nu al  de handen vol. Zo levert de aanpassing van de gerechtelijke kaart ‘transitieproblemen’ op. Dat geldt ook voor de organisatorische veranderingen door het project ZSM waarmee veel voorkomende criminaliteit ‘daadkrachtig, snel, passend en efficiënt’ moet worden aangepakt.

Maar misschien ontstaat het meeste ongemak – en daarmee collectieve en individuele stress - doordat er voortdurend moet worden teruggekomen op wat er eerder verkeerd is gelopen.
Er gaat veel mis. Op 26 oktober j.l. publiceerde RTL Nieuws de resultaten van een enquête waarin strafrechtadvocaten klagen over het functioneren van het OM. Stukken zouden te laat worden aangeleverd, brieven structureel niet beantwoord en de dossiers zouden niet op orde zijn. Gevolg daarvan is dat zaken onnodig lang moeten worden aangehouden. Rechtbankpresident Leendert Verheij sprak vervolgens van een organisatorische chaos bij het OM. Inmiddels is er een gezamenlijke task force ingericht van OM en rechtspraak tezamen om de problemen met strafdossiers te inventariseren. Die club kan hopelijk ook kijken naar de veel voorkomende problemen bij het oproepen van verdachten, getuigen en tolken. Op sommige plekken is er geen administratief personeel meer om uit te zoeken waar de verdachte woont of – al dan niet in detentie of in een inrichting – verblijft. De dagvaarding wordt dan verkeerd betekend en dat draagt dan weer bij aan de naar verluid meer dan 40% aangehouden zaken in eerste aanleg – mensen hebben nu eenmaal het recht om bij hun proces aanwezig te zijn.

Bezuinigingen, permanente reorganisaties en administratieve sores leveren ‘negatieve vibraties’ op. Compassie is dus geboden met al die OMers die hard werkend proberen er het beste van te maken. Maar het is de vraag of het eigenlijke probleem niet fundamenteler is. Het is toch wonderlijk dat het personeel van het OM het zo zwaar heeft, terwijl tussen 2008 en 2012 de instroom van rechtbankzaken bij het OM afnam van 260.000 naar 224.000. De totale uitstroom zakte dienovereenkomstig met zo’n 11%, waarvan de daadwerkelijke afdoeningen door de rechtbank zelfs afnamen van 140.000 tot 108.500 zaken. Daartegenover stond slechts een stijging van OM-afdoeningen van 72.000 naar 76.000. Bij de kantongerechtzaken is de daling nog drastischer.1 Het systeem hoeft dus minder zaken te verwerken dan voorheen. Wat verklaart de fouten dan?

In de strategienota 'Perspectief op 2015’ staat: “De maatschappelijke opdracht van het OM kan worden onderscheiden in: I. Het OM geeft opvolging aan het werk van de politie en bijzondere opsporingsdiensten. De strafzaken/verdachten die door de politie bij het OM worden aangeleverd worden kwalitatief goed, snel en efficiënt afgedaan (zaaksoriëntatie). (…) II. Het OM stuurt waar mogelijk op de instroom van zaken om de selectiviteit van het strafrecht te vergroten (omgevingsoriëntatie). Daartoe zet het OM het onderliggende maatschappelijke probleem centraal. Het OM wil het strafrecht inzetten op de grootste probleemveroorzakers. Samenwerking met anderen is daarbij essentieel.”

Dat betekent als ik het goed zie dat de sturing en controle van de opsporing die de Commissie Van Traa in 1996 afdwong, inmiddels is verwaterd tot ‘opvolging aan het werk van de politie’. Recent woonde ik een door de Stichting Maatschappij en Veiligheid belegd symposium bij over tunnelvisie en tegenspraak bij Teams Grootschalige Opsporing (TGO). Zulke teams houden zich bezig met onderzoeken naar zware misdaad (moord, zeer ernstige zedendelicten e.d.). Er waren veel tactisch leidinggevende politiemensen aanwezig. Door hen werd de rol van het OM bij dit soort onderzoek als minimaal beschouwd. Een citaat van een z.g. ‘Vaste Kern Leidinggevende’ tijdens een experiment over dit onderwerp spreekt boekdelen: “Ik ga mijn onderzoek niet laten beïnvloeden door wat de OvJ wil”.2 Als dit beeld voor de doorsneezaken en een deel van het zware werk klopt – bij de georganiseerde misdaadbestrijding speelt het OM wel degelijk een grote rol – dan is het logisch dat het OM in een latere fase van de zaaksbehandeling het druk krijgt met het uitzoeken en corrigeren van wat er eerder is misgegaan.

Ook het tweede punt waar Perspectief op 2015 op doelt maakt me onrustig. Is het de officier van justitie nog wel die beslist wat er wordt vervolgd? De vervolgingsbeslissing is tegenwoordig een vrucht van ‘omgevingsoriëntatie’, bijvoorbeeld in de ZSM-ruimte in een politiebureau waar parket-medewerkers, politie, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming en slachtofferhulp met elkaar overleggen. En beslist de officier van justitie nog wel over de wijze van dagvaarden? Rechters zien hoe vaak de officier met verbazing kijkt naar wat zij/hij nu weer staat te vervolgen en dan op het laatste moment de tenlastelegging aanpast. In andere gevallen vragen rechters zich af of ze de officier mogen wijzen op technische onvolkomenheden in de tenlastelegging. Menig rechter doet dat niet, en ‘redt’ de zaak door op zijn beurt een gekunstelde uitspraak te doen. Let wel: een rechter mag naar onze geldende wetgeving niet beslissen dat een vervolging beter niet of anders had moeten plaatsvinden!

Succesvolle besluitvorming hangt ervan af of accurate keuzes worden gemaakt die instemming vinden bij relevante anderen. Het vergroten van de accuratesse en van de instemming vermindert de snelheid van de besluitvorming. De laatste jaren is de organisatie van het OM wel heel erg gericht geweest op snelheid en instemming van de omgeving. Stress ontstaat evenwel, zelfs bij een afnemende workload, door het gevoel dat de kerntaak – opsporen en vervolgen – niet accuraat kan worden verricht. Geef de officieren hun juridisch bestaansrecht terug. Als zij hun beslissingen zorgvuldig nemen, hoeft er minder te worden overgedaan. Dat levert pas echt tijdwinst en instemming op.


Dit Vooraf is verschenen in NJB 2013/2300, afl. 39, p. 2727.


Bron afbeelding: Karsun Designs Photography

 

1. Jaarbericht OM, kerncijfers 2012
2. Ira Helsloot en J. Groenendaal, Tunnelvisie op tunnelvisie? PVO en de spanning tussen voorzorg en daadkracht in de grootschalige opsporing, Cahiers Politiestudies 28 (2013)

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 5 november 2013

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Het OM zit in de business van afschrikken en vergelden. In deze zware tijden kan daar best een poosje op bezuinigd worden! Misschien vooral een probleem voor het OM zelf?
a. zecha schreef op :
Een lezenswaardig artikel dat m.i. ook de waarschuwing inhoudt dat in de top van de strafrechterlijke onderzoeksketen de door partijvertegenwoordigers gewenste veranderingen niet persé samenvallen met uitgesproken verwachtingen.
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.