Wet splitsing RvS en opheffing CRvB en CBb in consultatie

De Minister van BZK en de Minister van VenJ nemen maatregelen om de taken van de Raad van State functioneel te scheiden en te komen tot een concentratie van de bestuursrechtspraak, waarbij de Centrale Raad van Beroep respectievelijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven worden opgeheven en de rechtsmacht overgaat naar de gerechtshoven (met de mogelijkheid van cassatieberoep bij de Hoge Raad) respectievelijk de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het conceptwetsvoorstel waarin de maatregelen zijn uitgewerkt is gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl, alwaar tot 15 april 2015 op het voorstel gereageerd kan worden.

Inhoud wetsvoorstel

Over de meest wenselijke inrichtingvan de bestuursrechtspraak in hoogste instantie bestaat al geruime tijd discussie. Achtereenvolgende kabinetten hebben zich steeds uitgesproken tegen verdergaande integratie van de bestuursrechtspraak in de gewone rechterlijke macht. Nog steeds overtreffen naar het oordeel van de regering de nadelen van een algehele integratie de voordelen. Anderzijds is het gelet op de overzichtelijkheid van het stelsel en het belang van de rechtseenheid wel van belang nu stappen te zetten. De regering stelt daarom voor om de rechtsmacht  in de geschillen die thans in hoogste aanleg tot de rechtsmacht behoren van de CRvB onder te brengen bij de gewone rechterlijke macht en om de rechtsmacht in de geschillen die thans tot de competentie behoren van het CBb over te laten gaan naar de ABRvS. Hiermee wordt de positie van de ABRvS als algemene hoogste bestuursrechter bestendigd.

De onderbrenging van CRvB-geschillen in de gewone rechterlijke macht krijgt in dit wetsvoorstel vorm door de toedeling van rechtsmacht aan de vier gerechtshoven en het openstellen van beroep in cassatie bij de Hoge Raad. Bij deze rechtsmachttoedeling worden de reguliere regels van de relatieve competentie gevolgd zoals deze ook gelden voor de belastingrechtspraak. De geschillen die thans in hoogste aanleg tot de rechtsmacht behoren van de CRvB betreffen veelal tweepartijengeschillen over materiële aanspraken van individuele belanghebbenden en vertonen naar aard en inhoud meer verwantschap met fiscale geschillen, waarover in hoger beroep de gerechtshoven oordelen en waarbij de Hoge Raad de rol van cassatierechter vervult. De geschillen die thans tot de competentie behoren van het CBb vertonen meer verwantschap met het domein van de ABRvS.

Cassatie

De rechtseenheid in het sociale zekerheidsrecht en het ambtenarenrecht wordt in het nieuwe stelsel gewaarborgd door de cassatiefunctie bij de Hoge Raad, op gelijke voet zoals deze thans bestaat in belastingzaken. Dit betekent een belangrijke uitbreiding van de cassatietaak van de Hoge Raad op het terrein van het bestuursrecht. Tot nu toe beperkte deze zich tot belastingzaken. Daar komen dus nu enkele belangrijke deelterreinen van het bestuursrecht bij. Dit heeft ook gevolgen voor de inrichting van het procesrecht met betrekking tot de behandeling van cassatieberoepen. Het procesrecht is nu nog specifiek geregeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). De uitbreiding van de cassatietaak van de Hoge Raad op bestuursrechtelijk terrein betekent dat het procesrecht niet langer meer voor een deelterrein kan worden geregeld, maar algemene regeling behoeft. Daarin voorziet dit wetsvoorstel door toevoeging van een nieuwe titel aan hoofdstuk 8 van de Awb. Deze nieuwe titel 8.5a is grotendeels geënt op het procesrecht in de Awr dat thans specifiek is geregeld voor de behandeling van cassatieberoepen op fiscaal terrein. De daarvoor in aanmerking komende bepalingen worden dus overgeheveld van de Awr naar de Awb.

Taken Raad van State

Via de op 1 september 2010 in werking getreden Wet herstructurering Raad van State is binnen de Raad van State reeds een verregaande scheiding doorgevoerd tussen advisering en rechtspraak. Deze functies zijn sindsdien in twee afzonderlijke afdelingen ondergebracht. In het wetsvoorstel worden aanvullende maatregelen voorgesteld met betrekking tot het functioneel scheiden van de adviserende en de rechtsprekende taken van de Raad van State.

In de eerste plaats stelt de regering voor om de mogelijkheid van dubbelbenoemingen volledig te beëindigen. De regering is van oordeel dat deze maatregel met onmiddellijke werking zou moeten worden ingevoerd. In de tweede plaats wordt voorgesteld in de Wet op de Raad van State (Wet RvS) expliciet te bepalen dat de vice-president en de Raad van State niet treden in de procesrechtelijke behandeling van, de inhoudelijke beoordeling van en de beslissing in een concrete zaak of in categorieën van zaken. In de derde plaats wordt de regeling met betrekking tot het aanbevelingsrecht gewijzigd.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.