Vierde beschouwing interbestuurlijke verhoudingen afdeling Advisering van de Raad van State

Geschreven door: Redactie op

Sinds de totstandkoming van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen in 2004 wordt de Afdeling advisering van de Raad van State periodiek door regering, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten gevraagd een beschouwing op te stellen over interbestuurlijke verhoudingen in Nederland. Eerdere beschouwingen verschenen in 2006, 2009 en 2013. In de nu uitgebrachte vierde beschouwing richt de Afdeling zich op de substantiële decentralisatie van bevoegdheden in het sociale en fysieke domein.

Tussen Rijk, provincies en gemeenten heeft een ingrijpende herschikking plaatsgevonden van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. In het sociale domein heeft de decentralisatie haar beslag gekregen met de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. In het fysieke domein is dit nog gaande, met een Omgevingswet die nog in werking moet treden. De veranderingen zijn dermate ingrijpend dat zij tijd nodig hebben om verwezenlijkt te kunnen worden. De doorontwikkeling van de interbestuurlijke verhoudingen is belangrijk om de doelstellingen te behalen die met de decentralisaties zijn beoogd. In deze interbestuurlijke beschouwing is ruim aandacht voor thema’s als regiovorming, stelselverantwoordelijkheid, democratische legitimatie van overheidsbeslissingen, rechtsbescherming en herijking van het toezicht. De dringende behoefte aan voortgezette aandacht en nadere maatregelen op deze terreinen vormt de achtergrond voor het motto van de beschouwing: En nu verder!

Aanbevelingen

De Afdeling komt met de volgende aanbevelingen voor Rijk, provincies en gemeenten:
1. Stelselverantwoordelijkheid
Door de decentralisaties zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden naar gemeenten overgeheveld. Er blijft wel sprake van medebewind, waarbij decentrale overheden de plicht hebben mee te werken aan de uitvoering van regelingen van de centrale overheid. Ieder van de betrokken overheden draagt medeverantwoordelijkheid voor het stelsel als geheel en kan daarop worden aangesproken. Er is dan sprake van stelselverantwoordelijkheid. Het functioneren van het stelsel staat of valt met onderling vertrouwen in elkaars rolvastheid.
2. Terughoudend omgaan met ‘ingrijpen’
Stelselverantwoordelijkheid mag geen alibi zijn voor het Rijk om eenzijdig en in strijd met het uitgangspunt van de decentralisatie in te
grijpen in de uitoefening van gedecentraliseerde bevoegdheden. Het Rijk of de Tweede Kamer moet terughoudend omgaan met ‘ingrijpen’ en met het initiëren van nieuwe regelgeving.
3. Kabinetsformatie en regeerakkoord
De decentralisaties hebben de onderlinge betrokkenheid tussen rijk, provincies en gemeenten versterkt. De uitkomst van een kabinetsformatie speelt een prominente rol bij de verdere ontwikkeling van deze verhoudingen. Het zou goed zijn als lang vóór een kabinetsformatie op ambtelijk niveau overleg plaatsvindt over een gedeelde probleemanalyse, mogelijke oplossingen en de onderscheiden verantwoordelijkheden daarbij.
4. Incrementele aanpak
De betekenis van regiovorming is toegenomen. Er moet een nadere bezinning plaatsvinden op de positie van de regio’s. Om dat doel te bereiken is het raadzaam in de komende kabinetsperiode voor een incrementele aanpak te kiezen. Daarbij krijgen gemeenten in samenspraak met provincies en het Rijk gedurende een vooraf vast te stellen periode de kans om de samenwerking in vaste, meer permanente, regionale verbanden te versterken. Dit proces moet niet vrijblijvend zijn. Daarom beveelt de Afdeling advisering aan om vooraf onder leiding van de minister van BZK afspraken te maken over tijdpad, randvoorwaarden, spelregels, wijze van besluitvorming en evaluatie.
5. Rechtsbescherming
Het versterken van de rechtsbescherming in het sociale domein is noodzakelijk. Het ‘op maat-concept’ en de andere verhouding tussen overheid en burger hebben gevolgen voor de invulling van de notie van rechtsgelijkheid. Van gelijkheid zonder aanzien des persoons is overgestapt naar gelijkheid die rekening houdt met behoeften, mogelijkheden en omstandigheden van de burger. Dit is een logisch gevolg van de gemaakte keuzes, maar de gevolgen daarvan voor de rechtsbescherming moeten nader worden doordacht.
6. Herijking van het toezicht
De decentralisaties in zowel het sociale als het fysieke domein maken een herijking van het toezicht noodzakelijk. Tussen het toezicht door horizontale verantwoording, interbestuurlijk toezicht en het toezicht door de rijksinspecties zullen overzicht en samenhang moeten worden gebracht, met inachtneming van de overdracht van bevoegdheden.
7. Geschillenregeling
Mede door de nieuwe verhoudingen die zijn ontstaan is aandacht nodig voor het treffen van een voorziening voor zuivere bestuursgeschillen: geschillen die zich uitsluitend kunnen voordoen tussen twee bestuursorganen. Zo’n geschillenregeling zou vastgelegd moeten worden in de Code Interbestuurlijke Verhoudingen of in een wet.
8. Financiële verhoudingen
De verwezenlijking van de doelstellingen is gediend met een eenvoudigere en voorspelbaardere normeringssystematiek en met het maken van meerjarige budgetafspraken. Aanbevolen wordt het overleg tussen Rijk en medeoverheden over beleidsinhoudelijke en over financiële vraagstukken te combineren.
9. Sterkere positie minister van BZK
De decentralisaties hebben de wederzijdse afhankelijkheid van Rijk en medeoverheden vergroot. Dit vraagt om een sterkere positie van de minister van BZK. Dit geldt voor zowel het ontwikkelen van nieuw beleid en nieuwe wetgeving die de provincies en gemeenten raken, als het beheer van het Provincie- en Gemeentefonds.


 Bron: www.raadvanstate.nl

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 5 december 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.