Verkiezingsprogramma’s op gespannen voet met de rechtsstaat

Geschreven door: Redactie op

Veertig procent van de verkiezingsprogramma’s bevat voorstellen die regelrecht met de rechtsstaat in strijd zijn, omdat zij inbreuk maken op de rechtszekerheid, op fundamentele mensenrechten of op de toegang tot een onafhankelijke rechter. Vrijwel alle verkiezingsprogramma’s bevatten één of meer maatregelen die de rechtsstaat kunnen verzwakken. Dit concludeert de commissie, onder voorzitterschap van prof. mr. Wouter Veraart, die in opdracht van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) de partijprogramma’s heeft doorgelicht op hun gevolgen voor de rechtsstaat. De commissie heeft de programma’s bestudeerd van de dertien partijen die in december 2016 met twee of meer zetels in de Kamer zaten.

De commissie heeft bij de toetsing steeds drie hoofdvragen gesteld:
• Houden de plannen rekening met de eis dat de overheid voorspelbaar moet zijn en zich ook zelf aan de regels moet houden?
•Worden de fundamentele rechten en vrijheden van burgers gerespecteerd?
• Hebben burgers effectieve toegang tot een onafhankelijke rechter?
De commissie velt geen inhoudelijk oordeel over de programma’s, maar signaleert alleen of een bepaald plan positief of negatief voor de rechtsstaat kan uitpakken. Om dat duidelijk te maken, worden drie kleuren gebruikt:
Groen: plannen die de rechtsstaat (kunnen) verbeteren.
Oranje: plannen die (kunnen) afdoen aan de rechtsstaat.
Rood: plannen die regelrecht in strijd zijn met de rechtsstaat.
Van de dertien onderzochte partijen hebben vijf partijen ‘rode lichten’ gekregen, beduidend meer dan vier jaar geleden. Daarbij gaat het vaak om ‘spierbalmaatregelen’ die duidelijk in strijd zijn met de minimale vereisten van de rechtsstaat. Veel van die maatregelen spelen direct in op zorgen over immigratie en de angst voor terrorisme en jihadisme. Voorstellen die een rood licht kregen, variëren van een verbod op buitenlandse financiering van moskeeën (CDA) tot plannen om ‘criminelen’ met een dubbele nationaliteit te denaturaliseren (VNL), om geen immigranten uit islamitische landen toe te laten (PVV) of om Nederlanders die zich aansluiten bij een terroristische organisatie desnoods staatloos te maken (VVD). Deze voor-stellen komen in strijd met geldende mensenrechten of zijn openlijk discriminerend ten opzichte van bepaalde groepen burgers.

Koplopers

Koploper met vijf rode lichten is, niet heel verrassend, de PVV, op de voet gevolgd door VNL met vier rode signalen. Twee rode lichten krijgt de SGP voor het punt van een een volledig abortusverbod en voor het opeisen van een voorkeurspositie voor christenen. De VVD scoort eveneens tweemaal rood voor respectievelijk het programmapunt dat de directe werking van mensenrechten uit internationale verdragen wil afschaffen en voor het programmapunt dat vermeende terroristen met uitsluitend de Nederlandse nationaliteit staatloos moeten kunnen worden gemaakt.

Vijf trends

De commissie onderscheidt vijf trends in de verkiezingsprogramma’s 2017-2021:

Trend 1: Immigratie en grondrechten
Het accent in de verkiezingsprogramma’s ligt sterk op vraagstukken rond immigratie en integratie. De maatregelen die partijen voorstellen op dit terrein schuren herhaaldelijk met de beginselen van de rechtsstaat en zijn daar in sommige gevallen regelrecht mee in strijd.

Trend 2: Bestrijding van terrorisme en jihadisme
De commissie signaleert een sterke focus op de bestrijding van terrorisme en jihadisme. De commissie heeft als uitgangspunt dat zij geen beleidsvoorstellen in haar beschouwing betrekt die geldend Nederlands recht zijn. Om die reden heeft de commissie het afnemen van de Nederlandse nationaliteit bij jihadisten alleen in haar beoordeling van de verkiezingsprogramma’s meegenomen, als de voorstellen van de partijen duidelijk een stap verder gaan dan het inmiddels aangenomen wetsvoorstel. Een enkele partij stelt in haar programma bijvoorbeeld voor om terugkerende jihadisten in administratieve detentie te nemen. Dat komt in strijd met het recht op een behoorlijk proces. Ook stellen enkele partijen voor om jihadisten niet meer terug te laten keren of om jihadisten die alleen de Nederlandse nationaliteit bezitten ook hun nationaliteit te ontnemen, met als gevolg dat deze burgers staatloos worden gemaakt wat verboden is door artikel 8 van het VN Verdrag ter Beperking van Staatloosheid waaraan ook Nederland is gebonden.

Trend 3: Staatsrechtelijke hervormingen
Net als bij de vorige verkiezingen willen veel partijen het bestuur in Nederland anders inrichten. De ideeën voor de staatsrechtelijke herinrichting variëren van het afschaffen van de Eerste Kamer en de Provinciale Staten en het invoeren van de gekozen burgemeester tot het invoeren van (bindende) referenda en de modernisering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Dat Statuut regelt onder andere de verhoudingen tussen Nederland en de andere landen binnen het Koninkrijk. Ook willen sommige partijen een constitutioneel hof oprichten. Het valt de commissie op dat deze ingrijpende voorstellen meestal niet vergezeld gaan van een duidelijke uitleg over wat die ingrepen zouden kunnen betekenen voor de inrichting van en daarmee het machtsevenwicht in onze rechtsstaat. De invoering van allerlei vormen van (bindende) referenda kan bovendien nadelige consequenties hebben voor de slagvaardigheid en voorspelbaarheid van het landsbestuur.

Trend 4: Recht en digitalisering
Partijen besteden in hun verkiezingsprogramma’s meer aandacht aan de digitalisering van onze samenleving en het internet en de daarmee gepaard gaande problemen rond veiligheid en privacy. Veel partijen zeggen expliciet criminaliteit via het internet (cybercrime) tegen te willen gaan. Ze opperen diverse maatregelen om het digitale verkeer veiliger te maken. Niet altijd staan partijen stil bij de gevolgen die de voorgestelde maatregelen hebben voor het fundamentele recht op privacy dat juist ook in een digitale wereld extra bescherming vereist.

Trend 5: Europa en de internationale (handels)verdragen
Diverse partijen maken kritische opmerkingen over het functioneren van de Europese Unie (EU). Ze willen een kleinere rol voor de EU en pleiten voor meer democratische controle op wat er in de EU gebeurt. Duidelijk is ook dat partijen zich in deze verkiezingsronde veel kritischer uitspreken over de inhoud en consequenties van nieuwe internationale handelsverdragen zoals de verdragen die de EU met de Verenigde Staten (TTIP) en met Canada (CETA) wil sluiten. De kritische bezorgdheid betreft onder andere het punt van de geschillenbeslechting.

Conclusies

Hoewel de rechtsstaat in 2017 bij veel politieke partijen op de agenda staat, levert de beoordeling door de commissie een onrustig beeld op. De commissie merkt op dat de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd de fundamenten van onze rechtsstaat daadwerkelijk onder druk zetten. Willen we de rechtsstaat behouden, dan zullen we in antwoord op dreigingen van buitenaf steeds naar die maatregelen moeten zoeken die onze rechtsstaat zelf geen geweld aandoen. Wie ter bescherming van onze democratische rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen, bijvoorbeeld door bepaalde groepen burgers voortaan als tweederangs te behandelen of uit te sluiten van rechten, vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen. De commissie wil niet de indruk wekken dat elke verandering verkeerd is. Onze rechtsstaat is dynamisch en ook onze vrijheden liggen niet vast. Veel kritische signaleringen van de commissie zijn daarom niet rood, maar oranje. Daarmee heeft de commissie willen aangeven dat deze voorstellen nog eens grondig moeten worden bekeken, omdat zij in rechtsstatelijk opzicht vragen oproepen, bijvoorbeeld omdat zij niet in overeenstemming zijn met bestaande regels en afspraken. Er is bovendien ook goed nieuws. Meer dan in de vorige verkiezingsronde stelt de commissie vast dat de rechtsstaat als een relevant thema wordt benoemd in veel van de programma’s. Het blijft niet bij algemeenheden; veel partijen doen voorstellen die een concrete versterking van onze rechtsstaat inhouden.

Samenstelling commissie

  • prof. mr. drs. Wouter Veraart, hoogleraar Encyclopedie der Rechtswetenschap en Rechtsfilosofie, Vrije Universiteit Amsterdam (voorzitter)
  • prof. mr. Lokke Moerel, hoogleraar Global ICT Law, Universiteit van Tilburg, en advocaat bij Morrison & Foerster;
  • prof. mr. Peter Rodrigues, hoogleraar Immigratierecht, Universiteit Leiden;
  • prof. mr. drs. Marc de Wilde, hoogleraar Algemene Rechtsleer, Universiteit van Amsterdam;
  • dr. mr. Camilo Schutte, voorzitter adviescommissie rechtsstatelijkheid NOvA en advocaat bij Schutte Schluep & Heide-Jørgensen te Amsterdam.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 21 februari 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.