Uitlening van een e-book

Geschreven door: Redactie op

In Nederland valt de uitlening van e-books door openbare bibliotheken niet onder de voor papieren boeken geldende regeling voor uitlening. Op dit moment stellen de openbare bibliotheken e-books via het internet ter beschikking van het publiek op basis van licentieovereenkomsten met de rechthebbenden. 

De Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) vindt dat de regeling voor papieren boeken eveneens van toepassing moet zijn op digitale uitlening. In dat kader heeft zij de Stichting Leenrecht, de stichting belast met de inning van de aan auteurs verschuldigde vergoedingen, gedagvaard teneinde een hiertoe strekkende verklaring voor recht te krijgen. De vordering van de VOB betreft uitleningen volgens het model ‘one copy, one user’, dus uitlening van een digitale kopie van een boek waarbij deze kopie op de server van een bibliotheek wordt geplaatst en het mogelijk wordt gemaakt dat een gebruiker die kopie door downloaden op zijn eigen computer reproduceert, zodanig dat tijdens de uitleenperiode slechts één kopie kan worden gedownload en deze na afloop van die periode door niet meer kan worden gebruikt. In een richtlijn van de EU uit 2006 betreffende onder meer het verhuurrecht en het uitleenrecht voor boeken (Richtlijn 2006/115/EG) is bepaald dat het uitsluitende recht om die verhuur en uitlening toe te staan of te verbieden toekomt aan de auteur van het werk. De lidstaten kunnen ten aanzien van openbare uitlening echter afwijken van dat uitsluitende recht mits ten minste de auteurs een billijke vergoeding krijgen voor deze uitlening. De vraag rijst dus of deze afwijking ook van toepassing is op de uitlening van e-books volgens het model ‘one copy, one user’. De Rechtbank Den Haag waar het geschil aanhnagig is stelde daarom prejudiciële vragen aan het HvJ EU.

Arrest van het Hof

In zijn arrest van 10 november 2016 stelt het Hof om te beginnen vast dat er geen dwingende reden bestaat om de uitlening van digitale kopieën en onstoffelijke voorwerpen hoe dan ook uit te sluiten van de werkingssfeer van de richtlijn. Deze vaststelling vindt steun in de door de richtlijn nagestreefde doelstelling, te weten dat het auteursrecht wordt aangepast aan de nieuwe economische ontwikkelingen. Het zou voorts indruisen tegen het algemene beginsel van een hoog beschermingsniveau voor auteurs wanneer digitale uitlening volledig zou worden uitgesloten van de werkingssfeer van de richtlijn. Vervolgens gaat het Hof na of de openbare uitlening van een digitale kopie van een boek volgens het model ‘one copy, one user’, onder artikel 6, lid 1, van de richtlijn kan vallen. In dat verband constateert het Hof dat, gezien het belang van de openbare uitlening van digitale boeken en om zowel de nuttige werking van de in artikel 6, lid 1, van de richtlijn vervatte afwijking ten behoeve van openbare uitlening als de bijdrage van deze uitzondering aan de bevordering van culturele activiteiten te beschermen, niet kan worden uitgesloten dat dit artikel ook van toepassing is in gevallen waarin de door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek verrichte handeling, met name uit het oogpunt van de in artikel 2, lid 1, onder b), van die richtlijn vervatte voorwaarden, kenmerken vertoont die in wezen vergelijkbaar zijn met die van de uitlening van gedrukte werken. Dit is het geval bij de uitlening van een digitale kopie van een boek volgens het model ‘one copy, one user’. Het Hof oordeelt dus dat het begrip ‘uitlening’ in de zin van de richtlijn mede een dergelijke uitlening omvat. Het Hof merkt verder op dat het de lidstaten vrijstaat om bovenop hetgeen uitdrukkelijk in de richtlijn is geregeld te voorzien in aanvullende voorwaarden ter verbetering van de bescherming van de rechten van auteurs. In dit geval vereist de Nederlandse wetgeving dat de door de openbare bibliotheek ter beschikking gestelde digitale kopie van een boek in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de houder van het distributierecht of met zijn toestemming. Volgens het Hof moet worden geoordeeld dat een dergelijke aanvullende voorwaarde verenigbaar is met de richtlijn. Wat betreft het geval waarin een digitale kopie van een boek uit illegale bron is verkregen, herinnert het Hof eraan dat een van de doelstellingen van de richtlijn erin bestaat piraterij te bestrijden, en wijst het Hof erop dat het toestaan van de uitlening van een dergelijke kopie een ongerechtvaardigd nadeel zou kunnen opleveren voor de houders van het auteursrecht. De uitzondering voor openbare uitlening is dan ook niet van toepassing op de terbeschikkingstelling van een digitale kopie van een boek door een openbare bibliotheek ingeval die kopie uit illegale bron is verkregen.

 

HvJ EU zaak C-174/15 Vereniging Openbare Bibliotheken/Stichting Leenrecht

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 15 november 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.