Strafvordering kinderpornografie

De nieuwe Richtlijn voor strafvordering kinderpornografie ziet op de overtreding van art. 240b Sr. Dit betreft het vervaardigen, verspreiden, in bezit hebben, aanbieden en verwerven van kinderpornografisch materiaal en het zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal.


Door de opkomst van het internet en de snelle technologische ontwikkelingen zijn de beschikbaarheid van kinderpornografisch materiaal, maar ook de mogelijkheden dit te vervaardigen of te verspreiden, en de verscheidenheid aan vormen van dit materiaal in snel tempo toegenomen. Bovendien zijn fysieke barrières en landsgrenzen daardoor weggevallen. In antwoord op deze ontwikkelingen heeft de wetgever de maximumstraf aanzienlijk verhoogd, het aantal in art 240b Sr strafbaar gestelde handelingen met kinderpornografieaanzienlijk uitgebreid, en wettelijk vastgelegd dat een taakstraf voor overtreding van art 240b Sr, alleen kan worden opgelegd in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De richtlijn Strafvordering kinderpornografie is aangepast aan deze ontwikkelingen. De Richtlijn is sinds 1 november 2013 in werking en vervangt de richtlijn uit 2011.

 

Betekenisvolle reactie

Uitgangspunt bij de vervolgingsbeslissing van het OM is dat op iedere overtreding van art 240b Sr een betekenisvolle reactie van het OM dient te volgen. In de meeste gevallen betekent dat dat de zaak aan de rechter zal worden voorgelegd en een straf zal worden geëist. De richtlijn bevat de criteria aan de hand waarvan in individuele zaken een strafeis geformuleerd dient te worden in zaken die ter zitting aan de rechter worden voorgelegd. Daarnaast kunnen er omstandigheden aan de orde zijn die maken dat een afdoening buiten de zittingszaal in het concrete geval meer gewenst is en een snellere interventie met onder andere een intensieve, gedragsbeïnvloedende behandeling, een zinvollere reactie is dan een traject naar de rechtbank. De criteria op basis waarvan en de wijze waarop het OM tot een dergelijke afdoeningsbeslissing kan komen, zijn ook verwerkt in de Richtlijn.

 

Richtlijn van 25 oktober 2013, Stcrt. 2013, 29674

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.