Stelselvernieuwing gesubsidieerde rechtsbijstand: aangepaste plannen

De kosten voor gesubsidieerde rechtsbijstand zijn de afgelopen 10 jaar toegenomen van € 330 miljoen in 2002 naar € 495 miljoen in 2012. Dat schrijft staatssecretaris Teeven op 18 februari 2014 in een brief aan de Tweede Kamer over de stelselvernieuwing van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Van de toename van € 165 miljoen is € 63 miljoen toe te schrijven aan de inflatie. Daarnaast zijn de kosten met € 102 miljoen toegenomen. In 10 jaar tijd is het budget dus met 25 procent gestegen bóven op de inflatie. Overigens zijn vanaf 2006 in dit budget ook de kosten voor tolk- en vertaaldiensten opgenomen.
 

De brief van Teeven is een vervolg op de veelbesproken brief van 12 juli 2013, waarin op hoofdlijnen maatregelen werden aangekondigd om tot een structurele jaarlijkse bezuiniging op de gesubsidieerde rechtsbijstand van € 85 miljoen per 2018 te komen. In de nieuwe brief informeert hij de Tweede Kamer over aanpassingen op het oorspronkelijke plan. Het gaat om de volgende maatregelen:
 

Verbetering kwaliteit van dienstverlening en verdere specialisatie

Met het wetsvoorstel Positie en toezicht advocatuur (Kamerstukken 32 382) krijgt de NOvA meer mogelijkheden om regels te stellen ter verhoging van de integriteit en kwaliteit van de advocatuur, onder andere door de invoering van collegiale toetsing en van het nieuwe toezichtsysteem. Daarnaast is binnen de advocatuur een ontwikkeling gaande om specialisatieverenigingen op te richten. Deze verenigingen hanteren steeds vaker deskundigheidsvoorwaarden aan hun leden, zowel bij toetreding als tot behoud van het lidmaatschap. Teeven verwacht dat door het verbeteren van de kwaliteit van de advocatuur binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, de vraag hiernaar op lange termijn zal verminderen.
 

Coördinatie van besluiten bestuursrecht

In het bestuursrecht, meer in het bijzonder het sociale zekerheidsrecht, stellen belanghebbenden vaak meerdere malen bezwaar of beroep in omdat niet altijd duidelijk is wanneer sprake is van een voor beroep vatbaar besluit. Dit leidt tot vele aanspraken op gesubsidieerde rechtsbijstand. De regeringscommissaris voor de algemene regels van bestuursrecht doet momenteel onderzoek naar een model waarbij de rechtsverhouding tussen overheid en burger niet steeds wordt opgeknipt via een beroepsrecht tegen afzonderlijke besluiten.
 

Pijler van het nieuwe stelsel: versterking van de eerste lijn

Veel advocaten vinden dat zij zich moeten beperken tot zaken die voortgezette rechtsbijstand van een (gespecialiseerde) advocaat vergen. Op dit moment stromen vanuit het Juridisch Loket teveel zaken door naar de advocatuur, die een gespecialiseerde rechtsbijstandverlener even goed kan afhandelen. De eerste lijn die Teeven voorstelt, krijgt meer ruimte om niet alleen te adviseren, maar ook om problemen van rechtzoekenden te helpen oplossen.
 

Huur- en verbintenissenrecht: toevoeging wordt uitzondering

Het huurrecht en het verbintenissenrecht zijn rechtsgebieden waarvoor de markt voorziet in goede alternatieven voor gesubsidieerde rechtsbijstand en waarbij procederen, en dus ook een toevoeging, niet de meest aangewezen route is voor het vinden van een oplossing voor een geschil. Gesubsidieerde rechtsbijstand voor deze rechtsgebieden zal daarom beperkt worden tot uitzonderlijke gevallen. Binnen het verbintenissenrecht geldt een uitzondering op deze regel als het gaat om straat- en contactverboden, gewelds- en  zedenmisdrijven, medisch handelen en onrechtmatige overheidsdaad.
 

Echtscheiding

Binnen het echtscheidingsrecht moeten twee maatregelen zorgen voor een kleiner beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand: ‘scheiden zonder rechter’ en ‘scheiden op basis van gezinsinkomen’. Naar aanleiding van kritiek op de laatstgenoemde maatregel komt er een onderzoek naar de wijze waarop vechtscheidingen voorkomen kunnen worden.
 

Straf(proces)recht

Voor het strafprocesrecht kondigt Teeven de volgende maatregelen aan:

  • niet afgeven van een ambtshalve last indien de bewaring nadat deze is bevolen direct wordt geschorst;
  • niet afgeven van een ambtshalve last in hoger beroep als de verdachte op vrije voeten verkeert;
  • herijking enkele forfaitaire vergoedingen;
  • generieke verlaging van het uurtarief.
     

Clawback

Teeven staat positief ten opzichte van de ‘clawback’, hij laat verder onderzoeken hoe deze maatregel in Nederland kan worden ingevoerd. Clawback wil zeggen dat rechtzoekenden die met behulp van gesubsidieerde rechtsbijstand een financieel resultaat behalen, uit dat resultaat een deel van de kosten van de aan hen verleende rechtsbijstand terugbetalen. 
 

Verhoging financieel belang

Om het gebruik van alternatieve vormen van geschilbeslechting te stimuleren, worden de drempels voor het minimale financiële belang dat een rechtzoekende heeft, verdubbeld van € 250 naar € 500 voor een lichte adviestoevoeging, van € 500 naar € 1000 voor een proceduretoevoeging en van € 1000 naar € 2000 voor toevoeging in een cassatiezaak.
 

Kennelijke afdoening in het bestuursrecht

Per 15 februari 2014 is de vergoeding voor rechtsbijstand in kennelijke zaken in het bestuursrecht op het oude niveau teruggebracht van voor 1 oktober 2013. Teeven komt hiermee tegemoet aan de kritiek van met name de asieladvocaten. Bij deze kennelijke afdoeningen, in onder meer asielzaken, heeft regelmatig een inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden, waarmee terugkeer naar de hogere vergoeding op zijn plaats is.
 

Verlaging generiek uurtarief

De aanpassingen van het maatregelenpakket ten opzichte van het pakket zoals Teeven dat voorstelde in de brief van 12 juli 2013 leiden ertoe dat de besparing van € 85 miljoen per jaar niet gehaald wordt. Om die reden wordt de generieke vergoeding verlaagd. Deze verlaging vindt in twee tranches plaats. De eerste tranche, die naar verwachting minimaal zal zijn, wordt in 2015 ingevoerd, de tweede tranche in 2016, wanneer de besparing als gevolg van de maatregel clawback duidelijk zal zijn. De ondergrens van het uurtarief is € 100. 
 

Reacties NOvA en VSAN

De VSAN stelt in een persbericht op haar website dat de bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtsbijstand in strijd zijn met het EVRM. Dat blijkt uit een recent verschenen advies van prof. mr. T. Barkhuysen. Dit advies is in opdracht van de VSAN en de Vereniging Sociale Advocatuur Amsterdam (VSAA) tot stand gekomen. Beide verenigingen hebben de staatssecretaris verzocht om de voorgestelde maatregelen in overeenstemming te brengen met het internationale recht. De NOvA schrijft op de website: ‘De Orde heeft zich vanaf het begin fel uitgesproken tegen deze verdere aantasting van de toegang tot het recht en is die mening ook na deze nieuwe brief van de staatssecretaris toegedaan. Het wordt rechtzoekenden nog moeilijker gemaakt om rechtsbijstand in te schakelen en advocaten die binnen het stelsel actief zijn, worden financieel uitgekleed. Ongeacht dit principiële en ongewijzigde standpunt, voelt en draagt de Orde een medeverantwoordelijkheid voor het behoud van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.