Schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie

Met deze brief wordt de kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de juridische analyse van de ambtelijke werkgroep ‘Schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie’. Deze werkgroep heeft als opdracht om juridische en praktische duidelijkheid te bieden over de betekenis van de schriftelijke wilsverklaring uit art. 2, tweede lid, van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Euthanasiewet).

De werkzaamheden van de werkgroep zijn verdeeld over drie fasen.
Ten eerste een analyse van de parlementaire geschiedenis van de Euthanasiewet en ten tweede een analyse van de jurisprudentie (hierover ging een eerder nieuwsbericht op deze site). De derde fase betreft een inventarisatie van de knelpunten in de praktijk, met als uiteindelijke doel de totstandkoming van een gedragen
handreiking voor zowel artsen en andere zorgprofessionals, als voor burgers en patiënten. In deze brief worden de belangrijkste conclusies van de juridische analyse benoemd en worden enkele belangrijke onbeantwoorde rechtsvragen uitgelicht.

De juridische analyse van de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie met betrekking tot art. 2, tweede lid, van de Euthanasiewet geeft een aantal duidelijke uitgangspunten voor de schriftelijke wilsverklaring. Het aantal vormvereisten aan de schriftelijke wilsverklaring is minimaal. Opgenomen moeten zijn de naam, handtekening en dagtekening. Dan is het een geldige verklaring. Dit wordt bevestigd in de jurisprudentie. Voor de betekenis van de schriftelijke wilsverklaring geldt dat, blijkens de jurisprudentie, hoe duidelijker, concreter en gedetailleerder de verklaring, hoe groter het gewicht dat wordt toegekend aan de verklaring.

Er is geen houdbaarheidsdatum aan de schriftelijke wilsverklaring. Deze is in beginsel onbeperkt geldig. Wel blijkt de waarde van actualiseren sterk uit de jurisprudentie. Art. 2, tweede lid, van de Euthanasiewet bepaalt dat in het geval de schriftelijke wilsverklaring wordt toegepast de zorgvuldigheidseisen ‘van overeenkomstige toepassing’ zijn.

De zorgvuldigheidseisen zijn dan ‘zoveel als feitelijk mogelijk is in de gegeven situatie van toepassing’. Deze uitleg laat ruimte voor verdere interpretatie. Duidelijk is wel dat de beoordeling van de zorgvuldigheidseisen niet kan worden gereduceerd tot alleen de aanwezigheid van de schriftelijke wilsverklaring. De arts moet – gezien de wilsonbekwaamheid van de patiënt – de vereiste overtuiging dat aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan, in dat geval verkrijgen op basis van zijn eigen beoordeling van de concrete situatie van de patiënt, het medisch dossier, overleg met andere hulpverleners die met de patiënt een behandelrelatie hebben of hadden en overleg met familie en naasten. Om meer duidelijkheid te krijgen voor nadere invulling van ‘van overeenkomstige toepassing’ in relatie tot de afzonderlijke zorgvuldigheidseisen kan de ‘code of practice’ van de regionale toetsingscommissies euthanasie, die naar verwachting in het voorjaar van 2015 gereed is daar mogelijk voor een deel in voorzien. Dementie is een belangrijk voorbeeld van een ziekte waarbij het verlies van wilsbekwaamheid van de patiënt een centrale rol speelt. Tijdens de parlementaire behandeling van de wet is dementie nadrukkelijk aan de orde geweest.

Wat opvalt is dat in algemene zin vrij terughoudend werd gesproken over de mogelijkheden ten aanzien van euthanasie bij dementie. Dementie, zo werd destijds benadrukt, kan op zichzelf geen reden zijn voor euthanasie. Lijden dat met de dementie samenhangt, kan daarentegen wel aanleiding zijn voor de inwilliging van een verzoek om levensbeëindiging.
Ten aanzien van dementie zijn sinds de totstandkoming van de Euthanasiewet voortschrijdende inzichten ontstaan die zowel zien op dementie als zodanig als op de ondraaglijkheid van het lijden bij dementie. Dit is van invloed geweest op de visie op dementie en euthanasie.

Dit wordt weerspiegeld in de jurisprudentie. De toepasbaarheid van art. 2, tweede lid, van de Euthanasiewet bij dementie komt in de inventarisatie van de knelpunten in de praktijk expliciet aan de orde. ZonMw is reeds begonnen met de inventarisatie van knelpunten in de praktijk. Naar verwachting zijn de uitkomsten hiervan na de zomer gereed.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.