Schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie

De Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding behoeft meer duidelijkheid in de situatie waarin een schriftelijke wilsverklaring is afgelegd, maar de patiënt nadien wilsonbekwaam is geworden.

Dat blijkt uit een jurisprudentieonderzoek uitgevoerd door P.A.M. Mevis, S.R. Bakker, L. Postma en J.H.J. Verbaan, in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van VenJ, ten behoeve van de door de Minister van VWS ingestelde werkgroep ‘Schriftelijke wilsverklaring bij euthanasie’. Deze werkgroep heeft als opdracht om juridische en praktische duidelijkheid te bieden omtrent de betekenis van de schriftelijke wilsverklaring bij wilsonbekwame patiënten. De doelstelling van de werkgroep is een handreiking te verzorgen voor artsen en burgers. Het jurisprudentie-onderzoek is slechts een onderdeel van de taakuitvoering van de werkgroep.
 

Wettelijk kader

Hulp bij zelfdoding en levensberoving is strafbaar gesteld in artikel 293 respectievelijk artikel 294 Sr. Deze feiten zijn op grond van dezelfde bepalingen echter niet strafbaar indien is voldaan aan bepaalde zorgvuldigheidseisen, neergelegd in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl). Deze zorgvuldigheidseisen zijn opgenomen in art. 2 lid 1 Wtl. Daarbij ziet art. 2 lid 2 Wtl op de bijzondere situatie dat een schriftelijke wilsverklaring is afgelegd, maar de patiënt nadien wilsonbekwaam is geworden. Voor die situatie bepaalt art. 2 lid 2 Wtl dat de arts op de eerdere wilsverklaring van de patiënt kan afgaan en dat de zorgvuldigheidseisen van art. 2 lid 1 van overeenkomstige toepassing zijn. De in de bewoordingen van de wet besloten liggende noodzaak en ruimte voor afweging door de arts vormen de kern van de aanleiding voor dit jurisprudentieonderzoek.
 

Aanbevelingen

Op basis van het gehele rapport en de deelconclusies en algemenere conclusie hebben de onderzoekers onderstaande aanbevelingen gegeven. Waar verheldering van regelgeving aanbevolen wordt, is van belang dat die verheldering op verschillende wijzen kan worden gerealiseerd. Dat hoeft niet per se met wijziging van de bestaande wet in formele zin, de Wtl, gepaard te gaan, al willen de onderzoekers wel hebben gezegd dat de onduidelijkheden bij die wettekst en wetsgeschiedenis beginnen.

  1. Schep meer duidelijkheid over de betekenis van ‘van overeenkomstige toepassing’ in art. 2 lid 2 Wtl.
  2. Druk uit, dat de consulent kennis moet nemen van de schriftelijke wilsverklaring en er zich over moet uitlaten of mede op basis daarvan aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan, en zo nee, waarom niet.
  3. Bezie of de jurisprudentie al voldoende houvast biedt voor nadere invulling van ‘van overeenkomstige toepassing’ per zorgvuldigheidseis, en hoe er moet (of kan) worden vastgesteld dat aan elk der eisen is voldaan.
  4. Verhelder of, en zo ja welke normering het antwoord op de vraag bepaalt of ten deze op de wilsverklaring kan worden afgegaan. Daartoe behoort in elk geval de situatie dat op grond van naderhand gebleken bijzondere omstandigheden alsnog blijkt dat niet aan de eisen is voldaan c.q. dat de betreffende arts de euthanasie niet wil uitvoeren vanwege persoonlijke bezwaren. Druk uit dat, zoals uit de jurisprudentie blijkt, bevestiging van belang is, maar niet bepalend voor de grensafbakening ‘zorgvuldig/niet zorgvuldig’.
  5. Versterk de rechtsvormende en voorlichtende functie van de oordelen van de RTE’s. In de motivering ervan of in het jaarverslag kan daaraan vorm worden gegeven. Voorzie binnen de RTE’s in een overkoepelende rechtseenheidsvoorziening voor onbeantwoorde rechtsvragen.

Bron: www.rijksoverheid.nl, d.d. 04-07-2014

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.