Sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen

Geschreven door: Redactie op

Er zijn de afgelopen jaren diverse voorvallen aan het licht gekomen waarbij bedrijven en instellingen op onoorbare wijze bleken te hebben gehandeld. In toenemende mate komt dan de vraag op naar de mogelijkheden om leidinggevende functionarissen aan te spreken wanneer zij rechtens onjuist handelen dan wel hun positie of hun bedrijf of instelling daarvoor gebruiken. Het WODC bracht een rapport uit waarmee wordt beoogd om het bestaande juridische kader ter zake van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevenden van bedrijven en instellingen in hoofdlijnen inzichtelijk te maken.


Het rapport kwam dus tot stand in opdracht van het WODC maar werd opgesteld door prof. mr. S.D. Lindenbergh, mr. A.I. Schreuder en mr. J.H.J. Verbaan van de Erasmus Universiteit Rotterdam (Erasmus School of Law).


Bestaand instrumentarium

Doel van het rapport is primair om een overzicht te bieden, en het bestaande ‘instrumentarium’ binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht in een handzaam document samen te brengen. Het rapport strekt er niet toe een uitputtende analyse te geven van alle gronden voor aansprakelijkheid en mogelijkerwijs op te leggen sancties.

De nadruk ligt op het materiële recht; procesrechtelijke aspecten blijven goeddeels buiten beschouwing. Met ‘sanctioneren’ wordt gedoeld op de mogelijkheden om juridische sancties op te leggen wegens schending van een civiel-, straf en/of bestuursrechtelijk gehandhaafde norm. Het document richt zich op leidinggevende functionarissen, en meer in het bijzonder op de hoofdleidinggevenden van organisaties. Onder hoofdleidinggevenden wordt verstaan het ‘middenmanagement’ (functionarissen die leidinggeven aan een bepaalde afdeling/onderdeel van de organisatie, en vooral een bepaalde strategie implementeren) en het ‘topmanagement’ (functionarissen die de verantwoordelijkheid dragen voor de organisatie als geheel, en zich bezighouden met het ontwikkelen van het beleid en de strategie van de organisatie). Het rapport ziet uitsluitend op leidinggevenden als natuurlijke personen en hun gedragingen in het kader van een feitelijke of formele betrokkenheid bij een organisatie. Het begrip ‘leidinggevende’ krijgt binnen elk rechtsgebied een eigen invulling.


Welke weg bewandelen?

De in het rapport weergeven mogelijkheden tot sanctionering kunnen niet door eenieder, en niet onder alle omstandigheden worden ingeroepen. Zo staan de civielrechtelijke sancties enkel open voor de benadeelde partij wier belang in het geding is, dan wel voor de in de wet of statuten aangewezen personen of organen binnen de organisatie. Binnen het strafrecht is initiëring door het Openbaar Ministerie (OM) vereist, en binnen het bestuursrecht dient het bevoegde bestuursorgaan tot sanctionering over te gaan.

Voor zover er verschillende mogelijkheden naast elkaar openstaan, geldt daarnaast dat de keuze voor een bepaalde sanctie, aan de mogelijkheid tot het opleggen van een andere sanctie in de weg kan staan. Dit geldt hoofdzakelijk bij het bestuurs- en strafrecht, en vindt aldaar ook regeling door het una via-beginsel en het ne bis in idem-beginsel, die beide
ook in wettelijke bepalingen zijn neergelegd. Meerdere bestuurlijke herstelsancties kunnen ook niet gelijktijdig worden opgelegd, cumulatie van bestuurlijke boetes is niet mogelijk, en cumulatie van een bestuurlijke boete (en andere bestraffende bestuurlijke sancties) en een strafrechtelijke sanctie is in beginsel evenmin toegestaan.

Staan er meer mogelijkheden tot sanctionering binnen verschillende rechtsgebieden open, dan is van belang om in overweging te nemen dat er – naast materieelrechtelijke – ook procesrechtelijke verschillen tussen de rechtsgebieden bestaan. Zo worden bijvoorbeeld verschillende bewijsmaatstaven gehanteerd, en variëren de mogelijkheden tot het doen van onderzoek en het vergaren van gegevens. In het strafrecht bestaan er in dit verband velerlei en de meest vergaande bevoegdheden op het gebied van opsporing; in het bestuursrecht wordt de ‘opsporing’ aangeduid als toezicht door de toezichthouder.


Structuur

In het rapport worden in verschillende hoofdstukken achtereenvolgens uitgebreid de mogelijkheden binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht besproken, waarbij ten aanzien van elk rechtsgebied eenzelfde opzet is gevolgd. De bespreking is gestructureerd aan de hand van de vragen (i) aan welke functionarissen (‘wie’), (ii) onder welke omstandigheden (‘wanneer’), (iii) welke sancties (‘wat’) kunnen worden opgelegd. Aan het eind van het rapport is bij wijze van samenvatting de inhoud van de bespreking in handige schema’s weergegeven.



Prof. mr. S.D. Lindenbergh, mr. A.I. Schreuder, mr. J.H.J. Verbaan, Een inventarisatie van de mogelijkheden tot sanctionering van leidinggevende functionarissen binnen het civiel-, straf- en bestuursrecht, WODC 2015.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 19 januari 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.