Richtlijn bewaring telecomgegevens ongeldig

De richtlijn betreffende de bewaring van gegevens is onverenigbaar met het grondrecht van burgers op eerbiediging van hun privéleven. Dat recht is vastgelegd in het Handvest van de grondrechten. Het Handvest eist dat iedere beperking op de uitoefening van een grondrecht bij wet moet zijn gesteld. Dat is het advies van advocaat-generaal Cruz Villalón aan het EU-Hof op vragen van de Ierse High Court en het Oostenrijkse Verfassungsgerichtshof. Hij stelt evenwel voor om de gevolgen van de vaststelling van ongeldigheid open te laten zodat de wetgever van de Unie binnen een redelijke termijn de noodzakelijke maatregelen kan nemen om de vastgestelde ongeldigheid ongedaan te maken.

 

Het gaat om de conclusie in de gevoegde zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Beide betreffen prejudiciële procedures die door de High Court of Ireland en het Verfassungsgerichtshof Oostenrijk zijn ingesteld. De definitieve uitspraak van het Hof wordt over een paar maanden verwacht.

 

Conclusie

Advocaat-generaal Pedro Cruz Villalón is van mening dat de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens in haar geheel onverenigbaar is met het in het Handvest voor de grondrechten neergelegde vereiste dat iedere beperking op de uitoefening van een grondrecht bij wet moet zijn gesteld. Door aanbieders van elektronische communicatiediensten te verplichten om verkeersen localisatiegegevens van elektronische communicatie te verzamelen en te bewaren, vormt de richtlijn volgens de advocaat-generaal een duidelijke inmenging in het grondrecht van burgers op eerbiediging van hun privéleven. De advocaat-generaal benadrukt in dit verband dat de exploitatie van deze gegevens een belangrijk deel van het gedrag van een persoon, dat strikt onder zijn privéleven valt, op getrouwe en uitputtende wijze in kaart kan brengen of zelfs een volledig en precies beeld kan schetsen van zijn privé-identiteit. Overigens neemt het gevaar toe dat de bewaarde gegevens worden gebruikt voor onrechtmatige doeleinden die potentieel inbreuk maken op het privéleven, of ruimer, voor frauduleuze of zelfs kwaadwillende doeleinden. Deze gegevens worden namelijk niet bewaard door de autoriteiten of zelfs maar onder hun directe toezicht, maar door de aanbieders van elektronische communicatiediensten zelf. Bovendien bepaalt de richtlijn niet dat de gegevens op het grondgebied van een lidstaat moeten worden bewaard. Deze gegevens kunnen bijgevolg worden opeengestapeld op onbepaalde plaatsen in de cyberspace.
Gelet op deze duidelijke inmenging had de richtlijn allereerst de fundamentele beginselen moeten aangeven die in acht moesten worden genomen bij het bepalen van de minimumwaarborgen voor de toegang tot de verzamelde en bewaarde gegevens en de exploitatie ervan.
De wetgever van de Unie had als beginsel moeten stellen, dat de autoriteiten die toestemming hebben voor toegang tot de gegevens, verplicht zijn om ten eerste deze gegevens te wissen zodra zij niet langer van nut zijn, en ten tweede de betrokkenen, ten minste achteraf, in kennis te stellen van deze toegang. Evenwel laat de richtlijn – die de toegang tot de verzamelde en bewaarde gegevens noch de exploitatie ervan regelt – het aan de lidstaten over om deze waarborgen te bepalen en vast te stellen. Derhalve voldoet de richtlijn niet aan het in het Handvest neergelegde vereiste dat elke beperking op de uitoefening van een grondrecht bij wet moet zijn gesteld. Wanneer de wetgever van de Unie een handeling vaststelt, zoals de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens, die verplichtingen oplegt die duidelijk een inmenging vormen in de grondrechten van de burgers van de Unie, behoort hij zijn deel van de verantwoordelijkheid op te nemen door ten minste de beginselen te definiëren die leidend moeten zijn bij de bepaling, de vaststelling, de toepassing en het toezicht op de eerbiediging van deze waarborgen

 

Evenredigheid

Advocaat-generaal Cruz Villalón is vervolgens van mening dat de richtlijn betreffende de bewaring van gegevens onverenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel, voor zover het de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat de gegevens worden bewaard gedurende een termijn waarvan de maximumduur is vastgesteld op twee jaar.
Hij meent dat deze richtlijn een geheel legitiem doel nastreeft, te weten het garanderen dat verzamelde en bewaarde gegevens beschikbaar zijn voor het onderzoeken, opsporen en vervolgen van zware criminaliteit, en dat zij kan worden beschouwd als passend en zelfs, onder voorbehoud van de waarborgen die hiermee gepaard zouden moeten gaan, als noodzakelijk om deze doelstelling te bereiken.
Evenwel heeft de advocaat-generaal in de verschillende bij het Hof ingediende standpunten ter verdediging van de evenredigheid van de bewaringsduur van de gegevens, nergens een rechtvaardiging gevonden waarom de bewaringsduur die door de lidstaten moet worden vastgesteld niet korter dan maximaal een jaar zou mogen bedragen.

 

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Dit is stellig een aanleiding om grondrechten definitief af te schaffen zoals de VVD ook bepleit, want die druisen in tegen het Gezonde Volksgevoel dat Duitsland in de jaren '30 ook richting gaf na een periode van chaos.
Frits Jansen schreef op :
Deze zaak was vast al heel lang geleden aanhangig gemaakt, toen we die richtlijn nog heel erg vinden en nog onwetend waren van van Snowden allemaal zou onthullen. Achteraf lijkt die richtlijn wel een truc: een detail wettelijk regelen en intussen met grof geweld privacy schenden.

En er isnog een reden. Een paar jaar geleden moets je je nog legitimeren in bepaalde internet shops (bijv. in Italië). Tegenwoordig heeft elke kroeg tot in Albanië toe WiFi. Misschien herkennen ze mijn telefoon inmiddels? IK hoop het niet. Al doe ik niets wat niet door de beugel kan.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.