Rechtsbijstand via videoverbinding in eerste fase opsporingsonderzoek

Geschreven door: Redactie op

In een brief van 22 augustus jl. van de Minister van VenJ over de (organisatie van de) rechtsbijstand in de eerste fase van het opsporingsonderzoek en meer specifiek bij ZSM-zaken wordt de mogelijkheid van rechtsbijstand via video geïntroduceerd.

De invoering van de ZSM-werkwijze heeft geleid tot een gezamenlijke aanpak en afhandeling door nationale politie, openbaar ministerie en andere partners in de strafrechtketen van zaken die vallen onder de noemer ‘veel voorkomende criminaliteit’. Naarmate ZSM zich verder ontwikkelde rees de vraag of de versnelling die deze werkwijze meebrengt en – als onderdeel daarvan – de mogelijkheid van een snelle afdoening buiten de rechter om, al dan niet noodzaakt tot een eerder en intensiever aanbod van rechtsbijstand. In reactie op de integrale evaluatie van de ZSM-werkwijze liet de minister eerder weten in een aparte brief nader in te zullen gaan op de wijze waarop hij de structurele organisatie van de rechtsbijstand in de eerste fase van het opsporingsonderzoek wil vormgeven, mede in het licht van de aanbevelingen van de commissie-Wolfsen inzake de stelselvernieuwing rechtsbijstand en de invoering van het recht op verhoorbijstand per 1 maart 2016. Met de brief van 22 augustus doet hij deze toezegging gestand.
 

Categorie A, B en C-zaken

De brief heeft echter vooral betrekking op rechtsbijstand aan aangehouden verdachten in zgn. categorie B-zaken. Op grond van de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor wordt een onderscheid gemaakt tussen A, B- en C-zaken. Categorie A-zaken betreffen kapitale delicten, projectmatig opsporingsonderzoek, gevoelige zaken, verdachten jonger dan 16, verdachten van 16 of 17 jaar en andere verdachten met een verstandelijke beperking bij zwaardere strafbare feiten inclusief zedenmisdrijven. Categorie B-zaken betreffen de misdrijven waarbij voorlopige hechtenis toegelaten is en die niet vallen onder categorie A. Categorie C-zaken betreffen misdrijven waarbij voorlopige hechtenis niet toegelaten is en zaken betreffende overtredingen. In categorie A-zaken blijft de huidige werkwijze gehandhaafd. Dat betekent dat in die zaken door de politie automatisch een advocaat wordt opgeroepen die de verdachte op het politiebureau bezoekt.
 

Rechtsbijstand via video voor categorie B-zaken

In categorie B-zaken is de minister voornemens om de consultatiebijstand door middel van een videoverbinding te laten plaatsvinden. Consultatiebijstand, inclusief het eventueel doen van afstand daarvan, moet plaats gaan vinden via een videoverbinding tussen de op een centrale ZSM-locatie aanwezige advocaat en de locatie waar de verdachte wordt opgehouden en verhoord. Een uitzondering wordt gemaakt voor kwetsbare verdachten en voor gevallen waarin de verdachte per se een fysiek consult wenst. Op elk van de tien ZSM-locaties in Nederland zal van 08.00 tot 22.00 uur (afhankelijk van het aanbod aan verdachten) een advocaat aanwezig zijn. Deze advocaat verricht zelfstandig volgens geldende beroepsnormen zijn of haar werk als advocaat. Met de aanwezigheid van de advocaat op de centrale ZSM-locatie wordt tevens voorzien in de mogelijkheid van bijstand van een advocaat in geval van een door de officier van justitie voorgenomen directe afdoening (voorwaardelijk sepot, transactie, OM-strafbeschikking). De verdachte blijft het recht behouden om bijstand van een voorkeursadvocaat dan wel een gekozen advocaat te vragen. Als de verdachte gebruik wil maken van dit recht dan wordt de komst van die advocaat afgewacht en zal op de verdachtenlocatie ‘fysiek’ consultatiebijstand (en eventueel aansluitend verhoorbijstand) worden verleend.
 

Argumentatie

Om ervoor te zorgen dat verdachten snel en adequaat van rechtsbijstand kunnen worden voorzien en de voortgang van het werkproces van de politie niet in het gedrang komt en te voldoen aan de toename van de vraag naar rechtsbijstand moet deze op efficiënte wijze georganiseerd worden. Om de continue en tijdige beschikbaarheid van advocaten ten behoeve van consultatie- en verhoorbijstand te kunnen garanderen, is noodzakelijk dat een beroep kan worden gedaan op een vaste groep van advocaten die flexibel inzetbaar is. Dat verzekert tevens een betere beheersbaarheid van het proces én de kosten die samenhangen met de inzet van advocaten. Om hierin te kunnen voorzien zal de Raad voor rechtsbijstand worden gevraagd  gebruik te maken van de op grond van de Wet op de rechtsbijstand al bestaande mogelijkheid om arrangementen af te sluiten met advocaten ten behoeve van het verlenen van consultatie- en/of verhoorbijstand in de eerste fase van het opsporingsonderzoek. Voor de vergoeding van advocaten die aanwezig zijn op de ZSM-locaties zal de door de commissie-Wolfsen geadviseerde vergoeding voor werkzaamheden in de eerste lijn als oriëntatiepunt gelden.
 

Kamerstukken II, 31 753, nr. 119

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 30 augustus 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.