Rechter moet juist afstand houden

In tegenstelling tot wat rechters denken, pleiten mensen juist voor een zekere afstand tussen rechters en samenleving.

Dat blijkt uit onderzoek van SSR, het opleidingsinstituut van Rechtspraak en Openbaar Ministerie. Voor het onderzoek werd eerder onderzoek uit 2004 naar de mening van burgers en rechters over elkaar, over gedaan. Uit dat onderzoek bleek in grote lijnen ook al dat rechters denken dat zij hun oren meer te luisteren moeten leggen in de samenleving, terwijl die samenleving dat juist niet wil. “Rechters denken, ten onrechte, dat burgers willen dat de rechter dichter bij hen op schoot komt zitten”, zegt onderzoeker Albert Klijn in een toelichting op de site van SSR.


Spagaat

Het door rechters zichzelf toedichten van opvattingen die in de samenleving zouden spelen, kan problematisch zijn, legt Klijn uit. “Dat verkeerd percipiëren veroorzaakt schadelijke kortsluitingen en miscommunicatie. De rechter krijgt hierdoor het gevoel in een spagaat te zitten tussen zijn eigen onafhankelijkheid en hetgeen de samenleving zou willen. Rechters gaan doen wat ze denken dat de burger wil, terwijl de burger zélf iets heel anders wenst”, aldus Albert Klijn.


Afstandelijkheid

Uit het onderzoek, dat het doel had eventuele kloven tussen burgers en rechters inzichtelijk te krijgen, blijkt voorts dat er een klein verschil van mening is over de invulling van het begrip ‘afstandelijkheid’ door de rechter. Waar rechters denken dat zij een open oor hebben voor geluiden in de samenleving en dat tot uitdrukking laten komen in hun uitspraken, ervaren burgers dat niet zo. Maar dat vinden zij niet erg, omdat zij van mening zijn dat rechters in hun werk juist een zekere afstand moeten bewaren. 


Reputatie

De conclusie van het SSR-onderzoek vertoont overeenkomsten met een onderzoek van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, die in 2012 in opdracht van de Raad voor de rechtspraak opinieleiders ondervroeg over de reputatie van de Rechtspraak. De conclusie van dat onderzoek was dat de Rechtspraak aan haar beeldvorming moest werken, juist door afstand te houden van de samenleving.


Deelname

Het onderzoek werd gehouden onder ruim 500 burgers en slechts enkele tientallen rechters. “Teleurstellend”, vindt Albert Klijn. “Als er méér rechters hadden meegedaan dan was ook wat hen betreft deze steekproef representatief geweest. Nu was het aantal deelnemende rechters te laag om, wat hen betreft, steekhoudende resultaten te kunnen opleveren. Terwijl toch ook uit dit onderzoek blijkt dat er interessante en leerzame conclusies getrokken kunnen worden. Ik wil er dan ook erg voor pleiten dat rechters méér zouden moeten deelnemen aan wetenschappelijke onderzoeken. Dat is in het belang van henzelf, de rechterlijke organisatie en de samenleving”. 

Bronnen: Rechtspraak.nl en SSR.nl, op beide plekken is het onderzoek te vinden met publicatienummer 1265

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Sorry, ik bedoelde natuurlijk "GEEN grote rol speelt".
Frits Jansen schreef op :
Gaat dit niet vooral over de strafmaat? De Juridische Methode probeert een zo objectief mogelijke maatstaf aan te leggen. Natuurlijk, rechtspreken blijft mensenwerk, maar het hele systeem is er toch op ingesteld ervoor te zorgen dat de persoon van de rechter die je toevallig treft een grote rol speelt. In elk geval zijn rechters verplicht hun oordeel precies te motiveren, zodat het te controleren is.

De strafmaat is een vreemde eend in de bijt. Natuurlijk, er zijn wettelijke maxima, en er zijn richtlijnen. De wettelijke maxima kunnen maar een beperkte rol spelen, omdat bijv. op de diefstal van een lucifer dezelfde maximumstraf staat als op de diefstal van een auto.

Maar, regels en richtlijnen of niet, een rationele relatie tussen het aantal jaren dat een dader moet zitten, of het bedrag dat hij/zij aan boete moet betalen en het gepleegde strafbare feit is er niet.

Afgemeten tegen de bekende drie doelen van het strafrecht (vergelding, algemene en specifieke preventie) is er nog het meest discussie over het vergeldingsaspect, recentelijk bij voorbeeld weer toen Volkert van der G. vrij kwam. Regelmatig klonk "dit is niet uit te leggen". Dat Volkert toen wettelijk geen terroristisch oogmerk kon worden toegerekend maar dat nu misschien wel zou kunnen worden las ik nergens in de media. Ik denk dat sommigen de wet achteraf in het nadeel van de dader zouden willen veranderen, een schending van grondrechten (maar waren die niet uit de tijd volgens rechtse politici?)

Specifieke preventie is simpel: wie is opgesloten kan geen moord meer plegen, althans niet zo makkelijk. Maar generale preventie? Het is al vaak gezegd: het is niet goed denkbaar iemand toch maar afziet van het plegen van een strafbaar omdat de straf die daar op staat nu wel erg hoog is geworden. Laat staan dat de ijskoude gevangenissen waar de PVV ooit voor pleitte een aanstaande dader zullen afschrikken.

Criminologen vertellen mij dat zwaarder straffen het gevaar van recidive alleen maar vergroten. Populisten zullen zeggen dat er dan blijkbaar toch nog niet hard genoeg wordt gestraft - maar dan komt bij mij het beeld op van ouders die een stout kind steeds harder gaan slaan als het stout blijft.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.