Raad voor rechtspraak: heroverweeg voorstellen v.i.-regeling

Geschreven door: Redactie op

Het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling stuit in zijn huidige vorm op een aantal zwaarwegende bezwaren. De Raad voor de rechtspraak verzoekt daarom met klem de onderdelen van het wetsvoorstel die betrekking hebben op de v.i.-regeling te heroverwegen.

De Raad mist in de eerste plaats een beschouwing in de Memorie van Toelichting (MvT) rond de vraag in hoeverre de met v.i. beoogde doelen door het Wetsvoorstel beter zullen kunnen worden gerealiseerd.

Daarnaast blijkt uit de uitkomsten van een recent door de Erasmus Universiteit Rotterdam uitgevoerd evaluatieonderzoek dat ook in de huidige systematiek v.i. geen automatisme is. Tegen die achtergrond verdient ook de noodzaak de v.i.-regeling aan te passen, zodat v.i. niet meer van rechtswege wordt verleend, naar het oordeel van de Raad nadere toelichting in de MvT.

De Raad heeft ook zwaarwegende bezwaren tegen het voorstel de reeds beperkte rol van de rechter bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen verder terug te dringen door de beslismacht over de v.i. volledig bij het openbaar ministerie te beleggen. Voor de veroordeelde resteert dan nog slechts de mogelijkheid van een marginale rechterlijke toets. De Raad is van oordeel dat de rechtsbescherming - door een beroep op de rechter - goed moet zijn geregeld. Beslissingen tot vrijheidsbeneming, zoals de beslissing tot herroeping van de vi., dienen naar het oordeel van de Raad in ieder geval te zijn voorbehouden aan de strafrechter.

Het wetsvoorstel stelt ook voor de v.i.-periode te maximeren, deze  zal maximaal een derde van de opgelegde straf, maar ten hoogste twee jaar mogen bedragen. De voorgestelde maximering van de v.i.-regeling zou volgens de Raad een negatief effect kunnen hebben op het oorspronkelijke doel van de herinvoering van de voorwaardelijke invrijheidstelling, te weten de vermindering van recidive door de veroordeelde gedurende een v.i.-periode onder toezicht van justitie te stellen. Dit omdat – zoals ook de Rotterdamse onderzoekers aangaven – het calculerend gedrag kan bevorderen, ‘in die zin dat gedetineerden niet meer meewerken aan de v. i. en het strafrestant ‘uitzitten’ om daarmee langdurige reclasseringsbemoeienis te ontlopen en niet mee te hoeven werken aan voorwaarden in het kader van de v. i. die met het oog op de bescherming van de samenleving geboden worden geacht.’ Met name voor lange gevangenisstraffen geldt dat de periode van twee jaar een — relatief— zeer korte periode is, terwijl juist in die gevallen de aanpassing van detentie naar maatschappij problematischer is. De Raad mist een onderbouwing van deze tweejaarsgrens, terwijl verschillende alternatieven denkbaar zijn.

Daarbij komt dat binnen de huidige systematiek de rechter bij de strafoplegging nadrukkelijk de netto vrijheidsstraf die de veroordeelde dient te ondergaan onder ogen ziet. In de voorgestelde systematiek is het niet langer de rechter die bepaalt welke straf dient te worden uitgezeten. Die beslissing komt bij het openbaar ministerie te liggen, omdat het openbaar ministerie bepaalt of een veroordeelde al dan niet in aanmerking komt voor vi. In de MvT wordt volgens de Raad onvoldoende aandacht besteed aan dit gevolg van de gewijzigde systematiek. Een effect van die wijziging kan zijn dat er lager gestraft zal worden.

 

Lees hier het gehele wetgevingsadvies van Raad voor de Rechtspraak

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 20 juni 2018

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.