Raad van State: geen behoefte aan wettelijk tuchtrecht bankensector

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over de tweede nota van wijziging bij het wetsvoorstel financiële markten 2015 (Kamerstuk 33 918, nr. 11) . De nota van wijziging is op 3 september 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. In de nota van wijziging worden banken verplicht tuchtrecht in te stellen voor al hun medewerkers: bestuurders, commissarissen, werknemers en zelfstandigen, zo’n 90.000 personen. De Afdeling adviseert nader te motiveren waarom de regering dit initiatief ondersteunt met een wettelijke verplichting om tuchtrecht in te stellen. Lukt dat niet, dan adviseert de Afdeling van de verplichting af te zien.

De Afdeling advisering merkt op dat er verschillende soorten tuchtrecht zijn, die sterk van elkaar verschillen. Zo is er publiek tuchtrecht voor gesloten beroepsgroepen die een morele of ethische beroepsopvatting hebben, zoals medici, advocaten en gerechtsdeurwaarders. De uiterste sanctie van het publieke tuchtrecht is een verbod om het beroep uit te oefenen. Er is ook privaatrechtelijk tuchtrecht dat bijvoorbeeld kan gelden voor de werknemers van een bedrijf. Zulk tuchtrecht wordt geregeld in de arbeidsovereen komst. Het voorgestelde bankentuchtrecht is geen publiek tuchtrecht. Bankmedewerkers vormen geen gesloten beroepsgroep. Het tuchtrecht is gebonden aan het Burgerlijk Wetboek en is dus in essentie privaatrechtelijk van aard. De bankensector is al op eigen initiatief bezig tuchtrecht in te voeren. Binnen de sector bestaat daar zeer groot draagvlak voor. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, die toezicht houden op de banken, hebben wettelijk verplicht tuchtrecht ook niet nodig: zij kunnen op basis van bestaande bevoegdheden nu al toezien op de integere beroepsuitoefening. De Afdeling adviseert dan ook nader te motiveren waarom de regering dit initiatief ondersteunt met een wettelijke verplichting om tuchtrecht in te stellen. Lukt dat niet, dan adviseert de Afdeling van de verplichting af te zien.


Eed of belofte

De verplichting om een eed of belofte af te leggen geldt nu voor een afgebakende beroepsgroep. Die plicht wordt in de tweede nota van wijziging uitgebreid tot alle bankmedewerkers. Dat is echter een grote, gevarieerde groep personen. De eedaflegging kan zijn symbolische betekenis verliezen en verworden tot een routine, die geen enkel verband heeft met de dagelijkse nale ving van integriteits- en zorgvuldigheidsnormen. De Afdeling adviseert daarom de verplichting om een eed of belofte af te leggen niet uit te breiden.


Publiek toezicht

Volgens de regering kunnen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zaken aandragen bij de tuchtrechtelijke instantie. De Afdeling advisering merkt op dat dit niet tot hun publieke taak hoort – zij moeten waar nodig zelf handhavend optreden – en bovendien in strijd is met hun geheimhoudingsplicht.

Advies W06.14.0083/III is te vinden op www.raadvanstate.nl

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.