‘Onvindbare Veroordeelden’ - Programma terugdringen openstaande straffen

Geschreven door: Redactie op

De Minister van Rechtsbescherming, Sander Dekker, introduceert het programma ‘Onvindbare Veroordeelden’ waarmee hij een impuls wil geven om juist die doelgroep beter te kunnen achterhalen. Het programma omvat een stevig pakket aan maatregelen, gebaseerd op samenwerking met organisaties zowel binnen als buiten de strafrechtketen en is gericht op het terugdringen van de openstaande straffen.

Jaarlijks verwerken de uitvoeringsorganisaties een groot volume van ongeveer 150.000 door de rechter opgelegde straffen en 326.000 door het openbaar ministerie opgelegde strafbeschikkingen.
Ongeveer 40 procent van de vrijheidsstraffen wordt aansluitend aan detentie, vanwege een eerdere straf of volgend op de voorlopige hechtenis, uitgevoerd. In andere gevallen kunnen verdachten de behandeling van hun rechtszaak in vrijheid afwachten. Dat betekent dat personen bij verstek veroordeeld kunnen worden en bij de betekening van het vonnis de problematiek van moeilijk vindbare personen ook opspeelt. Voor het ondergaan van hun vrijheidsstraf zijn in 2016 5.963 personen opgeroepen via de zogenaamde zelfmeldprocedure en is voor 3.721 personen een arrestatiebevel voor aanhouding door de politie uitgevaardigd. Indien iemand niet kan worden getraceerd en aangehouden, wordt hij/zij opgenomen in het opsporingsregister.

Per 1 mei 2017 betrof de totale voorraad ‘actieve opsporing’ 2.863 zaken. In de periode mei 2016 tot mei 2017 zijn 520 (18,4 procent) veroordeelden uit deze categorie ingesloten. Doordat tegelijkertijd sprake is van instroom van nieuwe zaken is het totale volume van de voorraad in orde van grootte gelijk gebleven ten opzichte van de vorige meetperiode. De meest recente cijfers laten zien dat in een kortere tijd meer personen zijn opgespoord en aangehouden.

Ook de startsnelheid van de tenuitvoerlegging als de zekerheid waarmee taakstraffen en toezichten worden uitgevoerd is in vergelijking met voorgaande jaren verbeterd. Zo is 95 procent van deze sancties binnen twee jaren afgerond of nog gaande en is het percentage door de rechter opgelegde taakstraffen, dat binnen zes maanden start, van 34 procent naar 54 procent gestegen.

Desalniettemin wil de minister een extra impuls geven aan de effectieve tenuitvoerlegging van straffen.

Maatregelen

De maatregelen richten zich voornamelijk op de groep waarvan het strafrestant hoger is dan 120 dagen, waardoor opsporing in het buitenland mogelijk is of er indicaties zijn dat betrokkene in Nederland verblijft. Het kan, aldus de minister, niet zo zijn dat veroordeelde personen, die wel opgespoord kunnen worden, zich vrij in Nederland bewegen en soms zelfs bij andere overheden aankloppen voor dienstverlening.

De actieve opsporing van deze groep wordt versterkt door in samenhang een aantal (nieuwe) maatregelen uit te laten voeren in een landelijk programma ‘Onvindbare Veroordeelden’. Concreet zullen de volgende maatregelen worden uitgevoerd:
1. Het investeren in betere samenwerking met andere (overheids)partners door het uitrollen van een ‘één-overheid’-aanpak. Zo start met de gemeente Amsterdam een pilot,
die beoogt dat veroordeelden die gesignaleerd staan in het opsporingsregister vanwege een vrijheidsstraf en/of een openstaande boete, worden aangehouden als zij via het burgerloket aankloppen bij de gemeente, bijvoorbeeld voor het aanvragen van een uitkering, rijbewijs of paspoort. In deze pilot komt ook het aspect van de gegevensuitwisseling tussen organisaties prominent naar voren. De juridische gronden voor het koppelen van gegevens worden zorgvuldig onderzocht.
2. Het gebruik maken van nieuwe technologische mogelijkhedenzoals (big) data-analyse om zo indicaties van vermoedelijke verblijfplaatsen te achterhalen.
3. Het (door)ontwikkelen van een persoonsgerichte tenuitvoerlegging van openstaande straffen.
4. Efficiëntere centrale coördinatie en regie op de feitelijke opsporing.

Afschaffen verjaring

Met de inwerkingtreding van de wet ‘herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen’ (Stb. 2017, 82) (deels per 1 janauri 2018) verschuift de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van het Openbaar Ministerie naar de Minister. Het Administratie- en Informatiecentrum van de Executieketen (het AICE, onderdeel van het CJIB) is in dit kader ingericht om namens de minister operationele ketenregie te voeren op de feitelijke tenuitvoerlegging. Hierdoor ontstaat meer zicht en grip op de tenuitvoerlegging.

Ondanks alle inspanningen zal het bij een deel van de zaken niet lukken om deze binnen de gestelde verjaringstermijnen uit te voeren. De minister vindt het onwenselijk dat veroordeelden, enkel door het verstrijken van de tijd, hun straf niet meer ondergaan. Dat geldt niet alleen voor vrijheidsbenemende sancties maar voor alle straffen en maatregelen. Voor de zomer 2018 brengt hij dan ook een wetsvoorstel in consultatie dat ertoe strekt de executieverjaring uit artikel 76 van het Wetboek van Strafrecht af te schaffen.

 

Bron: Brief van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer, 11-01-2018, Kamerstukken II 29 279, nr. 403

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 16 januari 2018

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.