Nog steeds onrechtmatigheden in omgang AIVD en MIVD met journalisten en advocaten

Geschreven door: Redactie op

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten onderzocht in hoeverre de verwerving en verdere verwerking van vertrouwelijke communicatie met advocaten en met journalisten, door AIVD en MIVD rechtmatig plaatsvindt en constateerde meerdere onrechtmatigheden.

Dat blijkt uit het toezichtsrapport (nr. 52) van de CTIVD over de inzet van bijzondere bevoegdheden jegens advocaten en journalisten door de AIVD en de MIVD. Het oordeel van de Commissie in het onderhavige toezichtsrapport geeft aan dat beide diensten in beleid en werkproces nog een aantal stappen ter verbetering moeten maken. Intern zijn maatregelen getroffen om medewerkers op dit onderwerp te instrueren en doorlopen leidinggevenden, betrokken bij het operationeel proces, een juridische leergang. Beleid en werkwijzen worden aangepast om te voldoen aan de aanbevelingen van de Commissie, aldus de minister van BZK en Defensie in hun reactie op het rapport.

Journalisten

In het rapport beveelt de Commissie een onafhankelijke bindende toets aan in die gevallen waarin inzet van bijzondere bevoegdheden jegens een target (mede) is gericht op het achterhalen van een journalistieke bron. Voor een volledige uiteenzetting van het standpunt van de regering ten aanzien van dit specifieke punt wordt verwezen naar de in het kader van de Wiv 20.. overgelegde nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 588, nr. 18) en de behandeling van de Wiv 20.. in de Kamer (Handelingen II 2016/17, nr. 50, item 10).

Controle complete gegevensbestand

De Commissie beveelt de diensten aan om met terugwerkende kracht het complete gegevensbestand te controleren op de aanwezigheid van irrelevante vertrouwelijke communicatie. Tevens beveelt de Commissie aan om bij afronding van de inzet van een bijzondere bevoegdheid als vaste praktijk een dergelijke controle uit te voeren. Het is echter niet mogelijk om binnen afzienbare termijn de ICT-systemen aan te passen teneinde deze controle uit te voeren. Zowel een volledige als beperkte geautomatiseerde controle vergt een grote inzet van mensen en middelen, hetgeen impact zal hebben op lopende en toekomstige operaties alsmede op het inrichten van de diensten voor de implementatie van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De aanbevelingen op dit punt worden om deze redenen niet overgenomen.

Bewaren en vernietigen van vertrouwelijke communicatie

In het rapport worden conclusies getrokken over de wijze waarop de diensten met vertrouwelijke communicatie zijn omgegaan. De vaststellingen zijn terecht. In het kader van de implementatie van de Wiv 20.. worden de ICT-systemen gereedgemaakt voor het verwijderen en vernietigen van irrelevante gegevens binnen de wettelijk bepaalde termijn.
Tot de inwerkingtreding van de Wiv 20.. zal in voorkomende gevallen de Tijdelijke regeling onafhankelijke toetsing bijzondere bevoegdheden Wiv 2002 jegens advocaten en journalisten onverkort worden toegepast. Het toezichtsrapport is als bijlage bij deze brief te vinden.

Onderzoeksvragen

De CTIVD heeft dit onderzoek verricht aan de hand van vier onderzoeksvragen.
1. Is het door de AIVD en de MIVD gevoerde beleid ten aanzien van de inzet van bijzondere bevoegdheden jegens advocaten en journalisten in overeenstemming met de geldende jurisprudentie en de toepasselijke wet- en regelgeving?
De MIVD heeft in het geheel geen op schrift gesteld intern beleid dat ziet op het onderscheppen en verder verwerken van vertrouwelijke communicatie met advocaten, dan wel met journalisten. De afwezigheid hiervan verhoogt het risico op onrechtmatig handelen door de MIVD. De AIVD heeft wel intern beleid over dit onderwerp. Hoewel dit beleid uitgebreid is, schiet het op een aantal punten tekort.

2. Zijn de door de AIVD en de MIVD gehanteerde werkwijzen ten aanzien van de inzet van bijzondere bevoegdheden jegens advocaten en journalisten in overeenstemming met jurisprudentie en de toepasselijke wet- en regelgeving?
De CTIVD heeft geconstateerd dat de werkwijzen van de diensten, onder meer, tekortschieten ten aanzien van het naleven van de vernietigingsplicht. Wanneer vertrouwelijke communicatie door de diensten wordt onderschept, moeten zij beoordelen of deze relevant is voor hun taken. Zo ja, dan kan deze in beginsel worden uitgewerkt en bewaard. Zo nee, dan moet de communicatie terstond worden vernietigd. In de praktijk wordt irrelevante vertrouwelijke communicatie niet terstond vernietigd, maar blijft dergelijke communicatie in de systemen van de diensten staan (en is deze toegankelijk) totdat het na verloop van tijd vanzelf (technisch) wordt overschreven. Dit betekent dat de diensten irrelevante vertrouwelijke communicatie te lang bewaren. Dit is onrechtmatig.

3. In hoeverre hebben de AIVD en de MIVD in specifieke gevallen (on)rechtmatig gehandeld bij de (directe dan wel indirecte) inzet van bijzondere bevoegdheden jegens advocaten?
• De AIVD heeft drie keer onrechtmatig gesprekken van targets met advocaten uitgewerkt. Het betreft hier de indirecte inzet van een bijzondere bevoegdheid jegens advocaten, waarbij met betrekking tot het uitwerken, de Tijdelijke Toetsingscommissie vooraf om advies had moeten worden verzocht. De inhoud van de uitgewerkte gesprekken bevatten overigens geen concrete aanwijzingen van een direct gevaar voor de nationale veiligheid. De gesprekken en de uitwerkingen daarvan hadden daarom terstond moeten worden vernietigd.
• De AIVD heeft bij de inzet van de hackbevoegdheid jegens een zich in het buitenland bevindend persoon, van wie het onduidelijk was of deze (nog) werkzaam was als advocaat, onzorgvuldig gehandeld. De AIVD had in dit geval deugdelijker moeten onderzoeken en motiveren in hoeverre de persoon nog steeds werkzaam was als advocaat.
• In de periode direct voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Tijdelijke Regeling heeft de MIVD onrechtmatig een gesprek van een target met een buitenlandse advocaat uitgewerkt. De inhoud van het uitgewerkte gesprek bevatte geen concrete aanwijzingen van een direct gevaar voor de nationale veiligheid. Het gesprek en de uitwerking daarvan hadden daarom terstond moeten worden vernietigd.

4. In hoeverre hebben de AIVD en de MIVD in specifieke gevallen (on)rechtmatig gehandeld bij de (directe dan wel indirecte) inzet van bijzondere bevoegdheden jegens journalisten wanneer het doel was hun bronnen te achterhalen?
• Bij de AIVD is de CTIVD gestuit op een geval waarbij bijzondere bevoegdheden zijn ingezet op een vermoede bron van een journalist. Uit onderliggende informatie blijkt dat deze persoon aanleiding gaf tot het ernstige vermoeden dat hij een gevaar vormde voor de nationale  veiligheid. De AIVD stelde er niet op uit te zijn een journalistieke bron te achterhalen. Men zag dan ook geen aanleiding de inzet onafhankelijk te laten toetsen. Uit het onderzoek van de CTIVD blijkt dat het doel van de inzet onder meer was (de inhoud van) het contact tussen de bron en de journalist vast te stellen. De informatie die de AIVD vervolgens uitwerkte, zag ook op deze contacten. De CTIVD concludeert dat daarmee sprake was van een indirecte inzet van bijzondere bevoegdheden jegens een journalist die mede was gericht op het achterhalen van een journalistieke bron. Dit geval roept de vraag op in hoeverre een indirecte inzet van bijzondere bevoegdheden jegens journalisten inbreuk maakt op de journalistieke bronbescherming en of hiervoor een onafhankelijke toets noodzakelijk is. In het juridisch kader bij dit rapport (bijlage II) constateert de CTIVD dat de Tijdelijke Regeling hier niet op ingaat en dus niet van toepassing is. De CTIVD stelt ook vast dat de jurisprudentie op dit terrein nog in ontwikkeling is en geen volledig uitsluitsel geeft. Het is daarmee thans onvoldoende duidelijk welke rechtsnorm van toepassing is op de indirecte inzet van bevoegdheden jegens journalisten. Er is op dit punt dan ook geen sprake van onrechtmatig handelen door de AIVD. Wel is het van belang voor de toekomst hierin helderheid te verschaffen. Doorredenerend vanuit de beschikbare jurisprudentie vindt de CTIVD een onafhankelijke bindende toetsing in de rede liggen als de indirecte inzet van een bevoegdheid jegens een journalist (mede) is gericht op het achterhalen van een journalistieke bron. Het gaat dan om een bindende toets voorafgaande aan het uitwerken van communicatie (of informatie daarover) die gegevens bevat inzake een journalistieke bron. In die gevallen kan immers ook sprake zijn van een inbreuk op de journalistieke bronbescherming.

De CTIVD heeft vanaf 2006 met regelmaat de omgang met verschoningsgerechtigden onder de nadrukkelijke aandacht van de diensten gebracht in onder meer (kaderstellende) toezichtsrapporten en klachtadviezen. Sinds 2013 geeft zij expliciet aandacht aan de indirecte inzet van bijzondere bevoegdheden jegens verschoningsgerechtigden. Gedane aanbevelingen zijn in bijna alle gevallen door de betrokken minister(s) overgenomen. Daarnaast wordt gewezen op de recente jurisprudentie met betrekking tot dit onderwerp en de bepalingen uit de daaruit voortvloeiende Tijdelijke Regeling. Uit het rapport blijkt dat de beide diensten in de praktijk ook thans nog tekortschieten in de omgang met verschoningsgerechtigden. De CTIVD doet in dit rapport aanbevelingen ter voorkoming van (verder) onrechtmatig handelen.

 

Bron: Kamerstukken II 2016/17, 29 924, nr. 147 en het CTIVD-rappport nr. 52

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 6 april 2017

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.