Nieuwe Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen. 51 nieuwe richtlijnen voor strafvordering

Geschreven door: Redactie op

Enige tijd geleden heeft het College van procureurs-generaal besloten het stelsel van beleidsregels te vernieuwen. Op 1 maart 2015 trad een vijftigtal nieuwe richtlijnen voor strafvordering in werking. In de bijbehorende nieuwe Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen worden algemene uitgangspunten bij de richtlijnen gegeven, alsmede strafverzwarende factoren benoemd.

In deze aanwijzing worden de algemene uitgangspunten beschreven die het Openbaar Ministerie hanteert in het gebruik van de strafvorderingsrichtlijnen met betrekking tot daders van misdrijven waarop het meerderjarigenstrafrecht wordt toegepast. Daarnaast worden enkele algemene en specifieke strafverzwarende en strafverminderende factoren, die in richtlijnen zijn opgenomen, beschreven en toegelicht. In de bijlagen bij deze aanwijzing is aangegeven hoe de richtlijnen zijn opgebouwd en staan de afrondingsregels vermeld.
Ons sanctiestelsel is steeds verder geëvolueerd. Hierdoor zijn er binnen het strafrecht aanzienlijk meer mogelijkheden ontstaan om een toegesneden sanctie op te leggen. Nieuwe ontwikkelingen en gezichtspunten hebben geleid tot een nieuw stelsel van richtlijnen. Van het gedateerde bos/polaris systeem is afscheid genomen. Daarvoor zijn korte, transparante richtlijnen in de plaats gekomen die enerzijds normerend zijn en anderzijds de professional de benodigde ruimte geven om te komen tot een afdoening, die gericht is op de bijzondere omstandigheden van de zaak. De algemene uitgangspunten die van toepassing zijn bij het vorderen van straffen en straftoemeting door het OM zijn in de aanwijzing opgenomen en zijn van toepassing op de richtlijnen.

Algemene uitgangspunten

Vanouds wordt veel gewicht toegekend aan vergelding, generale en speciale preventie. Tegenwoordig wordt ook veel belang gehecht aan herstel van de gevolgen van de inbreuk op de rechten van de getroffen burgers (genoegdoening aan het slachtoffer van een strafbaar feit, herstel in de oude toestand). Bij de strafvordering en straftoemeting hanteert het OM de volgende algemene uitgangspunten.

Maatwerk binnen gegeven kaders
Het OM streeft naar interventies die een voelbare normbevestiging alsmede een zichtbare reactie op criminaliteit opleveren en maximaal bijdragen aan herstel van het toegebrachte leed. De sanctie dient in verhouding te staan tot de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoon van de verdachte. Aansluiten bij de concrete problemen van burgers betekent dat interventies zichtbaar, merkbaar en herkenbaar moeten zijn voor slachtoffers, daders én de buurt waarin het delict is gepleegd. Doordat het OM in de ZSM-aanpak op basis van alle relevante informatie een snelle beslissing realiseert, neemt het belang van de hieronder genoemde tweede stap bij het gebruik van de richtlijnen toe. Na het doorlopen van de eerste stap (uitgangspunt van de richtlijn) is er namelijk ruimte om in te gaan op de maatschappelijke context van het specifieke feit en om te komen tot een op de zaak toegesneden afdoening. Bij die tweede stap in de beoordeling zal niet alleen rekening worden gehouden met factoren die in de richtlijn, de aanwijzing of andere beleidsregels zijn beschreven maar ook met factoren die niet in richtlijnen zijn opgenomen, zoals bijvoorbeeld prioriteiten in het veiligheidsbeleid, gevoeligheid van de zaak, impact op de omgeving, adviezen van ketenpartners (zoals reclassering), persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Ook kan dan een buitengerechtelijke afdoening in overweging worden genomen. Het OM zal bij afdoeningen waar mogelijk gebruik maken van de strafbeschikking.

Schadevergoeding
Uitgangspunt is dat in alle strafzaken met slachtoffers/schade de (totale) schade door de dader(s) dient te worden vergoed. Bij de beslissing over de wijze van afdoen van de strafzaak wordt daarom schadevergoeding aan het/de slachtoffer(s) als verplicht element meegenomen en conservatoir beslag ten behoeve van schadevergoeding aan het slachtoffer nadrukkelijk overwogen.
Criminaliteit veroorzaakt tevens een maatschappelijke schadepost. De samenleving neemt deze kosten via verzekeringen of rechtstreeks voor haar rekening. Indien toegebrachte schade wordt gedragen door de samenleving dient de officier van justitie te overwegen om naast een taakstraf of vrijheidsstraf storting van geld in een waarborgfonds geweldsmisdrijven of ander fonds ten gunste van slachtoffers op te leggen of te vorderen in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.
Indien er ten tijde van de vervolgingsbeslissing of het formuleren van de eis ter terechtzitting door de verdachte geen schade is vergoed en er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte in staat is om de door hem veroorzaakte schade binnen afzienbare termijn te vergoeden, kan afhankelijk van de omvang van de schade gekozen worden voor een andere strafmodaliteit (taakstraf en/of onvoorwaardelijke gevangenisstraf) en/of een kwantitatieve verhoging van de strafbeschikking, transactie of eis ter terechtzitting.

Ontneming
Afpakken van wederrechtelijk genoten voordeel is uitgangspunt. Het doel is zichtbaar en voelbaar maken dat misdaad niet mag lonen.

Herstel van de verstoorde rechtsorde en voorkomen van recidive
Naast bescherming van het slachtoffer zijn herstel van de verstoorde rechtsorde en het terugdringen van recidive doelstellingen van het OM. Het voorkomen van recidive dient bewerkstelligd te worden door het opleggen van gedragsaanwijzingen en het vorderen van vrijheidsbeperkende maatregelen en bijzondere voorwaarden. Met name bij first offenders die ernstige en/of recidivegevoelige delicten plegen kan een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke straf, gericht op effectieve gedragsbeïnvloeding het meest passend zijn. Daarbij kunnen naast de algemene voorwaarde dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten zal plegen ook bijzondere voorwaarden worden ingezet (art. 14c Wetboek van Strafrecht). Het instrument van de voorwaardelijke sanctiemodaliteiten kan meerdere doelen dienen (stok achter de deur, herstel van geleden schade en resocialisatie) en draagt bewezen bij aan het beperken en voorkomen van recidive. Verder is een gedragsaanwijzing ex art. 509hh Wetboek van strafvordering een passend instrument om – vooruitlopend op de strafrechtelijke afdoening door de rechter – ernstige overlast (verstoringen van de openbare orde of belastend gedrag jegens personen of goederen) te beëindigen en recidive te voorkomen.

De richtlijnen

Artikel 130, lid 4 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie bepaalt dat het college van procureurs-generaal algemene en bijzondere aanwijzingen kan geven betreffende de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het OM. Richtlijnen maken deel uit van deze aanwijzingen en bevatten dwingende, normatieve regels inzake de strafvordering. Bij de totstandkoming van richtlijnen worden invloeden vanuit de politiek en vanuit de samenleving betrokken. In de richtlijnen is per feit zichtbaar wat als landelijk uniform uitgangspunt bij de beoordeling van strafzaken wordt gehanteerd. Omdat een straf proportioneel moet zijn, dient altijd een beoordeling van het individuele geval plaats te vinden. Het toepassen van alle strafvorderingsrichtlijnen in een strafzaak gebeurt daarom in twee stappen:
1. Uitgangspunt. Bij de eerste stap wordt aan de hand van de richtlijnen bepaald welke sanctie als landelijk uitgangspunt geldt voor soortgelijke feiten.
2. Maatwerk. Bij de tweede stap van de beoordeling wordt bepaald of het gevonden uitgangspunt passend is in de specifieke strafzaak die ter beoordeling voorligt. De richtlijnen benoemen naast het uitgangspunt enkele veelvoorkomende strafverzwarende factoren. Daarnaast zijn er strafverminderende omstandigheden, waarmee rekening gehouden kan worden.
In de bijlagen bij de Aanwijzing is opgenomen hoe de richtlijnen zijn opgebouwd, welke verhoudingen er worden aangehouden tussen de verschillende sanctiemodaliteiten, hoe omzetting naar andere sanctiemodaliteiten plaatsvindt en welke afrondingsregels er in de richtlijnen worden toegepast.
Bij recidive, poging, voorbereiding, medeplichtigheid en de vanuit de politiek aangegeven prioriteiten worden verhogings- of verlagingspercentages genoemd in deze aanwijzing en/of in de richtlijnen. Deze percentages dienen te worden toegepast op de sanctie in de richtlijntabel om het uitganspunt te bepalen (de hierboven beschreven stap 1). Recidive is in de meeste gevallen al in de richtlijntabellen opgenomen. Cumulatie van meerdere toepasselijke verhogingspercentages kan in sommige gevallen leiden tot onredelijk hoge straffen. Indien zich dat voordoet dient bij de uiteindelijke straftoemeting (stap 2 hierboven) dit tot uiting te worden gebracht.

Strafverzwarende factoren

Medeplegen: Bij delicten waarbij de openbare veiligheid of het veiligheidsgevoel van de burgers wordt aangetast en bij delicten met slachtoffers zal het medeplegen respectievelijk het veiligheidsrisico, de overlast en de impact van het strafbare feit op het slachtoffer in de regel vergroten en daarom als strafverzwarende omstandigheid in de richtlijn worden vermeld.

Recidive: Bij het bepalen van de straf-eis of de op te leggen sanctie wordt ingeval van recidive aangesloten bij het uitgangspunt van de recidivebepaling in artikel 43a Sr, dat de grondslag voor strafverhoging geeft wanneer ten tijde van het plegen van het nieuwe feit minder dan 5 jaar zijn verlopen na een eerdere veroordeling wegens een soortgelijk misdrijf (43b Sr). De strafverhoging kan oplopen tot minimaal 100%.

Specifieke strafverzwarende factoren
Deze factoren vloeien voort uit afspraken met de Minister van Veiligheid en Justitie en/of handhavingspartners. Bij geweld tegen ambtenaren en andere gezagsfunctionarissen is het uitgangspunt dat de sanctie in de richtlijn met 200% wordt verhoogd. Spelen discriminatoire aspecten bij een ingrijpend feit dan is het uitgangspunt uitgangspunt een strafverzwaring van 100% ten opzichte van het uitgangspunt in de richtlijn. Ook verstoring van de openbare orde en ernstige overlast geven zijn strafverzwarende factoren die specifiek worden benoemd. Letsel bij het slachtoffer en wapengebruik werken ook strafverzwarend. Heeft het slachtoffer ‘burgermoed’ getoond dan is dat ook extra strafverzwarend.

Strafverminderende factoren

Deze worden niet specifiek benoemd  maar kunnen worden meegewogen in stap 2 (maatwerk) van de beoordeling door het OM. De Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen (2015A001) is te vinden op www.om.nl en is ook gepubliceerd in de Staatscourant: Stcr. 2015, 4952.
De nieuwe richtlijnen zijn gepubliceerd in de Staatscourant, zoek op overheid.nl, Staatscourant, gehele tekst: 2015A001.

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 10 maart 2015

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.