Nieuw Wetboek van Strafvordering

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) is begonnen aan een ambitieus wetgevingsprogramma met als inzet een nieuw Wetboek van Strafvordering dat beter aansluit bij een moderne, digitale samenleving en toegankelijker is voor de rechtspraktijk en de burger. Ook moet het de prestaties van de strafrechtsketen verbeteren. De bewindsman ontvouwde zijn plannen bij de opening van het congres Modernisering Wetboek van Strafvordering op 19 juni in Amersfoort. Hij wil het wetgevingsprogramma nog deze kabinetsperiode afronden.

Het congres vormde een eerste stap naar een serie wetsvoorstellen dat het Wetboek van Strafvordering een ander aanzien zal geven, maar niet zal leiden tot een stelselwijziging. De inbreng vanuit het congres wordt meegenomen bij de voorbereiding van de uiteindelijke wetsvoorstellen die vanaf eind dit jaar formeel in consultatie zullen gaan.
 

Het pakket

Het gaat om in totaal negentien wetsvoorstellen. De meeste zijn in voorbereiding, maar twee wetsvoorstellen liggen al voor advies bij de Raad van State, het wetsvoorstel digitale processtukken en de herziening van de tenuitvoerlegging van straffen. Streven is de overige zeventien wetsvoorstellen in 2015 voor advies bij de Raad van State hebben. Voorop staat dat de uitgangspunten en beginselen van de Nederlandse strafvordering niet worden gewijzigd. Al langer wordt gepleit voor een herziening van het Wetboek van Strafvordering. Zowel vanuit de wetenschap als de rechtspraktijk is de wens geuit een inzichtelijk en goed hanteerbaar wetboek te maken en om knelpunten weg te werken. In het huidige wetboek staan niet alleen verouderde, onnodige of complexe procedures, maar door de vele wijzigingen in de afgelopen jaren (323 keer sinds 1926) is de rek eruit. Het wordt steeds moeilijker om de juiste regels te vinden in het oerwoud van wettelijke maatregelen en oplossingen. Ook valt het niet mee om Europese richtlijnen in te passen.
De administratieve belasting is volgens de bewindsman ook te ver doorgeschoten vanwege verplichtingen die geen toegevoegde waarde hebben, maar wel het opsporingsproces sterk belasten.
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering moet straks duidelijk de taken en bevoegdheden weergeven van de verschillende organen van de strafrechtspleging, zoals de politie, het openbaar ministerie en de rechter. Ook beschrijft het de positie van de verdachte en het slachtoffer en van andere personen die incidenteel betrokken kunnen zijn bij een strafrechtelijke procedure, zoals de getuigen en de deskundige. De belangen van deze personen worden afgewogen tegen het belang van het onderzoek en de opsporing. Er komen geen nieuwe algemene bevoegdheden voor de opsporing. Het wetboek moet (zoveel mogelijk) techniekonafhankelijk en toekomstbestendig worden en de ruimte bieden om in te spelen op nieuwe nationale en internationale ontwikkelingen.

Bron: persbericht VenJ

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.