Minister van VenJ: Ongeclausuleerd interventierecht botst met karakter van verhoor als opsporingsmiddel

Geschreven door: Redactie op

Op 1 maart stuurde de Minister van VenJ een brief aan de Tweede Kamer waarin hij de vanaf die datum geldende regels ten aanzien van de raadsman bij verhoor nog eens uiteen zet. Ook geeft hij een uitleg met betrekking tot de vergoeding voor de verhoorbijstand. De brief is een reactie op het een dag eerder vastgelopen overleg met de (J)NVSA ((Jonge) Nederlandse Vereniging voor StrafrechtAdvocaten) over de invulling van de verhoorbijstand per 1 maart 2016.

Voor de NVSA en JNVSA was dat de reden het kort geding tegen de Nederlandse Staat over de regels met betrekking tot de advocaat die gelden tijdens het verhoor en over de vergoeding voor die bijstand door te zetten. Het kort geding dient 17 maart om 9.30 uur voor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag.

Volgens de strafrechtadvocaten biedt de toepasselijke regeling per 1 maart, zoals opgenomen in de door het OM opgestelde en in de Staatscourant gepubliceerde beleidsbrief, advocaten onvoldoende ruimte om tijdens het verhoor rechtsbijstand aan de verdachte te verlenen. Het door de verenigingen geschetste beeld dat advocaten tijdens het verhoor niets mogen zeggen en enkel vooraf en na afloop opmerkingen mogen maken behoeft volgens de minister echter bijstelling. De orderegels uit de beleidsbrief, die zijn ontleend aan het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit ter implementatie van Richtlijn 2013/48/EU inzake het recht op toegang tot een raadsman in strafprocedures (Kamerstuk 34 157), laten voldoende ruimte voor adequate rechtsbijstand tijdens het verhoor. De raadsman kan wel degelijk aan het verhoor deelnemen en tijdens het verhoor een interventie plaatsen. De raadsman mag naast de verdachte aan de verhoortafel plaatsnemen. Hij mag voor aanvang en na afloop van het verhoor alle opmerkingen maken en vragen stellen die hem dienstig voorkomen. Hij moet daartoe in de gelegenheid worden gesteld. De raadsman is tijdens het verhoor bevoegd de verhorende ambtenaar erop opmerkzaam te maken dat de verdachte een vraag niet begrijpt, dat er ongeoorloofde druk op de verdachte wordt uitgeoefend (overtreding pressieverbod) of dat de toestand van de verdachte zodanig is dat deze een verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert. Daarnaast is de raadsman (of de verdachte) bevoegd om ten minste eenmaal om onderbreking van het verhoor te vragen voor onderling overleg. Bovendien mag de raadsman tijdens het verhoor aantekeningen maken en wordt hij na afloop van het verhoor in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken bij de weergave van het verhoor in het proces-verbaal. Daarmee zijn er voldoende mogelijkheden voor deelname aan het verhoor. Het is juist dat deze mogelijkheden met deze regels aan grenzen zijn gebonden. Dat spoort met het karakter van het verhoor als middel van opsporing. Het kan onder omstandigheden nodig zijn de verdachte aaneengesloten en indringend te bevragen. Een ongeclausuleerd interventierecht zou dat verhinderen. Meer in het algemeen geldt dat het verhoor niet het karakter heeft van een vrijblijvend gesprek. Hiermee wordt, aldus de minister, op adequate wijze uitvoering gegeven aan de EU-richtlijn.

Ten aanzien van de vastgestelde vergoeding is door de strafrechtadvocaten aangegeven dat de hoogte van deze vergoeding niet in verhouding zou staan tot de reële tijdsbesteding die samenhangt met het verlenen van verhoorbijstand in de eerste fase van het opsporingsonderzoek. In een poging om aan deze bezwaren tegemoet te komen heeft de minister  na overleg met de NVSA en NVJSA geopperd de vergoeding voorlopig te verhogen totdat duidelijk is of dat in de praktijk daadwerkelijk benodigd is. Deze tijdelijke tegemoetkoming zou dan weer worden teruggedraaid als daartoe geen noodzaak zou blijken te zijn. Deze gedachte is door de vertegenwoordigers van deze organisaties afgewezen. Voorwaarde was dan wel dat het kort geding zou worden ingetrokken.

Om verantwoorde uitspraken te kunnen doen over de vraag wat een redelijke vergoeding is zal de praktijk op dit punt worden gemonitord. Op basis van deze monitor (waarvan de eerste resultaten eind mei worden verwacht) zal worden bezien of de puntvergoeding aanpassing behoeft. De minister rekent erop dat de advocatuur zal zorgen voor voldoende en tijdig beschikbare advocaten om ervoor te zorgen dat het recht op verhoorbijstand voor verdachten snel en effectief kan worden geëffectueerd.

 

 

 

 

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 15 maart 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Frits Jansen schreef op :
Met verbijsterende vanzelfsprekendheid legt de Minister uit dat de verdachte onder druk moet kunnen worden gezet. Alsof dat zinvolle informatie kan opleveren. Een verdachte die onder druk wordt gezet levert vaak geen betrouwbare informatie, tot valse bekentenissen toe.

Maar populistisch is de Minister wel. Henk & Ingrid vinden al lang dat het een schande dat iemand die iets heeft uitgevreden godbeterhet niet eens "dader"mag worden genoemd maar alleen "verdachte", en dan nog eens (vaak op overheidskosten) een advocaat mag inzetten om de veroordeling tegen te werken.

Henk & Ingrid denken dat verdedigen hetzelfde is als tegenwerken, en wie "topadvocaat" (ahum) Moszkowicz an de gang zag leek een bevestiging te krijgen van dit akelige misverstand.

Helaas weet ik uit eigen ervaring dat de politie zelfs niet vies is van een beetje folteren. de rechter dekt dat als regel. Klachtencommissies hebben één standaardantwoord in hun tekstverwerker: "de politie is hier naar onze overtuiging professioneel opgetreden". Een hopeloos geval van een "waarom-daarom" redenering.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.