Inzet meerjarenstrategie Europese Unie op het terrein van Justitie

Acht Europese Lidstaten, Nederland, Estland, Finland, Duitsland, Hongarije, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, hebben op 18 november in Den Haag overeenstemming bereikt over de algemene uitgangspunten voor de komende meerjarenstrategie (2015-2020) van de Europese Unie op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken. De uitgangspunten zijn opgenomen in een brief aan de Europese Commissie die door de betreffende Lidstaten werd ondertekend. Hiermee geven deze Lidstaten nadrukkelijk het signaal af zelf verantwoordelijkheid te willen nemen voor de koers in Europa de komende jaren op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken.


De brief is een initiatief van de drie landen die verantwoordelijk waren voor de afgelopen drie meerjarenprogramma’s op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken: Finland (1999- 2004), Nederland (2004-2009) en Zweden (2010-2014).

De Lidstaten zijn het volgende overeengekomen:
Subsidiariteit: Grensoverschrijdende problemen zoals criminaliteit vereisen een Europese aanpak. Problemen die echter op nationaal, regionaal of lokaal kunnen worden opgelost, moeten ook op dat niveau worden aangepakt.
Consolidatie: De laatste jaren is veel wetgeving tot stand gekomen. Het is nu zaak de bestaande wetgeving en instrumenten optimaal om te zetten in nationale regelgeving en in praktijk te brengen, voordat allerlei nieuwe wetgeving wordt opgetuigd.
Kostenbeheersing: Bij de evaluatie van bestaande en totstandkoming van nieuwe instrumenten is – zeker in deze financieel krappe tijden – kostenbeheersing een zeer belangrijk criterium. Nieuwe maatregelen moeten voor inwerkingtreding altijd voorafgegaan worden door een uitgebreide kosten-batenanalyse. Een van de criteria daarbij is of de nieuwe maatregelen ook bijdragen aan (economische) groei.

De komende periode zal met de andere Lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement gesproken worden over de meerjarenstrategie. De strategie wordt definitief vastgesteld door de Europese regeringsleiders in de Europese Raad van juni 2014. Het programma is voor Nederland extra relevant met het oog op het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016.

 

Nederlandse inzet

De ministerraad van 15 november schaarde zich achter de volgende zaken die Nederland de komende jaren wil realiseren in Europees verband:

Bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit
Net als bij legale sectoren van onze economie geldt dat de ‘criminele ondernemer’ zich bij de keuze voor zijn werkterrein laat leiden door het vestigings- en investeringsklimaat. Daarbij zijn met name de mogelijkheden tot het gebruik van legale voorzieningen en structuren van belang. Dit vraagt om een aanpak die veel verder gaat dan handhaving van het strafrecht. Zo moet de informatiedeling worden verbeterd. Een voorbeeld is de mogelijkheid van gemeenten tot het screenen van vergunningen en het sluiten van panden. In de praktijk blijkt het nu vaak niet mogelijk van andere EU-lidstaten de benodigde informatie te verkrijgen om die screening goed uit te kunnen voeren.

Samenwerking ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit
In Nederland worden veel maatregelen genomen om financieel onderzoek en het afpakken van crimineel vermogen te versterken. Financieel rechercheren is hierbij van groot belang. Momenteel zijn hierbij grensoverschrijdende belemmeringen. Gedacht moet worden aan het inzetten van bevoegdheden in het opsporingsonderzoek, informatiedeling en de mogelijkheden om crimineel vermogen af te pakken. Nederland wil dat al dit soort belemmeringen in kaart worden gebracht, zodat deze vervolgens opgelost kunnen worden.

Cybersecurity
Nederland zet de komende jaren in op het bundelen van de krachten van betrokken bedrijven en overheidsorganisaties, nationaal en internationaal, om weerbaar te zijn tegen cyber aanvallen en cybercriminelen ook over de grens aan te kunnen pakken.

Slachtoffers
Nederland wil dat een slachtoffer ook in het buitenland zijn rechten kan uitoefenen. Vorig jaar is binnen de EU een minimumniveau aan rechten voor slachtoffers van criminaliteit afgesproken. Het is nu zaak dat dit goed in praktijk wordt gebracht.

Forensische kwaliteitsnormen
Forensisch onderzoek in de opsporing en forensisch bewijs wordt steeds belangrijker. Voor de betrouwbaarheid van de bevindingen is goed kwalitatief onderzoek essentieel. Voor grensoverschrijdende informatie- uitwisseling en criminaliteitsbestrijding is het daarom belangrijk dat de kwaliteit van forensisch onderzoek binnen de EU op een acceptabel en gelijkwaardiger niveau wordt gebracht. Nederland zet daarom in op de ontwikkeling van gemeenschappelijke minimum-kwaliteitsnormen.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.