Grootschalige gegevensverzameling inlichtingendiensten in strijd met grondrechten

Inlichtingendiensten in de Europese Unie die op grote schaal gegevens van en over Europese burgers verzamelen in het kader van surveillanceprogramma’s handelen in strijd met de in Europa geldende grondrechten. Deze conclusie trekken de gezamenlijke Europese privacytoezichthouders, verenigd in de Artikel 29-werkgroep, in een Opinie. Hoewel de inlichtingendiensten niet onder de reikwijdte van het recht van de Europese Unie vallen, stellen de privacytoezichthouders vast dat de algemene grondrechten, zoals onder meer vastgelegd in het EVRM, wel van toepassing zijn. Het is de plicht van de EU-lidstaten om ervoor te zorgen dat die rechten ook daadwerkelijk worden gerespecteerd.

Uitspraak Europees Hof bewaarplicht

Op 9  april 2014 werd de Europese richtlijn over de bewaarplicht voor telecom- en internetgegevens – die grote hoeveelheden gegevens van en over alle Europeanen toegankelijk maakt voor politie en justitie – ongeldig verklaard door het Hof van Justitie van de EU. Uit de uitspraak blijkt dat de bewaarplicht een te grote inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer en mensen het idee kan geven dat zij voortdurend onder observatie staan.

Europese privacy waakhonden3

Volgens de Artikel 29-werkgroep betekent het respecteren van Europese grondrechten onder meer dat het onrechtmatig is om gegevens van grote groepen, vaak onverdachte, personen middels geheime surveillanceprogramma’s, op te slaan. Zolang de noodzakelijkheid en proportionaliteit van massale opslag van en toegang tot deze gegevens niet kan worden aangetoond, kunnen  deze programma’s niet worden verantwoord door een beroep op de strijd tegen het terrorisme of andere bedreigingen voor de nationale veiligheid. Ook het meewerken door Europese autoriteiten of bedrijven aan surveillanceprogramma’s van buitenlandse inlichtingendiensten  door toegang te geven tot hun netwerken of door gegevens te verstrekken is strijdig met de Europese privacyregels. De Artikel 29-werkgroep doet daarom in haar opinie een aantal aanbevelingen om de balans tussen privacy en veiligheid te herstellen. In de eerste plaats roepen de toezichthouders op om het vertrouwen van de burger in de overheid terug te winnen, onder andere door meer openheid van zaken te geven over het bestaan en de werking van surveillanceprogramma’s. Ook moet zo spoedig mogelijk duidelijk worden wat in juridische zin moet worden verstaan onder het begrip ‘nationale veiligheid’. Een heldere en objectieve begripsbepaling ontbreekt vooralsnog. In de tweede plaats dient sprake te zijn van effectief en onafhankelijk toezicht op de veiligheidsdiensten, waarbij specifieke aandacht wordt gegeven aan de verwerking van persoonsgegevens. Tot slot roepen de privacytoezichthouders op om op mondiaal niveau afspraken te maken over een afdwingbaar recht op gegevensbescherming en specifieke waarborgen in geval van onderzoeken door inlichtingendiensten. 

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.