Geheime surveillance bij opsporing

Geschreven door: Redactie op

Onderzoekers van het Instituut voor Informatierecht (IViR, UvA) concluderen in het rapport ‘Geheime surveillance en opsporing’ dat bij het inzetten van geheime surveillance voor de opsporing van strafbare feiten onafhankelijk toezicht en transparantie gewaarborgd moeten zijn. Uitspraken van Europese rechters hierover zijn duidelijk: er gelden dezelfde normen voor nationale veiligheid als voor de opsporing van strafbare feiten. Het rapport vertaalt deze normen in tien richtsnoeren waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerp van nieuwe wetgeving.

In het wetsvoorstel ‘Computercriminaliteit III’ (Kamerstukken 34372) zijn nieuwe bevoegdheden opgenomen om computers, telefoons en andere apparaten te ‘hacken’. Door bijvoorbeeld in het geheim extra software te plaatsen kunnen gebruikers worden gevolgd en kan toegang tot de inhoud van communicatie worden verkregen. Goede waarborgen zijn nodig omdat de impact van deze wetgeving vooraf niet te overzien is. De techniek ontwikkelt zich snel en is niet voorspelbaar en kosten vormen geen barrière meer tegen grootschalige inzet.
Het rapport signaleert vier knelpunten die zich voor verbetering lenen:
• Er ontbreekt een onafhankelijke instelling die toezicht houdt op geheime surveillance. Er is geen
‘systeemtoezicht’: toezicht vindt nu plaats in individuele gevallen.
• Voorafgaande toetsing van in te zetten technologieën maakt het toezicht meer compleet. Toezicht moet niet beperkt blijven tot de inzet van een middel in een concreet geval.
• Het toezicht moet ‘daadwerkelijk en effectief’ zijn. Het voorafgaand verstrekken van lasten en toestemming moet zorgvuldig gebeuren en goed gemotiveerd worden. Er dient ‘real time’ toezicht te zijn: toezicht gedurende de inzet van de bevoegdheden. Notificatieplichten moeten worden nageleefd.
• Er moet meer aandacht zijn voor transparantie jegens de samenleving: welke informatie wordt door de overheid verstrekt en welke gegevens mogen betrokken organisaties publiceren over verzoeken tot medewerking aan de uitoefening van bijzondere bevoegdheden.

 

S.J. Eskens, O.L. van Daalen en N.A.N.M. van Eijk, ‘Geheime surveillance en opsporing - Richtsnoeren voor de inrichting van wetgeving’, www.ivir.nl

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 28 november 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.