Geen vervolging tabaksproducenten

Geschreven door: Redactie op

Het Gerechtshof Den Haag geeft geen bevel tot strafrechtelijke vervolging van tabaksproducenten. Dat heeft het Haagse hof vandaag beslist in een procedure op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering die aangespannen was tegen tabaksproducenten.

Het hof stelt voorop dat de wetgever er in het verleden bewust voor heeft gekozen om het op de markt brengen van sigaretten niet strafbaar te stellen hoewel de wetenschap van de risico’s en gevaren ook bij de Nederlandse (en Europese) overheid al heel lang bestaat. Ook de Europese Tabaksrichtlijn bevat net als zijn voorganger geen algemeen verbod op verkoop, productie en presentatie, maar wel een (strenge) regulering. De Richtlijn heeft het oogmerk de interne markt voor tabak en aanverwante producten beter te doen functioneren, waarbij wordt uitgegaan van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, met name voor jongeren, en teneinde te voldoen aan de verplichtingen van de Unie die voortvloeien uit het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (WHO Framework Convention for Tobacco Control — FCTC, artikel 1).

De lidstaten mogen het in de handel brengen van tabaks- of aanverwante producten die aan deze richtlijn voldoen, niet verbieden of beperken. Uitgangspunt is daarom dat tabaksfabrikanten, die handelen in overeenstemming met het in de Richtlijn en de daarop gebaseerde nationale wet- en regelgeving bepaalde, niet met vrucht strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.

Er zijn volgens het hof ook geen aanknopingspunten voor enig vermoeden dat de tabaksproducenten niet conform de Richtlijn hebben gehandeld, zodat voor strafrechtelijke vervolging van de beklaagden ter zake van de vermeende delicten geen aanknopingspunten bestaan. Kort gezegd zijn zowel de toevoeging van additieven als het bestaan en de werking van de ventilatiegaatjes bij de regelgevers bekend en in het huidige bestel geaccepteerd en is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een gemanipuleerde of “sjoemelsigaret”, zoals door de raadsvrouw wordt gesteld.

Lees hier de gehele uitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2018:3334

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 7 december 2018

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.