Evaluatie Politiewet 2012: dat kan beter

Het window of opportunity voor de vorming van een nationale politie die in de aanloop naar de vorming van het kabinet Rutte-I ontstond werd benut door het voortvarende publieke ondernemerschap van de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie. De politieke besluitvorming over de nieuwe Politiewet kreeg hierdoor een opmerkelijke vaart. Het straffe tempo werd ook aan de implementatie van de hervormingen opgelegd. De nadruk op ‘doorpakken’ in zowel het wetgevings- als het implementatietraject blijkt nu een tweesnijdend zwaard te zijn geweest. Er werd een doorbraak geforceerd op een dossier dat in het verleden al meerdere malen tot jaren- en zelfs decennialange patstellingen had geleid. Daarvoor is een flinke prijs betaald.

Dat blijkt uit het eindrapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 (commissie Kuijken) dat op 16 november openbaar is gemaakt.

Zwakke plekken

Het wettelijk kader dat uiteindelijk na een ronde vol amendementen door de Eerste Kamer werd aanvaard, kent een aantal zwakke plekken. Bezuinigings- en verbeteringsambities – in de beleidslogica moeiteloos in elkaars verlengde gebracht – bleken in de praktijk te schuren. De gewilde beweging ‘weg van regionale koninkrijkjes’ voerde in de maalstroom van het verkregen momentum in de richting van een mate van centralisatie in de governance en aansturing van het veranderproces die al snel tegenkanting opriep. De sterk top-down ingezette implementatie van de reorganisatie hield bovendien te weinig rekening met de uiteenlopende startposities en complexiteiten (zoals de simultane integratie en modernisering van tientallen IT-systemen); onzekerheden (‘heb ik straks nog mijn werk en waar’); delicate symboliek (de sluiting van bureaus); en de emoties die inherent zijn aan dergelijke trajecten. Daarenboven werd tegelijkertijd het functiehuis aangepakt en leverden de discussies over de arbeidsvoorwaarden veel en langdurige onzekerheid op. Dat alles heeft grote impact gehad op mensen en verhoudingen binnen en rond de nieuwe organisatie.

Teveel in één hand

De Pw2012 heeft geleid tot een hybride structuur waarbij meerdere rollen in één hand liggen, in die van de Minister van JenV. De minister is ‘eigenaar’, op diverse momenten opdrachtgever en opdrachtnemer en heeft een beperkte gezagsrol. De minister bepaalt de landelijke prioriteiten, zit het landelijk overleg voor en is voor een beperkt aantal taken van de landelijke eenheid het bevoegd gezag. Daar komt op beheersmatig vlak nog het nodige bij. De minister kan opdrachten geven op grond van de brede aanwijzingsbevoegdheid, stelt bijvoorbeeld de politiebegroting en jaarrekening op en stelt haar uiteindelijk ook vast, onderhandelt over de cao, en benoemt de diverse toezichthouders (Commissie van toezicht op het beheer politie, Inspectie VenJ, en diverse andere commissies onder andere voor review op de ICT-ontwikkeling alsmede de accountant). Deze combinatie van rollen past niet goed in hedendaagse inzichten over goede corporate governance en vereist derhalve aanpassing. De herijking uit 2015 voorzag daar niet in. Daartoe doet de commissie een aantal aanbevelingen. Opvolging van deze aanbevelingen moet de korpschef in staat stellen te opereren op een manier die past bij de leiding van een zelfstandige rechtspersoon en dwingt alle partijen tot meer rolvastheid. Dat maakt een betere aansturing van en toezicht op de politie mogelijk.

Effecten onduidelijk

De commissie heeft van alle facetten van haar onderzoek het meeste moeite gehad om greep te krijgen op de vraag naar het effect van de nieuwe verhoudingen op de prestaties van de politie en de maatschappelijke doorwerking daarvan. De uitvoerende onderzoekers betraden een moeilijk doordringbaar woud van impressies, opinies, indicatoren, data, monitoren, pars pro toto claims en oorzaak-gevolgredeneringen. Eens te meer werd duidelijk dat er over de effectiviteit van het politieoptreden in Nederland op dit moment geen valide en betrouwbare algemene uitspraken zijn te doen. De realiteit is dat ‘veiligheid’ veel lagen en verschijningsvormen kent, en bovendien geconfronteerd wordt met het taaie vraagstuk van het dark number. En er is de tragiek van de onzichtbare successen: de effectiviteit van preventief politieoptreden is veel minder eenduidig vast te stellen dan van repressief optreden. En er komen nieuwe bedreigingen als cybercriminaliteit waar nog te weinig en onvoldoende operationeel te hanteren indicatoren voor zijn.

Ook over andere beoogde prestatie-effecten van de vorming van de nationale politie is het lastig gebleken conclusies te trekken. In de diverse deelonderzoeken zijn zeker voorbeelden te vinden waar de nieuwe structuren en werkwijzen ‘winst’ hebben opgeleverd, bijvoorbeeld bij opschaling rond grootschalige evenementen, ernstige incidenten en complexe onderzoeken (bijvoorbeeld cold cases). Maar er zijn ook voorbeelden van succesvol functioneren, zoals de aanpak van voetbalgeweld, die niet aantoonbaar het gevolg zijn van de nieuwe structuren. De beoogde en opgelegde bezuiniging op de niet-operationele sterkte is weliswaar deels behaald (- 19%), maar of dit ook is gedaan op de meest gewenste of meest efficiënte manier en met welke onbedoelde effecten is niet eenduidig vast te stellen. Het totale politiebudget is gegroeid. Al met al kan de commissie alleen de ietwat zuinige conclusie trekken dat het vertrouwen in en het functioneren van de politie in de onderzochte periode er in de ogen van de burger niet op achteruit zijn gegaan, ondanks alle veranderingen waaraan men onderhevig was. Minstens zo belangrijk is een andere les: noch de korpsleiding, noch het ministerie, noch het bonte geheel van gezagsdragers en toezichthouders beschikken over een methodisch stevig en door rijke en gebundelde data ondersteund strategisch beeld van het presterend vermogen van de politieorganisatie. Dat moet beter.

De Evaluatie en bijlagen zijn te vinden als bijlagen bij Kamerstukken I 2017/18, 30 880, AA

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.