EU-Richtlijn uitwisseling informatie verkeersovertredingen nietig

De richtlijn betreffende de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (2011/82/EU) is gebaseerd op de bevoegdheid van de Unie inzake vervoersveiligheid. Bij de vaststelling van richtlijn is echter de bevoegdheid van de Unie op het gebied van politiële samenwerking als rechtsgrondslag gehanteerd. Politiële samenwerking heeft betrekking op de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van asiel, immigratie, controle aan de buitengrenzen en voorkoming van criminaliteit, racisme en vreemdelingenhaat; niet op verbetering van verkeersveiligheid. Het HvJ EU heeft op 6 mei 2014 met het arrest in zaak C-43/12 de richtlijn op die grond nietig verklaard.

Maar rechtsgevolgen blijven in stand

De richtlijn voert een procedure in die de lidstaten moeten volgen bij het uitwisselen van informatie over acht verkeersovertredingen (te hard rijden, niet dragen veiligheidsgordel, niet stoppen voor rood licht, rijden onder invloed van drank en/of drugs, niet dragen van een helm, gebruiken van een verboden rijstrook en het illegaal gebruiken van een mobiele telefoon tijdens het rijden). De lidstaten hebben aldus in andere lidstaten toegang tot de nationale gegevens uit kentekenregisters, zodat zij kunnen vaststellen wie aansprakelijk is voor de overtreding.

In zijn arrest brengt het Hof in herinnering dat ter beantwoording van de vraag of de richtlijn geldig kon worden vastgesteld op basis van de politiële samenwerking, zowel het doel als de inhoud er van moet worden onderzocht. Wat het doel betreft, komt het Hof tot de conclusie dat het doel de verbetering van de verkeersveiligheid is. Wat de inhoud betreft wordt vastgesteld dat het systeem van informatie-uitwisseling het instrument is waarmee het doel wordt nagestreefd. Maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid vormen een onderdeel van het vervoersbeleid en moeten dus op die grondslag worden vastgesteld. De maateregelen sluiten niet aan bij de doelstellingen van de politiële samenwerking. Het Hof besluit de richtlijn daarom nietig te verklaren maar onderzoekt vervolgens de gevolgen daarvan en komt tot de conclusie dat nietigverklaring een ongunstige weerslag kan hebben op de verwezenlijking van het vervoersbeleid van de Unie. Het Hof acht het daarom dan ook gerechtvaardigd dat de gevolgen van de richtlijn in stand worden gehouden totdat een nieuwe richtlijn in werking treedt die op de juiste rechtsgrondslag is gebaseerd. De inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn dient plaats te vinden binnen een redelijke termijn van ten hoogste één jaar na de uitspraak van het arrest.

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.