EHRM: belang kind weegt zwaarder bij voorgenomen uitzetting

Het wordt moeilijker om illegalen uit te wijzen als ze de zorg voor een deels Nederlands gezin hebben. Belangen van kinderen moeten voortaan veel zwaarder wegen, aldus een uitspraak van de Grote Kamer van het EHRM van 3 oktober. Nederland werd veroordeeld wegens schending van artikel 8 EVRM, het recht op ongestoord familieleven, omdat het in 2010 een met een Nederlander gehuwde illegale Surinaamse vrouw wilde uitzetten. Daardoor zouden ook haar Nederlandse kinderen naar Suriname moeten verhuizen.

In 1997 kwam Meriam Jeunesse naar Nederland op een toeristenvisum om zich bij haar Nederlandse partner te voegen. Na het verlopen van het visum bleef ze hier. Het stel trouwde in 1999 en kreeg drie kinderen. Jeunesse vroeg herhaaldelijk een verblijfsvergunning aan, maar die werd steeds geweigerd omdat ze geen ‘machtiging tot voorlopig verblijf’ bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo had aangevraagd. Omdat de man los-vastwerk had werd bovendien niet voldaan aan het inkomensvereiste. In 2010 werd de vrouw in vreemdelingenbewaring gezet waaruit ze werd ontslagen omdat ze zwanger bleek.


Uitspraak

Hof De Grote Kamer concludeert met 14 tegen 3 stemmen dat Nederland onvoldoende rekening hield met het feit dat het hele gezin van de illegale vrouw uit Nederlanders bestaat. Ook wordt Nederland verweten dat het onvoldoende heeft laten meewegen dat de overheid al zestien jaar van haar illegale aanwezigheid op de hoogte was nu de vrouw stond ingeschreven bij het bevolkingsregister. Verder wordt Nederland verweten dat er onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van de uitzetting op het leven van de kinderen. Tot slot is er het verwijt dat geen rekening is gehouden met de proportionaliteit of de praktische effecten van de uitzetting van de moeder op het leven van de kinderen. Zo komt het Hof tot de slotsom dat er geen juiste afweging is gemaakt tussen de persoonlijke belangen van Meriam Jeunesse en haar familie om hun gezinsleven in Nederland voort te zetten en de belangen van de staat bij de handhaving van het immigratiebeleid.

EHRM application no. 12738/10

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
De nagestreefde totale zeggenschap (“soevereiniteit”) van onze politieke partij vertegenwoordigers in onze rechtsstaat wordt met een zekere regelmaat door rechterlijke uitspraken doorkruist. Het is daarom niet verwonderlijk – en m.i. ook voorspelbaar – dat zij er alles aan doen om onze nationale rechters onder hun partij politieke controle te brengen.
Lees ook het – nog steeds actuele – artikel van Brenninkmeijer in het NJB nr3/jrg.87/2012: https://njb.nl/blog/import/unitas-politica.9232.l …

Met uitspraken van het EHRM hebben onze partij vertegenwoordigers meer moeite vermits het EHRM meer vrij van nationale partij politieke bemoeienissen is.

Overigens wordt m.i. ook klaar, dat onze partij vertegenwoordigers een – in onze grondwet vastgelegde – aversie hebben om onze nationale rechters de bevoegdheid te geven onze nationale wet- en regelgeving en bestuurlijk handelen te toetsen aan onze grondwet.
Frits Jansen schreef op :
Bewindslieden onder wier verantwoordelijkheid mensenrechten worden geschonden moeten aftreden.

Maar er zullen wel weer PVVD-ers opstaan die zich beklagen dat de rechters van het EHRM optreden ls "politici in toga", en roepen dat het EVRM uit de tijd is.

Helaas zijn er rechtsgeleerden die zulke opvattingen propageren, met name in Leiden. Zij gaan uit van een vermeend "primaat van de politiek", dat miskent dat mensrechten juist impliceren dat de overheid beperkingen kunnen worden opgelegd, zelfs als besluiten we democatisch gelegitimeerd zijn.

Eigenlijk is het nizar dat wij binnen Nederland geen grondrechtentoetsing hebben, en daarvoor op het EHRM moeten terugvallen. Er is tegenwoordig wel een "College voor de Rechten van de Mens", maar dat heeft niet de in de verte de macht van een Bundesverfassungsgericht of een U.S. Supreme Court.

Interssant is vooral de aanpak van het Bundesverfassungsgericht die strikt alleen rechtmatigheid beoordeeld, en politieke oordelen aan het parlement overlaat ("Parlamantsvorbehalt").

Interessant is ook dat rechters van beide genoemde hoven vaak andes beslissen dan je op grond van hun politieke achtergrond zou verwachten. Omdat professionele juristen het geldend recht toepassen, en ondergescht maken aan hun persoonlijke opvattingen.

Vooral in de VS stellen de opperrechters vaak de president teleur die hun benoemde. Daar speelt ook mee dat die rechters letterlijk voor het leven woden benoemd, en vaak al tientallen jaren geleden door een bijna vergeten president zijn benoemd. De zittingstermijn in het BVerfG is tot 12 jaar beperkt, zonder mogelijkheid van herbenoeming. Maar ook daar zie je menigmaal een verschil tussen politieke "kleur" en juridische uitspraken.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.