Eén prejudiciële vraag ingetrokken in zaken over opslag van vingerafdrukken

In de zaken met betrekking tot de opslag van vingerafdrukken in paspoorten en identiteitskaarten heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het Hof van Justitie in Luxemburg, naar aanleiding van zijn vraag of zij haar vragen wenste te handhaven, begin december laten weten dat zij één prejudiciële vraag intrekt. Daartoe heeft de Afdeling bestuursrechtspraak besloten naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in Luxemburg van 17 oktober 2013 in zaak C-291/12 (Schwarz). Daarmee is de prejudiciële procedure in gevoegde zaken C-446/12-C-449/12 echter niet ten einde. De Afdeling bestuursrechtspraak handhaaft de andere twee vragen die zij het Hof heeft gesteld.

 

Op 28 september 2012 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak in vier zaken in hoger beroep prejudiciële vragen gesteld aan het Hof. Het gaat om zaken waarin de burgemeesters van Den Haag, Nuth, Skarsterlân en Amsterdam een aanvraag voor een paspoort of identiteitskaart niet in behandeling hadden genomen, omdat de aanvragers weigerden de daarvoor verlangde vingerafdrukken af te geven.

 

Vragen

De Afdeling bestuursrechtspraak wilde van het Hof het volgende weten:

  • 1. Is artikel 1, tweede lid, van Verordening (EG) 2252/2004 van de Raad van 13 december 2004 betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PB L 385, blz. 1), zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2252/2004 (PB L 142, blz. 1), geldig in het licht van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden?
  • 2. Indien het antwoord op vraag 1 inhoudt dat artikel 1, tweede lid, van Verordening geldig is, moet artikel 4, derde lid, van de Verordening, in het licht van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 8, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 7, aanhef en onder f, van de Privacyrichtlijn gelezen in verbinding met artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van die richtlijn zo worden uitgelegd dat ter uitvoering van deze Verordening door de lidstaten wettelijk dient te worden gewaarborgd dat de op grond van deze Verordening verzamelde en opgeslagen biometrische gegevens niet voor andere doeleinden mogen worden verzameld, verwerkt en gebruikt dan voor de afgifte van het document?

In één van de vier zaken stelde de Afdeling bestuursrechtspraak een aanvullende vraag:

  • 3. Moet artikel 1, derde lid, van de Verordening aldus worden begrepen dat de Verordening niet van toepassing is op door de lidstaten aan hun onderdanen afgegeven identiteitskaarten, zoals de NIK, ongeacht hun geldigheidsduur en ongeacht de mogelijkheden om deze als reisdocument te gebruiken?


Schwarz

Het Hof wees in oktober van dit jaar een arrest in een Duitse zaak (arrest Schwarz) waarin eenzelfde problematiek aan de orde was. De vraag of de verordening geldig is, voor zover daarbij de aanvrager van een paspoort wordt verplicht zijn vingerafdrukken af te staan, en wordt bepaald dat deze moeten worden bewaard in het paspoort, met name gelet op het handvest van de grondrechten van de Europese Unie, beantwoordde het Hof bevestigend. De Afdeling bestuursrechtspraak is, na bestudering van de overwegingen van het arrest, van oordeel dat het arrest antwoord heeft gegeven op haar eerste vraag. Zij heeft het Hof begin december schriftelijk te kennen gegeven deze vraag dan ook in te trekken.

 

Identiteitskaart

De Afdeling bestuursrechtspraak handhaaft de andere twee vragen. Zij acht het noodzakelijk dat het Hof kennis neemt van de stellingen en argumenten die partijen ten aanzien van de tweede vraag naar voren hebben gebracht, omdat het Hof op basis daarvan zijn overwegingen in het arrest Schwarz zo nodig kan verduidelijken of nuanceren. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het arrest Schwarz geen antwoord geeft op de vraag die betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de betrokken partijen van haar beslissing op de hoogte gesteld.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de behandeling van de vier zaken geschorst, in afwachting van de antwoorden van het Hof in Luxemburg. Daarna zal zij de behandeling voortzetten en uiteindelijk definitieve uitspraken doen in de geschillen tussen de burgemeesters en de vier aanvragers. De zaken zijn bij de Afdeling bestuursrechtspraak bekend onder de nummers 201205423/1 (Amsterdam), 201110934/1 (Nuth), 201110242/1 (Skarsterlân) en 201105172/1 (Den Haag).

 

De volledige tekst van de verwijzingsuitspraak van 28 september 2012 is te vinden op de website van de Raad van State.


Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.