Democratische basis ontbreekt bij meeste Europese regels

Het Verdrag van Lissabon (2007) was mede bedoeld ter versterking van de democratische legitimiteit van de EU. Toch zijn steeds meer regels afkomstig van de Europese Commissie, een instelling zonder democratisch mandaat. Dit schrijven de Leidse juristen Wim Voermans en Josephine Hartmann in het Journal of Theory and Practice of Legislation.

Legitimititeitsprobleem

De belangrijkste Europese regels staan in richtlijnen en verordeningen die met de  volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement (EP) zijn vastgesteld. Maar zij kunnen niet alles in detail regelen. Daarom wordt de uitwerking vaak gedelegeerd aan de Europese Commissie. Precies in deze overdracht heeft de EU een legitimiteitsprobleem, constateren hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans en promovenda Josephine Hartmann in hun artikel dat eind mei verschijnt. De Europese Commissie produceert steeds meer gedelegeerde maatregelen en uitvoeringshandelingen, die nu al zo’n 80 procent uitmaken van de totale EU-regelgeving.

Verdrag van Lissabon

Dit al veel langer bestaande probleem zou met het Verdrag van Lissabon (2007) worden aangepakt. Voermans: ‘Vóór het Verdrag van Lissabon werd de wetgeving vooral uitgewerkt in technische commissies. Daarbij konden vertegenwoordigers van de lidstaten de Commissie adviseren of  assisteren en zo controle uitoefenen (comitologie). Het EP stond daarbij wel buiten spel. Dit veranderde gedeeltelijk met het Verdrag van Lissabon, dat het Europees Parlement een grotere rol gaf in Europese  wetgeving bij het vaststellen van gedelegeerde regels door de Commissie.’

Europese Commissie blijft dominante speler

Toch is desondanks de Europese Commissie de dominante speler gebleven, stelt Josephine Hartmann. Ze bereidt een proefschrift voor dat mede gaat over politieke legitimiteit. De Commissie zit de bijeenkomsten voor, bemiddelt tussen de vertegenwoordigers van de lidstaten en bepaalt wanneer er wordt gestemd. Het Europees Parlement en de Raad worden weliswaar regelmatig geïnformeerd, maar niet uitgenodigd voor besprekingen. 
 
Hartmann: ‘Bij het maken van uitvoeringsmaatregelen door de EU Commissie is de Raad wel
betrokken, maar het feit dat 270 comités bij de vaststelling daarvan mee mogen kijken, zegt niet
zoveel. Het werk wordt uitgevoerd door niet-gekozen deskundigen uit de lidstaten.’ Om die reden
concluderen Voermans en Hartmann dat de democratische legitimiteit van EU-wetten en -regels sinds het Verdrag van Lissabon zelfs lijkt verslechterd.

Lissabon pakt averechts uit

Het overdragen van regelgevende bevoegdheden zou volgens interne Europese afspraken beperkt moeten blijven, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. In de zevende zitting van het Parlement (2009-2014) maakt de primaire regelgeving – richtlijnen en verordeningen die samen met het EP zijn vastgesteld – maar een magere vijf procent van het totaal uit, de rest zijn gedelegeerde regels en uitvoeringsmaatregelen vastgesteld door de Commissie. 
 
Voermans: ‘Opgeteld geeft dat in diezelfde periode het beeld dat in 83 procent van de EU-regelgeving noch het Europees Parlement, noch de nationale parlementen, noch het Europese publiek direct zijn betrokken. Voermans: ‘Lissabon lijkt ondanks de goede bedoelingen op het punt van de legitimiteit averechts uit te pakken.’


Bronvermelding: persbericht Universiteit Leiden


 


Democratische basis ontbreekt bij meeste Europese regels

Het Verdrag van Lissabon (2007) was mede bedoeld ter versterking van de democratische legitimiteit van de EU. Toch zijn steeds meer regels afkomstig van de Europese Commissie, een instelling zonder democratisch mandaat. Dit schrijven de Leidse juristen Wim Voermans en Josephine Hartmann in het Journal of Theory and Practice of Legislation.

Legitimititeitsprobleem

De belangrijkste Europese regels staan in richtlijnen en verordeningen die met de volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement (EP) zijn vastgesteld. Maar zij kunnen niet alles in detail regelen. Daarom wordt de uitwerking vaak gedelegeerd aan de Europese Commissie. Precies in deze overdracht heeft de EU een legitimiteitsprobleem, constateren hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans en promovenda Josephine Hartmann in hun artikel dat eind mei verschijnt. De Europese Commissie produceert steeds meer gedelegeerde maatregelen en uitvoeringshandelingen, die nu al zo’n 80 procent uitmaken van de totale EU-regelgeving.

Verdrag van Lissabon

Dit al veel langer bestaande probleem zou met het Verdrag van Lissabon (2007) worden aangepakt. Voermans: ‘Vóór het Verdrag van Lissabon werd de wetgeving vooral uitgewerkt in technische commissies. Daarbij konden vertegenwoordigers van de lidstaten de Commissie adviseren of assisteren en zo controle uitoefenen (comitologie). Het EP stond daarbij wel buiten spel. Dit veranderde gedeeltelijk met het Verdrag van Lissabon, dat het Europees Parlement een grotere rol gaf in Europese wetgeving bij het vaststellen van gedelegeerde regels door de Commissie.’

Europese Commissie blijft dominante speler

Toch is desondanks de Europese Commissie de dominante speler gebleven, stelt Josephine Hartmann. Ze bereidt een proefschrift voor dat mede gaat over politieke legitimiteit. De Commissie zit de bijeenkomsten voor, bemiddelt tussen de vertegenwoordigers van de lidstaten en bepaalt wanneer er wordt gestemd. Het Europees Parlement en de Raad worden weliswaar regelmatig geïnformeerd, maar niet uitgenodigd voor besprekingen.

Hartmann: ‘Bij het maken van uitvoeringsmaatregelen door de EU Commissie is de Raad wel betrokken, maar het feit dat 270 comités bij de vaststelling daarvan mee mogen kijken, zegt niet zoveel. Het werk wordt uitgevoerd door niet-gekozen deskundigen uit de lidstaten.’ Om die reden concluderen Voermans en Hartmann dat de democratische legitimiteit van EU-wetten en -regels sinds het Verdrag van Lissabon zelfs lijkt verslechterd.

Lissabon pakt averechts uit

Het overdragen van regelgevende bevoegdheden zou volgens interne Europese afspraken beperkt moeten blijven, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. In de zevende zitting van het Parlement (2009-2014) maakt de primaire regelgeving – richtlijnen en verordeningen die samen met het EP zijn vastgesteld – maar een magere vijf procent van het totaal uit, de rest zijn gedelegeerde regels en uitvoeringsmaatregelen vastgesteld door de Commissie.

Voermans: ‘Opgeteld geeft dat in diezelfde periode het beeld dat in 83 procent van de EU-regelgeving noch het Europees Parlement, noch de nationale parlementen, noch het Europese publiek direct zijn betrokken. Voermans: ‘Lissabon lijkt ondanks de goede bedoelingen op het punt van de legitimiteit averechts uit te pakken.’

Noot voor de redactie, niet voor publicatie

Voor meer informatie:
Wim Voermans: 071- 527 7718 / w.j.m.voermans@law.leidenuniv.nl
Inès van Arkel, Adviseur Wetenschapscommunicatie: 071- 527 3282 / i.van.arkel@bb.leidenuniv.nl

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.