Beleidsagenda begroting Justitie & Veiligheid

Geschreven door: Redactie op

In de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid worden de beleidsprioriteiten voor het komende jaar geschetst. Bovenaan het lijstje prijkt de ‘zorg voor de rechtsstaat’. Erkend wordt dat de Rechtspraak een belangrijke rol speelt bij het instandhouden daarvan en er worden dan ook extra middelen uitgetrokken om niet alleen de financiële tekorten van de Rechtspraak op te lossen, maar er wordt ook ruimte gecreëerd voor noodzakelijke investeringen. Daarnaast wordt voornamelijk voortvarend voortgegaan op ingeslagen wegen.

Zorg voor de rechtsstaat (Justitie)

Rechtspraak
In de afgelopen jaren is een onevenwichtigheid gegroeid tussen de jaarlijkse opbrengsten en kosten van de Rechtspraak. De buffers in het bekostigingssysteem konden deze situatie tijdelijk opvangen maar waren in 2018 uitgeput, wat leidde tot een negatief eigen vermogen. Over de financiële positie is overleg gevoerd tussen de Raad voor de rechtspraak en het Ministerie van JenV. De Raad heeft aan de Boston Consulting Group (BCG) opdracht gegeven tot het verrichten van een doorlichtingsonderzoek. Conclusie van dat onderzoek is dat de Rechtspraak de komende jaren niet zelfstandig in staat is om de financiële middelen en taken in evenwicht te brengen, al zijn er op termijn wel efficiency-mogelijkheden te realiseren. De disbalans wordt vooral veroorzaakt door een tot nu toe blijvend gedaalde instroom van zaken op vrijwel alle terreinen en de niet volledig ingevulde taakstelling als gevolg van het uitblijven van het inmiddels stopgezette digitaliseringsprogramma ‘Kwaliteit en Innovatie’. Ook blijkt uit het BCG-onderzoek dat zaakverzwarende factoren die de afgelopen jaren zijn opgetreden niet volledig zijn bekostigd. Hiernaast zijn investeringen in innovaties nodig, zodat de Rechtspraak haar vitale positie in de rechtsstaat kan blijven waarmaken. In het prijsakkoord tussen de Raad en Minister 2020/2022 zijn nu aanvullende afspraken gemaakt om een structureel adequate financiering van de Rechtspraak weer mogelijk te maken. Hiervoor is € 95 miljoen uitgetrokken. Een adequate financiering waarbij er weer evenwicht is in de financiële middelen en de taken van de Rechtspraak, er een jaarlijks sluitende exploitatie is die minder afhankelijk is van fluctuaties in het aantal rechtszaken en er voldoende financiële ruimte is voor innovatie en voor kwalitatief goede rechtspraak. De aanvullende afspraken worden met ingang van de volgende prijsperiode 2020/2022 doorgevoerd.

De belangrijkste aanpassing in de bekostigingssystematiek vanaf 2020 is de introductie van een ‘vaste voet’ waardoor de financiering een meer stabiele basis krijgt. De vaste kosten voor de landelijke diensten en de kosten voor de ondersteunende processen bij de gerechten worden uit de pxq-bekostiging gehaald en worden voortaan gefinancierd met een voor drie jaar vastgestelde jaarlijkse lump sum bijdrage. De pxq-systematiek wordt alleen toegepast voor de salariskosten van rechterlijk, juridisch en administratief personeel die direct zijn toe te rekenen aan het behandelen van rechtszaken. De verhouding tussen de productie-gerelateerde bijdrage en de vaste voet-bijdrage voor de vaste kosten komt uit op ongeveer 50/50. Door deze aanpassing van de bekostigingssystematiek kan het effect van een lagere zaakinstroom op het budget van de Rechtspraak in principe beter aansluiten op de ontwikkeling van de kosten van de Rechtspraak.

Onderdeel van het prijsakkoord zijn ook investeringen in de kwaliteit. Deze stellen de rechtspraak in staat om de grote opgaven waarvoor de rechtspraak staat, onder meer voortvloeiend uit het rapport van de visitatiecommissie, uit te voeren . Met de Raad zijn afspraken gemaakt over onder meer het vergroten van de slagkracht in de besturing, het wegwerken van achterstanden en verkorten van doorlooptijden, personeelsplanning en innovatie. De investeringen stellen de rechtspraak ook in staat om uitvoering te geven aan het basisplan digitalisering en in 2020 te starten met de daadwerkelijk digitalisering van zaakstromen in het civiele recht en het bestuursrecht. Ook wordt verder geïnvesteerd in het vergroten van de maatschappelijke effectiviteit van de rechtspraak. Diverse pilots met laagdrempelige, toegankelijke rechtspraak, zoals regelrechter, wijkrechter en schuldenrechter worden in 2020 voortgezet of geëvalueerd. De Experimentenwet Rechtspleging wordt in 2020 in het parlement behandeld. Na inwerkingtreding kunnen nieuwe experimenten starten met eenvoudigere procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen bij elkaar brengen en een echte oplossing voor het probleem bieden.

Rechtsbijstand
De voorziene stelselherziening ziet op laagdrempelige toegang met een goede probleemdiagnose en de totstandkoming van rechtshulppakketten. Ook wordt er ingezet op meer informele procedures en betere communicatie, prikkels om onnodige juridisering vanuit de overheid te voorkomen In 2020 zal er door middel van pilots, experimenten en onderzoeken samen met het veld gebouwd worden aan een nieuw stelsel. Met de pilots worden de verschillende deelaspecten van het nieuwe stelsel beproefd. De inhoud en haalbaarheid van rechtshulppakketten zullen samen met het veld ontwikkeld worden en er worden in 2020 belangrijke stappen gezet die moeten zorgen voor betere vergoedingen voor rechtsbijstandverleners. Sluitstuk van de stelselwijziging is een wetsvoorstel en eind 2024 zal het nieuwe stelsel functioneel zijn.

Aanpak ondermijning
De aanpak van ondermijning wordt in 2020 verder versterkt met een breed pakket van preventieve en repressieve maatregelen. De integrale intelligencepositie krijgt een forse impuls en regio’s en landelijke diensten brengen de aanpak op een hoger niveau door de uitvoering van hun integrale versterkingsplannen. Ondermijnende criminaliteit is niet gebonden aan landgrenzen: de internationale samenwerking met grenslanden, Europese partners en met bron- en transitlanden wordt verstevigd. Ook worden, samen met het Ministerie van Financiën, extra maatregelen getroffen om witwassen tegen te gaan. De ondermijningswetgeving wordt verder aangepast om geconstateerde juridische knelpunten op te lossen. Er komt een bevoegdheid voor burgemeesters om woningen te sluiten na beschieting of als er vuurwapens aangetroffen zijn. Het wetsvoorstel Gegevensverwerking door Samenwerkingsverbanden maakt het delen van informatie in samenwerkingsverbanden makkelijker. Er komt wetgeving gericht op het ontnemen van crimineel vermogen. En er komen verboden op groepen van nieuwe psychoactieve stoffen en op invoer en bezit van bepaalde grondstoffen die worden gebruikt bij de drugsproductie.

Ondermijnende organisaties
Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding om meer grip te krijgen op organisaties die de samenleving bedreigen of ontwrichten. Het voorstel biedt een algemene regeling voor het verbieden van rechtspersonen waarvan het doel of de activiteiten in strijd zijn met de openbare orde. Daarnaast heeft de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel in behandeling dat een bestuurlijk verbod introduceert voor de aanpak van met name criminele motorbendes (OMGs)

Kinderpornografie en -sekstoerisme
Naar verwachting wordt in 2020 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend waarmee een toezichthouder wordt geëquipeerd om bedrijven die kinderporno niet accuraat van hun servers verwijderen stevig bestuursrechtelijk aan te pakken. Er wordt een businesscase opgesteld om te bepalen welk bestaand bestuursorgaan geschikt zou zijn voor deze toezichthoudende rol. Aan de hand daarvan wordt daarna besloten waar het toezicht wordt belegd.

Experiment gesloten coffeeshopketen
De wet- en regelgeving rond het experiment met de gesloten coffeeshopketen treedt naar verwachting op 1 januari 2020 in werking. Dan kunnen de telers van gelegaliseerde cannabis geselecteerd worden voor het leveren van cannabis aan de coffeeshops in deelnemende gemeenten. In deze fase bereiden ook de deelnemende gemeenten, coffeeshops, onderzoekers en toezichthouders zich voor op de daadwerkelijke uitvoering van het experiment. Het experiment begint pas als de Minister voor Medische Zorg en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid concluderen dat de deelnemende telers en andere partijen daar klaar voor zijn.

Schuldenaanpak
Er worden pilots uitgevoerd voor verplicht financieel toezicht. Dit houdt in dat een toezichthouder erop let dat eventuele boetes of schadevergoedingsmaatregelen betaald worden en er daarnaast voor zorgt dat een veroordeelde beter leert omgaan met geld. Een dergelijke toezichthouder bestaat nu nog niet, daarom wordt onderzocht bij welke bestaande vormen van toezicht op financiën kan worden aangesloten. Ook wordt geprobeerd schuldeisers een betalingsregeling te laten treffen voordat een zaak voor de rechter wordt gebracht. (Het WODC is gevraagd nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden daartoe.) Zoals eerder genoemd worden ook de experimenten schuldenrechter in 2020 voortgezet en waar mogelijk geëvalueerd. De misstanden in de incassomarkt worden aangepakt. Een wetsvoorstel dat in de maak is, ziet onder meer op de inrichting van een incassoregister dat de vakbekwaamheid, de professionele omgang met schuldenaren en de bedrijfsvoering borgt. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.

Prostitutiebeleid en seksuele misdrijven
In 2020 komt er een wetsvoorstel dat alle vormen van prostitutie vergunningplichtig maakt, zowel seksbedrijven als zelfstandig werkende prostituees. Het uit winstbejag faciliteren van onvergunde prostitutie wordt strafbaar. In 2020 wordt naar verwachting een wetsvoorstel met nieuwe strafbaarstellingen, waaronder seks tegen de wil, bij de Tweede Kamer ingediend.

Een veilige samenleving (Veiligheid)

DNA-V
In 2020 wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd om het best passende scenario te bepalen voor de wijziging van de Wet DNA-V. Hierdoor wordt de conservatoire afname van celmateriaal bij verdachten mogelijk gemaakt. Naast deze haalbaarheidsstudie ten behoeve van de wetswijziging lopen momenteel meerdere maatregelen, waaronder een onderzoek naar objectieve onderbouwing van de maatschappelijke noodzaak, in verhouding met het EVRM, van de wettelijke verplichting om in specifieke gevallen bij verdachten ‘rapid DNA’ toe te passen.

Versterking opsporing
De opsporing en het Gebiedsgebonden politiewerk (GGP) worden in 2020 verder versterkt met de Ontwikkelagenda’s opsporing en GGP. Daarnaast zijn er diverse moderniseringsexperimenten onder andere gericht op burgeropsporing, private opsporing, de aanpak van cybercrime, het gebruik van big data in ondermijningszaken, forensische opsporing en de aanpak van financieel-economische criminaliteit. Tevens wordt de administratieve lastendruk in de opsporing aangepakt. De samenwerking tussen de opsporing en het gebiedsgebonden politiewerk in de basisteams krijgt vorm door lokale veiligheidsproblemen op vernieuwende wijzen aan te pakken. Dit gebeurt bijvoorbeeld door bij druggerelateerde en georganiseerde criminaliteit financiële barrières op te werpen, criminele goederenstromen en verdienmodellen te verstoren en meer datagestuurd te werken. De politie hanteert met andere betrokken partijen de aanpak ‘Samenspannen tegen ondermijning’. Daarin worden kleinschalige projecten uitgevoerd om met het lokaal gezag lokale ondermijning aan te pakken.

Politie
De politie wordt structureel uitgebreid met meer dan 1100 FTE volledig opgeleide agenten. Deze uitbreiding vraagt in 2020 extra aandacht vanwege de verwachte uitstroom in combinatie met de krapper wordende arbeidsmarkt. In 2020 stijgen de lonen voor politiemedewerkers en worden programma’s voor verbetering van loopbaanperspectief en veilig en gezond werken doorgezet. Omdat 2020 het laatste uitvoeringsjaar van de huidige cao is, worden voorbereidingen voor een nieuwe cao gestart. Om flexibilisering mogelijk te maken wordt ook in de toekomst geïnvesteerd in ICT toepassingen en nieuwe (digitale) opsporingstechnieken.

Strafrechtketen
In 2020 wordt gewerkt met nieuwe normen voor de doorlooptijden van zaken. Hierbij staat de vraag centraal in hoeverre de doorlooptijd acceptabel is voor slachtoffers, verdachten, daders én professionals. Voor zeven thema’s zijn daarbij normen gesteld: hoger beroep, ondermijning, jeugd, executie, zeden, overtredingen en ernstige verkeersmisdrijven (artikel 6 Wegenverkeerswet). De normen variëren van puur kwantitatief (bijvoorbeeld: in 80% van de zedenzaken is er een eindvonnis binnen 3 maanden na de zitting in 1e aanleg) tot meer kwalitatief. De gewenste doorlooptijden zijn te vinden in tabel 6.7 op pag. 142/143 van de begroting.

De professionalisering van de strafrechtketen in Caribisch Nederland wordt voortgezet, met bijzondere aandacht voor de verbetering van de ketensamenwerking en de informatie-uitwisseling, re-integratie van (ex)gedetineerde, de implementatie van het jeugdstrafrecht en eventuele herziening van wet- en regelgeving.

Onvindbare veroordeelden
In 2020 breidt het programma ‘onvindbare veroordeelden’ de reeds gestarte initiatieven verder uit. De opsporing van veroordeelden blijft een belangrijk onderdeel van het programma. De ambities hierbij zijn onder meer verwoord in de veiligheidsagenda 2019 – 2022. In deze agenda is de afspraak vastgelegd dat de politie tenminste 40% van de als kansrijk aangedragen dossier van onvindbare veroordeelden, positief afdoet. Voor 2019 is deze doelstelling gerealiseerd. Op basis van de bevindingen van 2019 verschuift de primaire inzet ook naar de aanpak aan de voorkant van de strafrechtketen, te weten de fase van de vervolging en berechting. Hiermee zal nieuwe instroom van onvindbare veroordeelden verminderen.

Tenuitvoerlegging sancties
Op 1 januari 2020 verschuift de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van alle sancties van het openbaar ministerie naar de Minister van Justitie en Veiligheid. Met de invoering van deze zogeheten ‘wet USB’ kan het ministerie meer zicht houden op de tenuitvoerleggingsketen en centraler sturen op de prestaties ervan. De wet USB is een majeure stelselwijziging met vergaande consequenties voor alle partners en processen in de tenuitvoerleggingsketen. Het jaar 2020 zal dan ook voornamelijk in het teken staan van het opdoen van ervaring en het monitoren en indien nodig aanpassen van de ontworpen processen, afspraken en protocollen.

Versterking rechtspositie van slachtoffers
In 2020 werkt JenV aan de hand van de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid aan de verdere versterking van de positie van het slachtoffer voor, tijdens en na het strafproces. Drie ambities staan daarbij centraal: Versterking van de rechtspositie, verbetering bejegening en bescherming van slachtoffers, ruimere mogelijkheden om de schade te verhalen. De rechtspositie van slachtoffers wordt versterkt door het doorvoeren van verschijningsplicht van verdachten en de versterking van spreekrechten van slachtoffers. De Tweede en Eerste Kamer behandelen in 2020 het wetsvoorstel daartoe. Betere begeleiding van slachtoffers verruimt de mogelijkheden om meer schade te verhalen op daders. Ook in Europees verband wordt ingezet op verbetering van de positie van slachtoffers, in het bijzonder door verbetering van de mogelijkheden tot schadecompensatie van EU-burgers die slachtoffer zijn van misdrijven in een andere EU-lidstaat.

Jeugd
Voor de vrijheidsbeneming van jongeren is 2020 een belangrijk jaar. Het huidige stelsel kent één type instelling voor alle justitiële jongeren, de justitiële jeugdinrichting. Dit is niet meer passend. Er is behoefte aan meer maatwerk. Om die reden wordt de transitie ingezet naar een duurzaam stelsel met meer maatwerk en differentiatie in beveiligingsniveau en zorgintensiteit. De periode van vrijheidsbeneming moet minder op zichzelf staan. In het nieuwe stelsel wordt de periode van vrijheidsbeneming meer een onderdeel van een integrale aanpak om jongeren op het juiste pad te krijgen. Daarnaast wordt overcapaciteit afgebouwd. De besparing die dit oplevert maakt het mogelijk om te investeren in meer maatwerk zowel op lokaal als op landelijk niveau. Onderdeel hiervan zijn vijf kleinschalige voorzieningen en de doorontwikkeling van de huidige justitiële jeugdinrichtingen. In een kleinschalige voorziening verblijven jongeren dichter bij hun reguliere leefsysteem en lopen al bestaande zorg en dagbesteding (waaronder het volgen van onderwijs) zo veel mogelijk door.

Forensische zorg en gevangeniswezen
In 2020 wordt nadere uitvoering gegeven aan het programma forensische zorg om de gewenste cultuuromslag in de sector te realiseren. Daarnaast wordt kritisch gekeken naar het functioneren van het tbs-systeem en het effect van gemaakte beleidskeuzes in het verleden. In 2020 treft JenV voorbereidingen voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel straffen en beschermen, waarmee onder meer de periode van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt teruggebracht tot maximaal twee jaar voor het einde van de vrijheidsstraf. De detentie komt meer in het teken te staan van een veilige terugkeer; gedetineerden moeten werken aan persoonlijke gedrags- en re-integratiedoelen. Vrijheden gericht op de re-integratie moeten worden verdiend, goed gedrag wordt beloond en slecht gedrag bestraft. Voor een goede re-integratie is ook de inzet van de reclassering en de gemeenten onmisbaar. Het in 2019 vastgestelde bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ wordt in 2020 door DJI, reclassering en gemeenten verder opgepakt en gemonitord. Tot slot investeert JenV in het vergroten van de veiligheid in de gevangenissen, door onder andere sterkere preventie, opsporing en bestraffing van aanwezigheid van smokkelwaar. Het bezit en binnenbrengen hiervan wordt zwaarder bestraft.

Terrorisme en extremisme
De aanhoudende terroristische dreiging blijft complex en veranderlijk, zeker nu heroriëntatie van de jihadistische beweging in Nederland aan de orde is, zoals beschreven in de Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland (DTN 49 en DTN 50). Concrete acties voor 2020 zijn:

• preventie van radicalisering in samenwerking met SZW, OCW en VWS;

• detectie van verdachte reisbewegingen;

• bestrijding van terroristen en extremisten op het internet; • de evaluatie van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding;

• interventies ten aanzien van de-radicalisering en re-integratie vanwege de eventuele terugkeer van strijders (en hun kinderen) uit ISIS-gebied, maar ook om «home grown» radicalisering in Nederland tegen te gaan;

• na de evaluatie van de Contra Terrorisme Strategie 2016–2020: het opstellen van een nieuwe Contra Terrorisme Strategie 2021–2025.

Migratie
Het Nederlandse migratiebeleid is verwoord in de in 2018 gepresenteerde Integrale migratieagenda. In 2020 worden de beleidsvoornemens uit deze agenda voortgezet.

De IND krijgt, zoals aangekondigd in de voorjaarsnota, een stabielere financiering. De verwachting is dat zij daarmee in staat is om de productie structureel beter te organiseren en zo op termijn de instroom aan zaken beter bij te kunnen houden, uiterlijk in 2021 in staat is om tenminste 90% van de zaken binnen de wettelijke termijn af te doen en de opgelopen achterstanden kan ingelopen. De benodigde middelen voor de andere organisaties in de keten, passend bij de financiering van de IND, zijn ook bij voorjaarsnota toegevoegd. Met de stabielere financiering moet het voor de keten als geheel kunnen leiden tot een efficiënter proces.

Wetgevingsprogramma
In hoofdstuk 7 van de begroting (p. 145 – 149)  is het Wetgevingsprogramma voor het komende jaar te vinden.

 

J&V Begroting: Kamerstukken II 2019/20, 35 300 VI, nr. 2

Brief van de Minister voor Rechtsbescherming over de ‘Opgaven voor een sterke rechtspraak’, van 17 september 2019, kenmerk 2702264

 

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 19 september 2019

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.