40 procent ontslagverzoeken van de hand gewezen na invoering Wwz

Geschreven door: Redactie op

De Wet werk en zekerheid (Wwz) maakt het werkgevers moeilijker personeel te ontslaan. Sinds de Wwz in juli 2015 van kracht werd, wijzen rechters gemiddeld vier van de tien ontslagverzoeken van werkgevers van de hand, zo blijkt uit een analyse van ontslagzaken van het afgelopen jaar. Voor de invoering van de wet was dat één op de tien. Wel zijn de ontslagvergoedingen fors (50 procent) gedaald.

Dit blijkt uit een evaluatie van de Wet werk en zekerheid die is uitgevoerd door De Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) en de Vereniging voor Arbeidsrecht (VvA).

Het VAAN-VvA Evaluatieonderzoek WWZ bestaat uit drie onderdelen:
a. een enquête onder de leden van VAAN en VvA over de ervaringen met de Wwz;
b. een analyse van gepubliceerde rechtspraak; en
c. een analyse van niet-gepubliceerde rechtspraak.
De analyse van de rechtspraak is geconcentreerd op de ontbindingsprocedure, in het bijzonder op de werking van het limitatieve grondenstelsel en de in ontbindingsprocedures toegekende vergoedingen. De reikwijdte van de enquête is breder. Behalve over voormelde onderwerpen zijn ook vragen gesteld over de schikkingspraktijk, flexibele arbeid, procesrecht en de doelstellingen van de Wwz.

Ontslaggronden in de ontbindingsprocedure

Een ruime meerderheid van de respondenten is van mening dat de ontbindingsprocedure door het limitatieve grondenstelsel is bemoeilijkt, hetgeen door de gepubliceerde en niet-gepubliceerde rechtspraak wordt bevestigd. Zo blijkt uit de niet-gepubliceerde rechtspraak dat vóór de Wwz gemiddeld 1 op de 10 ontbindingsverzoeken werd afgewezen, terwijl dit onder de Wwz in gemiddeld 4 op de 10 zaken het geval is. Uit de niet-gepubliceerde rechtspraak blijkt dus dat het aantal afwijzingen onder de Wwz is verviervoudigd.

Een grote meerderheid van de respondenten (87%) gaf als verklaring voor hun negatief antwoord op de vraag over de werking van het limitatieve grondenstelsel het ontbreken van de mogelijkheid ontbinding te vragen wegens verschillende onvoldragen redelijke gronden, die tezamen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Een grote meerderheid van de respondenten vindt dat er behoefte is aan een algemene restgrond die meer open is dan de huidige h-grond. De d-grond is zowel blijkens de gepubliceerde rechtspraak (79%) als de nietgepubliceerde rechtspraak (84%) de minst kansrijke ontbindingsgrond. Deze uitkomst is niet in lijn met de enquêteresultaten. De h-grond blijkt evenmin kansrijk (71% afwijzingen in de niet-gepubliceerde en 64% afwijzingen in de gepubliceerde rechtspraak). Deze uitkomst is in lijn met de enquêteresultaten. Uit een en ander volgt dat de ontbindingsprocedure door de Wwz (substantieel) is bemoeilijkt en dat een vast dienstverband in dit opzicht dus vaster is geworden.

Vergoedingen

Een grote meerderheid van de respondenten op de enquête vindt dat de wetgever in ieder geval één van haar hoofddoelen heeft bereikt, namelijk het verlagen van de ontslagvergoedingen. Het onderzoek van zowel de gepubliceerde als de niet-gepubliceerde rechtspraak bevestigt dit. Ook blijkens het rechtspraakonderzoek liggen de ontslagvergoedingen onder de Wwz gemiddeld aanmerkelijk lager. Uit de gepubliceerde en niet-gepubliceerde rechtspraak blijkt dat de gemiddeld toegekende transitievergoeding 0,4 respectievelijk 0,44 maandsalarissen per gewerkt dienstjaar bedraagt. Indien dit wordt afgezet tegen de ontbindingsvergoeding vóór invoering van de Wwz inclusief C=0, is de ontslagvergoeding (meer dan) gehalveerd. Het aantal additionele billijke vergoedingen ligt bij de onderzochte rechtbanken aanmerkelijk lager (5,5%) dan blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak (20%). Indien het eerste cijfer de werkelijke stand van de rechtspraak weergeeft, is tevens de doelstelling van de Wwz bereikt dat slechts bij hoge uitzondering een additionele billijke vergoeding wordt toegekend. De gepubliceerde rechtspraak laat bovendien zien dat de toegekende billijke vergoedingen (sterk) uiteen lopen. Deze grote spreiding verklaart mogelijk ook de (sterk) geuitte wens in de enquête tot een (meer uniforme) berekeningswijze van de billijke vergoeding te komen. Ook wordt opgemerkt dat er (nog) meer schikkingen worden getroffen onder de Wwz. Het grote aantal alsnog ingetrokken ontbindingsverzoeken sluit bij dit beeld aan. Volgens een grote meerderheid van de respondenten wordt bij schikkingen onder de Wwz in vergelijkbare gevallen een lagere vergoeding overeengekomen dan vóór de Wwzhet geval was.

 

Naam auteur: Redactie
Geschreven op: 4 juli 2016

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.