Urgenda en digitalisering

Met het hoger beroep in de Urgenda-zaak, dwaalden mijn gedachten af naar een mogelijke vergelijking tussen het pleidooi van klimaatorganisatie Urgenda en de thematiek van digitalisering. Zoals bekend werd de Nederlandse Staat in het eerdere vonnis verplicht om zich tot eind 2020 sterker in te spannen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. 

De staat handelde volgens de rechtbank onrechtmatig jegens Urgenda omdat hij zijn zorgplicht verzaakte door met 20% reductie van broeikasgas-uitstoot (conform de EU-norm) lager in te zetten dan de minimumdoelstelling van 25% voor de geïndustrialiseerde landen, zoals afgesproken tijdens de VN-onderhandelingen in 2011. De rechtbank achtte 25% minder uitstoot voor een ontwikkeld land als Nederland de ondergrens.

Als we de principiële reden voor het hoger beroep hier laten rusten en ons de volgende vraag stellen: wat als digitalisering onze samenleving over een x-aantal jaren dusdanig heeft beïnvloed dat de kwetsbaarheid van allerhande processen en diensten een zorgwekkend hoog niveau heeft bereikt? En de Staat blijft op z’n handen zitten. Kan hij dan - soortgelijk als in de Urgenda-zaak - worden verplicht tot ingrijpende stappen die (in financieel-economische zin, gemak of plezier) de nodige consequenties hebben, maar nodig zijn om digitale ontwrichting te vermijden? Een voorbeeld van zo’n stap zou bijvoorbeeld zijn dat de bankvergunning van financiële instellingen veel explicieter afhankelijk wordt gemaakt van het realiseren van een bepaald niveau van continuïteit in het digitale betalingsverkeer en dus het succesvol kunnen afslaan van (DDoS)aanvallen.

Laat me duidelijk zijn: digitalisering heeft veel te bieden. Evenzeer echter, hebben industriële innovatie, intensieve landbouw en chemische industrie ons veel gebracht maar trekken ze tegelijkertijd een wissel op milieu, klimaat en onze planeet. Een te zware wissel, naar nu blijkt. Zo ook gaan bij digitalisering innovatie, voortuitgang en groei van economie en samenleving hand in hand met risico’s. En ook hier betreft het niet alleen consequenties voor individuele burgers en bedrijven, maar evenzeer effecten op collectieve goederen en waarden. Natuurlijk zijn de zorgen over een leefbare planeet van een andere orde dan de wissel die digitalisering op onze samenleving trekt. Toch, de onveiligheid ten gevolge van cyberaanvallen, het afbrokkelen van privacy en individuele vrijheid, de groeiende druk op solidariteit en gelijkwaardigheid en meer recent zelfs op de vrije politieke meningsvorming zijn geen kleinigheden.

Overigens komen klimaat enerzijds en digitale innovatie anderzijds ook concreet samen. Al langer is bekend dat iedere zoekopdracht op Google te vergelijken is met een flink aantal seconden energieverbruik van een gloeilamp (naar eigen opgave van Google stond een zoekopdracht gelijk aan 17 seconden gebruik van een gloeilamp van 60 watt).1 Meer recent heeft lBockchain flink wat consequenties voor energieverbruik en daarmee milieu. De zware versleutelingsmethode (beveiliging) die wordt gebruikt vereist zeer veel computerkracht en daarmee stroom. Een econoom van ING rekende onlangs uit dat hij zijn woning een maand lang van stroom kon voorzien met de stroom die nodig was voor slecht één bitcointransactie (namelijk 200 kilowattuur).2 En het jaarlijks energieverbruik van talloze landen ligt lager dan dat van het bitcoinnetwerk.3

Maar terug naar de initiële vraag: valt de redenering dat de Staat een zorgplicht heeft door te trekken naar het terugdringen van de schadelijke effecten van digitalisering? Duidelijk is dat de Nederlandse overheid op grond van Europese en internationale afspraken en de Grondwet al concrete opdrachten en plichten heeft, bijvoorbeeld wat betreft de bescherming van persoonsgegevens. Duidelijk is ook dat de Staat hier met tal van al dan niet wettelijke maatregelen en toezicht reeds invulling aan geeft. Het antwoord op de bovenstaande vraag is dan ook vooral relevant als burgers niet rechtstreeks aan een (internationale) afspraak een verantwoordelijkheid van de Staat kunnen ontlenen en de terugvaloptie in een zorgplicht gezocht moet worden. In dat geval ligt de vraag op tafel of de Staat verplicht kan worden werk te maken van het behartigen van publieke belangen die door digitalisering onder druk komen te staan. Ook als hij daartoe niet is gehouden op grond van concrete (internationale) wet- en regelgeving. In dit Vooraf valt deze vraag en de vragen die daarachter schuil gaan, niet te beantwoorden. Te denken valt aan achterliggende vragen als: hebben we inderdaad rekening te houden met een digitale evenknie van zorgwekkende ‘zeespiegelstijging’ en opwarming van de aarde? Valt een dergelijke evenknie dan voldoende concreet te maken en te ‘meten’ zoals de uitstoot CO2?

Een van de redenen om deze en andere vragen te doordenken, is dat de Nederlandse Staat juist de komende periode cruciale keuzes zal maken waar het digitaliseringsbeleid betreft. Nederland ambieert namelijk digitaal koploper van Europa te worden en daartoe presenteert het kabinet naar verwachting eind van deze maand de Digitaliseringsstrategie. Daarmee wordt een overkoepelende visie neergezet op de positie en rol van ons land bij het ontwikkelen en toepassen van nieuwe digitale technologieën. Ook zal het kabinet op hoofdlijnen de randvoorwaarden schetsen om de kansen die digitalisering de samenleving, economie en overheid heeft te bieden daadwerkelijk te (durven) benutten. Daartoe besteedt de strategie ook de nodige aandacht aan randvoorwaarden die bedrijven en burgers voldoende bescherming in het digitale domein moeten bieden. Hopelijk pakt de Staat met deze strategie z’n rol in (het debat over) het op peil houden van democratische, rechtsstatelijke en publieke belangen in een digitale samenleving. En hoeven organisaties zoals Urgenda zich over enkele jaren niet genoodzaakt te voelen de Staat ook op dit dossier vanuit een geschonden zorgplicht aan z’n jasje te trekken.

 

Dit Vooraf verschijnt in NJB 2018/1098, afl. 22. 

 

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 5 juni 2018

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.