De Uitspraak: Als de bestuurder een gestolen kluis achterin heeft, is de passagier dan de heler?

Is de bijrijder van iemand die op de achterbank een gestolen kluis heeft liggen automatisch de heler van de kluis?

De Zaak

De politie achtervolgt een  verdachte personenauto die maar niet  wil stoppen. De auto was eerder in verband gebracht met inbraken. Als de auto met een lichte aanrijding tot stilstand komt, slaan vier mannen op de  vlucht. Op de achterbank treft de politie een beschadigde kluis aan. Drie  van de vier worden gearresteerd. Deze zaak gaat over één van hen. Hem wordt (alleen) heling van de brandkast ten laste gelegd. In dit geval voor het ‘voor handen hebben’ van gestolen goed, terwijl je weet dat het van diefstal afkomstig is. Of waarvan je althans de kans op de koop toe neemt dat het om gestolen goed gaat.

Wat deed de verdachte in die auto en waarom rende hij weg? 

De man ontkent betrokkenheid bij de inbraak en zegt niets van de brandkast op de achterbank te hebben geweten. Dat wegrennen deed hij omdat hij geen verblijfsvergunning had en bang was voor uitzetting. Hij zegt in de auto hoofdzakelijk diep te hebben geslapen, als gevolg van drank- en drugsgebruik. Pas toen de auto met een klap stilstond werd hij wakker, zag hij overal  zwaailichten van politieauto’s en besloot hij er in paniek vandoor te gaan.

Wanneer neemt de rechter aan dat een verdachte van heling iets ‘voor handen heeft’?

De strafrechter heeft daarin best  wat ruimte. In een zaak waarin ooit een verdachte achterop een brommer sprong die zijn maat voor zijn ogen uit een winkel stal, nam de rechter aan dat als je samen een gestolen brommer gebruikt om te vluchten ook de passagier geacht kan worden die ‘voor  handen te hebben’. Als je uit nieuwsgierigheid kort een gestolen voorwerp vasthoudt telt dat niet als ‘voor handen hebben’. Er moet sprake zijn van een zekere zeggenschap, een zekere  mate van beschikken over het gestolen voorwerp.

Is een gestolen kluis op de achterbank voldoende zeggenschap? 

Het Gerechtshof vindt van wel, maar de Hoge Raad niet. Het Hof gelooft niet dat de verdachte dwars door de politievervolging heen sliep en pas wakker werd toen de auto stilstond. Wel  neemt het Hof aan dat de verdachte zich pas van de kluis op de achterbank echt bewust werd, vlak voordat de auto tot stilstand kwam. Ook denkt het Hof dat de man zich toen moet hebben  gerealiseerd dat de kluis gestolen was. Dat de man vluchtte maakt hem ook verdacht  - als hij gewoon bij de auto was gebleven had hij zich duidelijk kunnen distantiëren van de andere  daders.

Maar de Hoge Raad vindt het bewijs daarvoor te mager. Het ‘zich bewust  zijn van de kluis’ heeft te kort geduurd om van ‘voor handen hebben’ te kunnen spreken. Het is zelfs de vraag of de  bijrijder zich überhaupt wel bewust  van de kluis is geweest. Het wegrennen kan ook worden gezien als ‘vluchten voor de kluis’. De zaak moet daarom opnieuw beoordeeld worden, vindt de Hoge Raad.

Lees hier de uitspraak (ECLI:NL:HR:2015:1456) van de Hoge Raad maar vooral, de conclusie van de AG (ECLI:NL:PHR:2015:803)

Er kan ook worden gereageerd op Recht en Bestuur.

Folkert Jensma

Naam auteur: Folkert Jensma
Geschreven op: 30 juni 2015

Juridisch redacteur, commentator en blogger bij NRC

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Joost Nan schreef op :
De crux zit ‘m erin dat het hof (veel) te ver is meegegaan in het kletsverhaal van de verdachte. Zoals het hof in de bewijsoverweging vaststelt en ook uit de bewijsmiddelen kan blijken, was het een wilde c.q. dollemansrit. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte ‘kort voordat de auto tot stilstand kwam zich bewust moet zij geweest van de situatie waarin hij zich bevond en daarmee van de aanwezigheid van de kluis op de achterbank, met name op de omvang hiervan.’ Daarvan moet in cassatie worden uitgegaan en dan is het niet verwonderlijk dat de Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsvoering niet zonder kan worden afgeleid dat de verdachte ‘ten tijde van het voorhanden krijgen van die kluis wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof’. Let erop dat de Hoge Raad in een tussenzin opmerkt dat bewezen is verklaard dat de verdachte alleen heeft gehandeld, zodat dus moest kunnen blijken dat hij de kluis zelfstandig voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat die van een misdrijf afkomstig was. Dat volgt inderdaad niet zonder meer uit het bewijsoverweging en de bewijsmiddelen, met name is de tijdspanne te kort om te kunnen zeggen dat de verdachte voldoende zeggenschap over de kluis had.

Ik verwacht overigens niet dat de verdachte nu de dans zal ontspringen. Kennelijk kan deze verdachte niet aan de diefstal van de kluis gekoppeld worden – al zie ik niet helemaal de waarschijlijkheid in van de situatie dat de medeverdachten de kluis stelen, wild rijden en vervolgens (of daarvoor) deze verdachte nog even hebben opgepikt om hem een lift te geven. De kluis is immers op de dag van het gebeuren zelf gestolen (na 18:55uur), terwijl het erop lijkt dat hij al om 21:20u in de auto zat toen deze in Overloon werd gesignaleerd en de achtervolging vanaf 21:51u echt is ingezet. De kluis lijkt te zij gestolen uit een huis in een plaats in de politieregio Brabant-Noord, de verdachte is vanuit een coffeeshop in Utrecht ingestapt en de achtervolging ging van Overloon, via Nijmegen en Grave naar Uden. Ik was er niet bij, maar geloofwaardig komt een en ander mij niet voor.

Maar zelfs als moet worden uitgeweken naar heling omdat de verdachte niet aantoonbaar betrokken was bij de diefstal, dan kan het verhaal van de verdachte ook van meet af aan als onwaarschijlijk worden bestempeld. Het blijkt dat sprake was van een zeer wilde achtervolging. Het verhaal van de verdachte dat hij dat niet heeft meegekregen kan terzijde worden geschoven. Hij heeft dan veel eerder weet gehad van de penibele situatie waarin hij zich bevond, ik zou wellicht zelfs zeggen vanaf het moment van instappen. De verdachte wist in ieder geval dan al enige tijd dat hij in een auto zat met een kluis op de achterbank die evident gestolen was. Er lijkt dus wel een bewijsconstructie van bewijsmiddelen en uitleg mogelijk waarmee de verdachte gepakt kan worden, waarbij het ook zo kan zij dat hij met anderen die kluis over de kluis kon beschikken en deze dus voorhanden had. In geval van medeplegen is namelijk een minder sterke band tussen de verdachte en de kluis vereist, omdat de beschikkingsmacht van de verdachte over de kluis dan niet zelfstandig hoeft te bestaan, maar voor het collectief kan worden aangenomen waarvan hij deel uit maakte.

NJB-expert Joost Nan is docent strafrecht aan de Erasmus universiteit en advocaat

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.