Beschikbaarheid van digitale rechtspraakdata

Een van mijn buitenpromovendi, een rechter, liep onlangs tegen het volgende aan. Een casestudie in het onderzoek richt zich op afdoening van overtredingen langs administratiefrechtelijke weg, meer specifiek Mulder-zaken. 

Benodigd daartoe was alle informatie die inzicht geeft in het traject van de afdoening langs administratiefrechtelijke weg, de beoordeling door de OvJ van het beroep en ten slotte de uitspraak door de kantonrechter in het geval van beroep tegen ongegrondverklaring door de OvJ. Kortom het ging niet alleen om een afschrift van de rechterlijke uitspraak, maar ook om achterliggende dossiers en allerhande relevante informatie (brieven en motiveringen). Natuurlijk wordt deze informatie niet zomaar beschikbaar gesteld en vraagt het om afspraken over privacy, vertrouwelijkheid en t.z.t. verwijderen van gegevens. Maar zeker in het digitale tijdperk zou het ‘ophalen’ van de informatie vervolgens een relatief eenvoudige klus moeten zijn. Bijna tien jaar geleden werd namelijk AMBer ingevoerd: een digitaal registratie- en administratiesysteem voor het verwerken van beroepschriften tegen Mulderbeschikkingen, dat voorziet in een koppeling tussen OM en Rechtspraak.

Simpel gesteld zou mijn promovenda zich ergens met een digitaal opslagmedium kunnen melden om daar de gewenste informatie naar te laten transporteren.

Zo eenvoudig is het echter niet.

Bij de gerechten is – in pdf – een afschrift van de aldaar gewezen uitspraken op te vragen. De rechtbank­dossiers zelf zijn er echter niet te verkrijgen. Deze worden met behulp van het genoemde systeem AMBer beheerd door de Centrale Verwerking OM.1 Maar wie aldaar aanklopt met het verzoek om een digitaal bestand met een groot aantal dossiers betreffende Mulderzaken, zal onverrichter zaken terugkeren. Ook het OM zal deze niet kunnen verstrekken. Daartoe is de helpende hand van een tweetal commerciële IT-dienstverleners nodig. Het beheer, onderhoud en updaten van het systeem is namelijk aan externen uitbesteed. Concreet kunnen OM en Rechtspraak de benodigde informatie niet zelf ontsluiten, maar moeten dit overlaten aan de IT-dienstverleners. Het zal duidelijk zijn dat hier ook een prijskaartje aan hangt, want de IT-dienstverlener zal de werkzaamheden in rekening willen brengen. In het geschetste geval was dat een prijskaartje met vier nullen.

Nu gaat het mij hier niet om dit prijskaartje, maar het meer fundamentele punt dat Rechtspraak en OM zich deels afhankelijk maken van de private sector voor het beschikbaar krijgen van grotere hoeveelheden historische rechtspraakdata die in systemen zijn vastgelegd. En AMBer zal niet het enige voorbeeld zijn of blijven. Met als gevolg dat wie voor nadere analyse toegang tot en gebruik van rechtspraakdata wenst, evenzeer van commerciële partijen afhankelijk is. En dat geldt niet alleen voor geïnteresseerde buitenstaanders, maar ook voor OM en Rechtspraak zelf. Natuurlijk, beide organisaties zijn rechthebbende op de verzameling van dossiers en uitspraken.2 Maar wie de digitale wereld kent, weet dat de vraag wie zich rechtens ‘eigenaar’ van de dataverzameling mag noemen, lang niet alles zegt. Het is degene die de controle heeft over het beheren en ontsluiten van de data, die feitelijk veelal in de positie van rechthebbende verkeert. Kortom: als de digitalisering binnen de justitiële keten in handen wordt gelegd van externe, vooral commerciële, partijen ligt ook de feitelijke toegang tot dossiers en informatie in hun handen. Ik besef: dit geldt niet als het om een individueel dossier gaat. Maar wel in het geval van grotere hoeveelheden data die ontsloten moeten worden via aanvullende ‘tools’ (query’s). Toegang tot en beschikbaarheid van rechtspraakdata worden dan afhankelijk van kwesties als contractuele afspraken, tijd en capaciteit van de IT-dienstverleners, de prijs die zij vragen voor de noodzakelijke handelingen, etc. Maar met deze afhankelijkheid worden in feite ook de rechtsstatelijke belangen bij toegang tot en beschikbaarheid van rechtspraakdata uitgehold. En bovendien: kennelijk accepteren we dat de private sector voldoende in staat is om niet alleen nu, maar ook in de toekomst, mede zorg te dragen voor het rechtsstatelijk geheugen. Dat deze bedrijven gedurende talloze jaren voor de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van dat geheugen garant kunnen en willen staan. Zorgelijk is in dit verband het rapport ‘Beproefd Verzet’ van de PG bij de Hoge Raad in het kader van het toezicht op het OM. Daar valt te lezen dat de datamanagementsystemen die bij het OM in gebruik zijn niet altijd informatie opleveren waarvan de betrouwbaarheid kan worden gegarandeerd, dat het bevragen van systemen een moeizaam proces is en sommige CJIB-zaakstromen er helemaal niet in geregistreerd staan (p. 124).3

De samenleving heeft het volle recht te markeren in welke mate en van wie ze afhankelijk is bij toegang tot en beschikbaarheid van informatie die de rechtsstaat aangaat. Het is een rechtsstaat onwaardig als keuzes hieromtrent worden gemaakt binnen IT-projecten en worden bepaald door overeenkomsten en financiële overwegingen. Dat het nu zo loopt heeft veel te maken met het beeld dat velen nog van digitalisering hebben: niet meer dan een neutraal instrument. Het besef dat de stap naar digitalisering wezenlijke implicaties heeft voor verhoudingen tussen partijen en onderliggende belangen, komt veelal pas achteraf.

Prioriteit nummer 1 bij de verdere digitalisering van justitiële processen is dan ook een discussie over belangen en bevoegdheden met betrekking tot de dossiers en informatie die onderdeel zijn van het digitaliseringsproces. Deze discussie moet vooral over meer gaan dan welbekende kwesties rondom eigendom, exclusieve toegang en vertrouwelijkheid. Wie de digitale wereld maar ook de rechtsstaat serieus neemt, voert een breed en politiek debat over adequate garanties voor feitelijke toegang, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en gebruik van digitale rechtspraakdata.

 

Dit Vooraf wordt gepubliceerd in NJB 2019/2351

 

  1. Jaarbericht OM, 2010, p. 42.
  2. HvJ EU 12 juli 2012, C-138/11, ECLI:EU:C:2012:449 (Compass Datenbank/Oostenrijk).
  3. www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Hoge-Raad-der-Nederlanden/Over-de-Hoge-Raad/Publicaties/Rapporten%20en%20adviezen/HR-Rapport-Beproefd-
    Verzet.pdf

 

Bron afbeelding: https://pixabay.com/nl/illustrations/big-data-databank-winkel-gegevens-2103091/

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 4 november 2019

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.