Als alleen de meeste stemmen ertoe doen

Het ziet ernaar uit dat de impeachmentprocedure tegen Trump die op 16 januari 2020 in de Senaat begon deze week tot een vrijspraak zal leiden en daarmee is uiteindelijk nog in een recordtempo een einde gekomen aan de afzettingsprocedure van een van de meest omstreden presidenten in de Amerikaanse geschiedenis. 

Het blijft de vraag of de Democraten zich in de vingers hebben gesneden door te kiezen voor de impeachmentprocedure toen zij de meerderheid kregen in het Huis van Afgevaardigden. Zij wisten immers van tevoren dat de Senaat, waar de Republikeinen de meerderheid hebben, vrijwel zeker niet zou instemmen met het wegsturen van Trump. Clinton, die naar aanleiding van de Monica Lewinski affaire werd beschuldigd van meineed en machtsmisbruik, omdat hij had gelogen en daar anderen toe had aangezet, overleefde in de Senaat de afzettingsprocedure, hoewel de Republikeinen ook toen de meerderheid hadden. Dus een stemming hoeft niet per se langs partijlijnen te lopen. Maar bij Trump lag het van meet af aan anders. In de eerste plaats ging het om
serieuze beschuldigingen, terwijl in de procedure tegen Clinton velen de leugens over zijn affaire niet als staats-gevaarlijk zagen. Bovendien zijn de politieke verhoudingen verder gepolariseerd. In zijn rapport had Mueller erop gewezen dat Trump op de hoogte was van Russische inmenging in de verkiezingen in 2016 en dat het aan het Congres was om te oordelen of Trump zijn macht had misbruikt. Met name dit laatste zette de democraten voor het blok om zich hierover uit te laten. Velen, onder wie de voorzitter van het Congres Nancy Pelosi waren aanvankelijk huiverig vanwege het gevaar dat een impeachmentprocedure, waarvan de uitkomst zich liet voorspellen, zich als een boemerang tegen hen zou keren bij de verkiezingen van 2020. Het was vooral Elisabeth Warren, in de race om democratische presidentskandidaat te worden, die erop aandrong om voorrang te geven aan het constitutionele geweten. De beschuldigingen waren te ernstig om tactisch electorale overwegingen de doorslag te laten geven. Nadat de horde in het Huis van Afgevaardigden eenmaal was genomen, werd al snel duidelijk wat het betekent als een procedure alleen maar voor de vorm gevoerd wordt.

Daarbij is het goed in het achterhoofd te houden dat de president in de VS geen verantwoording schuldig is aan het Huis van Afgevaardigden of de Senaat, maar zijn mandaat rechtstreeks aan de kiezer ontleent. De impeachmentprocedure is in de VS het enige controle-instrument dat de volksvertegenwoordiging heeft om een president af te zetten. Deze is vormgegeven als een rechtszaak waarbij het Huis van Afgevaardigden een onderzoek instelt of er reden is de president in staat van beschuldiging te stellen door middel van de zogenaamde articles of impeachment. De omschrijving in art. II sectie 4 van de constitutie van wat als impeachable offence kan worden aangemerkt is vaag: ‘treason, bribery or other high crimes and misdemeanors’.1 Het is het Huis van Afgevaardigden dat in eerste instantie bepaalt welk gedrag hieronder valt. In het geval van Trump heeft het Huis van afgevaardigden twee articles of impeachment vastgesteld, namelijk misbruik van macht door druk uit te oefenen op de president van Oekraïne hem behulpzaam te zijn bij zijn herverkiezing door Democratische rivalen te beschadigen en obstructie van het Huis van Afgevaardigden in het onderzoek daarnaar. Vervolgens is het aan de Senaat om de president op grond van de articles of impeachment te ‘berechten’, waarbij de Senaat als jury fungeert onder leiding van de president van het Supreme Court, leden van het Huis van Afgevaardigden als aanklagers en de president zich door advocaten kan laten verdedigen. Met name deze berechting verwerd tot een surrealistisch schouwspel dat begon met het plechtig binnendragen van de articles of impeachment door de zeven aanklagers van het Congres. Aanvankelijk wees de verdediging van Trump nog alle beschuldigingen over machtsmisbruik van de hand, maar op het eind was de argumentatie dat ook al zou hier sprake van zijn, dat nog geen grond voor afzetting was. De meest extreme stelling kwam van Alan Dershowitz, een van de advocaten van Trump, dat er niets mis mee is als een president een buitenlandse regeringsleider om een tegenprestatie vraagt – quid pro quo – die hem zou kunnen helpen om te worden herkozen, als de president er maar van overtuigd is dat zijn herverkiezing in het algemeen belang is.

Het was al bij voorbaat duidelijk dat de Senaat – de verkiezingscampagne 2020 staat op het punt te beginnen – uit was op een snelle procedure en helemaal geen trek had in het horen van getuigen die voorheen door Trump verboden waren om verklaringen af te leggen zoals Trumps voormalige veiligheidsadviseur Bolton. Uiteindelijk spitste de strijd zich hierop toe omdat er nog een kans bestond dat vier republikeinse senatoren hiermee zouden instemmen en er wellicht nog meer belastende informatie boven water zou komen. Ook zover is het niet gekomen. Lamar Alexander, een van de vier republikeinen die uiteindelijk afzag van het horen van Bolton, meende dat wat Trump had gedaan, weliswaar inappropriate was, maar niet kon worden gekwalificeerd als impeachable offence. Dat bracht hem tot de conclusie: ‘The question then is not whether the president did it, but whether the United States Senate or the American people should decide what to do about what he did’, daarmee het uiteindelijke oordeel aan de kiezer latend. Over wat de constitutionele impact van deze gang van zaken is, zullen de pennen nog wel in beweging blijven. Tom Nichols, hoogleraar aan het US Naval War College, deed per tweet al een voorzet: ‘The constitution wasn’t designed to deal with people who don’t give a shit.’

 

Dit Vooraf wordt gepubliceerd in NJB 2020/288, afl. 5

 

  1. Zie uitgebreid: M. Adams, NJB 2017/1331, afl. 25, p. 1741-1747.

 

Afbeelding: Chief Justice John Roberts presides over the impeachment trial of Donald Trump, 16 January 2020 (bron: commons.wikimedia.org / Senate.org)

Over de auteur(s)
Taru Spronken
A-G bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht