VN: ‘Recht op abortus’. Hoe juridische soevereiniteit lidstaten wordt genegeerd

Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (HRC) vindt dat lidstaten niet zelf hun abortuswetgeving mogen bepalen en zet de deur verder open naar een recht op abortus. Dat blijkt uit de General Comment (GC) die het comité op 30 oktober 2018 aannam. Hiermee adviseert het HRC de VN-lidstaten over de interpretatie van artikel 6 (het recht op leven) van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).

Volgens het HRC behoort tot het recht op leven ook de toegang tot abortus. En daarmee bepleit het VN-orgaan indirect een recht op abortus. Wat mij betreft is dit een onwenselijke ontwikkeling. Ten eerste is dit slecht nieuws voor de bescherming van het ongeboren leven, wiens intrinsieke recht op leven wordt genegeerd. Ook gaat het advies in tegen internationaal recht en negeert het HRC de visie van veel lidstaten en organisaties over dit onderwerp. Het negeert zelfs de woorden van artikel 6 IVBPR zelf. Want daarin staat dat ‘every human being has the inherent right to life’. En al is de GC juridisch niet bindend, het HRC heeft door zijn autoriteit wel een grote invloed op de ontwikkeling van het internationaal recht en de nationale wetgeving die daaruit kan voortvloeien.

Ook staat in de GC dat een lidstaat wel regels mag maken over abortus, zolang dit geen schending oplevert van het recht op leven van de zwangere vrouw. Vervolgens wordt uiteengezet hoe de abortusregelgeving van lidstaten er uit moet zien. En ook daarbij gaat het HRC mijns inziens te ver, omdat het tegen haar eigen regels in de juridische soevereiniteit van de lidstaten negeert.

Op basis van VN-regels is namelijk bepaald dat lidstaten zelf mogen beslissen over hun abortuswetgeving. In artikel 2 lid 7 van het VN Handvest staat dat de VN zich niet mag bemoeien met zaken ‘’[that] are essentially within the domestic jurisdiction of any state’. En middels twee belangrijke VN documenten – de Programme of Action1 en de Beijing Declaration2 – is afgesproken dat juist abortusregelgeving behoort tot deze ‘domestic jurisdiction’.

Toch vindt het HRC dat lidstaten abortus moeten decriminaliseren en dat ‘States parties may not regulate pregnancy or abortion (…) in a manner that runs contrary to their duty to ensure that women and girls do not have to undertake unsafe abortions, and they should revise their abortion laws accordingly’. Uiteraard moet men onveilige abortussen voorkomen. Maar met deze formulering kan een lidstaat geen enkele wettelijke beperking op abortus hanteren; men kan in elke beperking aanleiding zien voor een onveilige abortus.

Nu kan men stellen dat opvattingen over abortus veranderen en dat het HRC slechts meegaat met de tijdsgeest. Maar ook op dat punt laat het comité steken vallen; er is namelijk helemaal geen consensus over het al dan niet bestaan van abortusrechten. Tijdens de totstandkomingsprocedure van de GC maakten bijna honderd landen, organisaties en individuen bezwaar tegen de tekst en de strekking ervan. Ook binnen de VN zelf is er veel onenigheid over het onderwerp. Zo is het taalgebruik over abortus in de jaarlijkse Agreed Conclusions van de VN Commissie voor de Status van Vrouwen al jaren niet consistent. En sloot de VN-Commissie voor Bevolking en Ontwikkeling dit jaar haar sessies af zonder einddocument. Er was namelijk onenigheid over het taalgebruik betreffende seksuele en reproductieve gezondheid, waaronder sommige landen abortus scharen. Niet iedereen ziet abortus dus als een recht, laat staan een mensenrecht. Maar het HRC negeerde dat met de GC door te adviseren dat lidstaten abortus moeten decriminaliseren.

Uiteraard moeten we voorkomen dat vrouwen sterven tijdens een abortus. En ook is het zelfbeschikkingsrecht een groot goed waar vrouwen een beroep op moeten kunnen blijven doen. Bij een zwangerschap draait het echter niet alleen om het leven en het lichaam van de zwangere vrouw, maar ook om dat van haar ongeboren kind. En bij een abortus wordt het leven van de laatste beëindigd. Dat is ook de reden dat abortus in Nederland (en in vele andere landen) in beginsel strafbaar is gesteld en dat diverse internationale regels bescherming bieden aan de ongeborene.

Zo sluit het IVBPR zelf zwangere vrouwen uit van de doodstraf in artikel 6 lid 5. Een artikel dat juist was ‘inspired by humanitarian considerations and by consideration for the interest of the unborn child’.3 Verder erkennen ook het Kinderrechtenverdrag en het Oviedo Biogeneeskundeverdrag4 de menselijkheid van de ongeborenen. Een ander voorbeeld zijn de Geneefse Conventies die op basis van diverse artikelen een bijzondere bescherming bieden aan zwangere vrouwen en hun ongeboren kind. Deze regels maken onze ongeboren medemens tot meer dan een rechtsobject dat geen enkele bescherming verdient. Maar met de GC van het HRC staat deze bescherming onder druk.

 

Mr. M.-T. Hengst is jurist internationaal en Europees Recht.

 

  1. Programme of Action adopted at the International Conference on Population and Development Cairo, 5-13 september 1994, 20th Anniversary edition.
  2. Beijing Declaration and Platform for Action, september 1995.
  3. Draft International Covenants on Human Rights, A/2929, 1 juli 1955, par. 10, p. 85.
  4. Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde.

 

 

Naam auteur: Marie-Thérèse Hengst
Geschreven op: 5 februari 2019

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Henk de Wildt schreef op :
Goed geschreven Mevrouw Hengst !!!
Frits Jansen schreef op :
Dit is een schrijnend voorbeeld hoe allerlei regeltjes het zicht belemmeren op de fundamentele morele vraag: hoe wordt het belang van het ongeboren kind gewogen tegen het belang van een ongewenst zwangere moeder.

Het kan in zulke gevallen helpen af te dalen naar een minder abstract niveau. Een abortusarts vertelde me dat hij te maken had met een randgroep van vrouwen waar anticonceptie gefaald had, om zeer uiteenlopende redenen. En natuurlijk is een abortus voor geen enkele vrouw een pretje.
De conclusie dringt zich op dat er toch wel een recht op abortus is als de moeder ernstige problemen heeft- wat vanzelf al een hoge uitzondering want het instinct van een moeder is vóór het moederschap.

Soevereiniteit? Rechtsregels kennen grenzen, maar morele opvattingen niet. Ja er zijn verschillen in juridische afdwingbaarheid, maar de gedachte dat er wel/geen recht op abortus is overstijgt een simpele redenering over toepasselijk recht en soevereine bevoegdheden.

Het ligt in de aard van grondrechten besloten dat deze gelden los van toevallige wetgeving. Om een simpel voorbeeld te geven: al is een land 100 keer "formeel" bevoegd de doodstraf te handhaven of in te voeren, wij vinden dat immoreel.
Natuurlijk kan dan de vraag worden gesteld wie "wij" zijn. Maar ook die vraag heeft geen formeel juridisch antwoord.

In elke geval moet worden voorkomen dat evidente morele plichten worden ontdoken met quasi-juridische spelletjes. Zoals toen Amerikanen tegenstanders gingen folteren op Pools grondgebied toen grondrechten daar nog niet in die mate werden erkend.

Gastvlog: AB in het onderwijs

Het tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht (AB) is niet alleen een van de oudste maar ook een van de meest gelezen Nederlandse juridische tijdschriften. De AB is ook al jaren niet meer weg te denken uit het onderwijs. Universiteiten en hogescholen zijn zelfs de grootste raadplegers van de AB. Dat is niet voor niks: AB-annotaties bieden een heldere samenvatting van (lange) uitspraken en plaatsen die vaak in een bredere context. Bovendien hebben studenten de mogelijkheid om samen met een docent of advocaat (vaak ook AB-annotator) een annotatie bij de AB in te dienen. Dan heb je al tijdens je studie een publicatie op je naam staan! Zie voor meer informatie het vlog:



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.