Terrorisme on-Nederlands?

Staatssecretaris Teeven heeft op 30 augustus een wetsvoorstel ingediend om mensen die deelnemen aan een terroristische organisatie het Nederlanderschap te laten verliezen. Daarmee geeft hij net op tijd gevolg aan de kort voor het kamerreces aangenomen motie-Dijkhoff c.s. die hem daartoe voor 1 september uitnodigde. Dat is dus in feite bliksemsnel.

Valt deelname aan een terroristische organisatie onder vreemde krijgsdienst?

Het voorstel gaat nu in consultatie, om te beginnen bij de Adviescommissie Vreemdelingenzaken, wat vreemd lijkt omdat het gaat om Nederlanders. Andere adviescolleges zoals de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht en de Commissie van Advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit zullen ook hun zegje wel willen doen. Ik doe het bij deze.

De motie overwoog dat deelname aan een terroristische organisatie ‘indruist tegen de Nederlandse waarden en een bedreiging vormt voor de staatsveiligheid van Nederland en onze bondgenoten’, en dat de bestaande doctrine over het treden in vreemde krijgsdienst verouderd en te beperkt was. Al sinds 1892 was het treden in vreemde krijgsdienst zonder verlof een grond voor verlies van het Nederlanderschap, zoals de Spanjestrijders die in het Spaanse staatsleger tegen Franco meevochten hebben mogen ervaren. In de Rijkswet op het Nederlanderschap van 1985 is de bepaling vervallen, omdat ze terecht als problematisch werd ervaren, maar in 2000 werd ze weer opgenomen. The Times They Are A-Changin’.

Europees Nationaliteitsverdrag of Wetboek van Strafrecht?

Het Europees Nationaliteitsverdrag van 1997, waarbij Nederland partij is, geeft een opsomming van gevallen waaraan een staat het verlies van zijn nationaliteit mag verbinden. Staten mogen niet buiten die opsomming om nieuwe verliesbepalingen creëren. Een van de geoorloofde verliesbepalingen geldt vrijwillige dienst als professional in een buitenlandse strijdkracht ( art. 7 lid 1 sub c). De motie wil deze vrijbrief kennelijk oprekken met niet-statelijke organisaties en ook de professionaliteit wegstrepen. De regering heeft ingezien dat zij buiten haar boekje gaat als zij het deelnemen aan terroristische organisaties onder de vrijwillige dienst in een buitenlandse strijdmacht zou willen proppen. Dus moest er een andere grondslag in het verdrag gevonden worden. Voorgesteld wordt het Nederlanderschap van rechtswege te laten vervallen bij onherroepelijke veroordeling wegens het deelnemen aan een terroristische organisatie ( art.140 a Sr.) Daarnaast kan de minister de naturalisatie of optie voor het Nederlanderschap intrekken als iemand veroordeeld is wegens art. 134a Sr, dat hand- en spandiensten bij het plegen van een terroristisch misdrijf strafbaar stelt. Als basis daarvoor wordt aangedragen: ’Van doorslaggevend belang voor het opnemen van deze intrekkingsgrond is dat dergelijke misdrijven zich zeer wel tegen de belangen van de staat kunnen richten, en daarmee goed past binnen de ruimte die art. 7 (…) van het Europees verdrag biedt (…).’

Verlies van het Nederlanderschap

De intrekkingsgrond past naar mijn mening helemaal niet goed. En dat geldt ook voor de ontneming van het Nederlanderschap. Het verdragsartikel zegt: ‘conduct seriously prejudicial to the vital interests of the State party’ (art.7 lid 1 sub c). Dat is een uitzonderlijk hoge drempel. Vitale belangen, ernstige schade. Het is maar de vraag of elke vorm van deelneming aan een terroristische organisatie of hulp bij een terroristisch misdrijf die drempel overschrijdt. Dat zal tot uitdrukking komen in de strafmaat. De Memorie van Toelichting wasemt zelf al twijfel uit: ‘kunnen richten tegen de belangen van de staat’ is alles behalve overtuigend, en de ‘belangen van de staat’ zijn absoluut niet gelijk te stellen aan de vereiste vitale belangen.
Maar beslissend voor de onaanvaardbaarheid van het wetsvoorstel is dat de toelichting op het Europees Nationaliteitsverdrag verwijst naar een verdrag van de VN, dat gebiedt tot beperking van staatloosheid uit 1961. Dit verbiedt bestaande verliesbepalingen in het interne recht van een staat die te maken hebben met gedrag dat ernstige schade toebrengt aan vitale belangen van die staat te handhaven als dat niet bij de tekening of ratificatie is gemeld (art. 8 lid 3 Verdrag tot beperking der staatloosheid). Uitbreiding van verliesbepalingen na ratificatie is dus niet meer mogelijk. Dit verbod geldt ook als de ontneming van het Nederlanderschap geen staatloosheid oplevert. Zo’n verklaring heeft Nederland indertijd, in 1984, niet afgelegd, en dus is er gewoon een volkenrechtelijk verbod om zo’n verliesgrond alsnog in te voeren.

Daar komt nog bij, dat het verlies van de Nederlandse nationaliteit volautomatisch volgt op een onherroepelijke veroordeling wegens deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven (staatsterrorisme uitgesloten). Het spreekt vanzelf dat daarbij de proportionaliteit tussen de aard van de deelname en het zware rechtsgevolg van verlies van de Nederlandse nationaliteit zoek kan zijn. Ook al omdat het vaak bijzonder lastig zal zijn voldoende bewijs bij elkaar te halen over feiten die zich in een woelig buitenland voordoen. Een onherroepelijke veroordeling daarvoor is niet noodzakelijkerwijs een voldoende garantie. Dat was in 1984 reden om deelname aan paramilitaire groeperingen of guerrillabewegingen uit te sluiten van de nationaliteitsrechtelijke sanctie. Waarom dat nu anders zou zijn is niet in te zien. Het jeuken van vingers is onvoldoende. Ongeacht de overige bezwaren, die op zich het wetsvoorstel al torpederen, is hoogstens een bepaling op zijn plaats die recht doet aan de evenredigheid en die het eventueel de minister mogelijk maakt om tot ontneming over te gaan. Bij de intrekking van het besluit tot naturalisatie of optie wegens hand- en spandiensten aan een terroristisch organisatie heeft de minister die bevoegdheid wel, waarom niet bij het verlies wegens deelname?

Tenslotte: het gaat er natuurlijk vooral om het jihadisme te treffen. Terrorisme is een zwaar politiek geladen term. Maar een wet heeft een langere geldingsduur. Wij zien het regime van Assad in Syrië graag vallen, maar wie zich daarvoor inzet door steun aan een van de opstandige organisaties is al gauw in Nederland strafbaar. Hier is dubbelzinnigheid troef. Is het werkelijk on-Nederlands om zich in te zetten voor een wereld die men voor een betere houdt? Wat heeft dit met Nederlanderschap te maken? Zijn de oud-Spanjestrijders niet gerehabiliteerd?

Prof. mr. H.U. Jessurun d’Oliveira is emeritus hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en oud-redacteur van het NJB.


Bron afbeelding: 24Oranges.nl

Naam auteur: Hans Ulrich Jessurun d'Oliveira
Geschreven op: 18 september 2013

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

Gepke de Leef schreef op :
Euh dan is de hele Nederlandse regering ook strafbaar met hun terroristische commerciële oorlogvoeringen met honderdduizenden burger slachtoffers
Frits Jansen schreef op :
Aan professor d'Oliveira: inderdaad, daar heeft u niets over gezegd, en dat vind ik dus ten onrechte. Of je “bipatride” bent heb je niet altijd zelf in de hand. Misschien is het niet onredelijk een Syriër die in Syrië vecht en toevallig ook de een Nederlandse nationaliteit heeft die af te nemen, maar het is ook al vaak aan de orde geweest dat bijv. derde-generatie Marokkanen die hier helemaal ingeburgerd zijn maar hun Marokkaanse nationaliteit tegen wil en dank houden ernstig getroffen worden als ze het Nederlanderschap wordt afgenomen.

Kortom, het afnemen van nationaliteit is discriminerend, omdat er (noodgedwongen) een verschil moet worden gemaakt op grond van een criterium dat niets met het misdrijf te maken heeft.
(Marokkanen zijn een bekend voorbeeld)
U. d'Oliveira schreef op :
Aan de heer Jansen:
Ik heb niets gezegd over staatloosheid die ontstaat als mensen die alleen nederlander zijn dit nederlanderschap verliezen als gevolg van een veroordeling wegens terrorisme, omdat het wetsvoorstel zich houdt aan het verdragsrechtelijhke verbod om deze staatloosheid te laten ontstaan. Alleen bipatride nederlanders zijn het haasje en kunnen dus uitgezet worden.
Hij heeft natuurlijk gelijk als in mijn slotopmerking het specifieke element van het terroristische middel om een betere wereld naderbij te halen ontbreekt, maar het ging mij om de vraag of ‘terrorisme’- toch ook vrij vaag gedefinieerd- on-Nederlands is, wat ik dus ontken.
a. zecha schreef op :
Partijvertegenwoordigers in de Tweede Kamer en ook in ministeries munten m.i. uit door hun verdrags- en rechtsregels “ontwijkende” gedragingen die “gelegaliseerd” worden.
Om kort enkele voorbeelden te noemen:
De zeer vele zogenaamde “brievenbus firma’s” in Nederland om belastingheffing te ontwijken; uitwijking naar lokale EPD’s nadat een centrale EPD op geheel democratische wijze met algemene stemmen werd afgewezen; niet handhaven van het anti-rookverbod onder druk van de machtige tabakslobby.
En nu de ontneming van de Nederlandse nationaliteit als een partijpolitieke gelegenheidswetgeving waar het onderhavig artikel terecht de nodige kanttekeningen bij plaatst.
M.i. gedragingen die passen in een politieke rechtsstaat en niet in een werkelijke democratische rechtsstaat.
a.zecha
Frits Jansen schreef op :
“Is het werkelijk on-Nederlands om zich in te zetten voor een wereld die men voor een betere houdt?” Ik geloof dat de definitie van terrorisme specifieker is: het woord “terror” staat voor vrees, en het doel van een terrorist is om ook niet direct betreokkenen vrees aan te jagen.

Art 83a Sr bepaalt dan ook: “Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.”

Het middel (angst aanjagen) lijkt mij in elk geval verwerpelijk, maar het doel zoals dat in het laatste zinsdeel staat roept vragen op. Stel dat wij in een dictatuur verzeild raken, is het dan juist niet goed dat die “vernietigd” wordt?

Het verbaast mij dat Jessurun D’Oliveira niets zegt over het discriminatoire effect doordat mensen met een dubbele nationaliteit (Marokkanen) minder zwaar worden getroffen dan mensen die hun laatste nationaliteit verliezen en dus statenloos worden (wat weer tegen andere verdragen indruist).

Ten slotte: dit voorstel is vooral een voorbeeld van een bedenkelijke ontwikkeling in de VVD, die in feite het beginsel van een rechtsstaat miskent. Dat woord bedoel ik natuurlijk niet in de populistische betekenis van een staat waar (kort gezegd) streng gestraft wordt, maar een staat met een machtenscheiding waarbij ook politici zich aan regels moeten houden en niet slechts de volonté générale van een “gezond volksgevoel” kunnen volgen. Wilde de VVD niet ook de toetsing aan verdragen verbieden? Het argument dat beter het Parlement dan de rechter aan verdragen kan toetsen miskent volkomen dat ook als wetsregels keurig aan verdragen voldoen de toepassing daarvan verdragen (en grondrechten) kan schenden. Enfin, zijn er net ook VVD-ers die vinden dat het grondrechtendenken langzamerhand verouderd is? Een reactie op de Tweede Wereldoorlog die na bijna zeventig jaar aan herziening toe is?

Hier wreekt zich dat wij een grondwet hebben die geschreven is om een 19-de eeuws probleem op te lossen: verschuiving van de macht van de Koning naar het Parlement. Achterstallig onderhoud kan grote schade aanrichten.

Gastvlog: AB in het onderwijs

Het tijdschrift AB Rechtspraak Bestuursrecht (AB) is niet alleen een van de oudste maar ook een van de meest gelezen Nederlandse juridische tijdschriften. De AB is ook al jaren niet meer weg te denken uit het onderwijs. Universiteiten en hogescholen zijn zelfs de grootste raadplegers van de AB. Dat is niet voor niks: AB-annotaties bieden een heldere samenvatting van (lange) uitspraken en plaatsen die vaak in een bredere context. Bovendien hebben studenten de mogelijkheid om samen met een docent of advocaat (vaak ook AB-annotator) een annotatie bij de AB in te dienen. Dan heb je al tijdens je studie een publicatie op je naam staan! Zie voor meer informatie het vlog:



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.