Tax Transparency?

Having one’s cake and eat it; dat willen we allemaal wel; niet alleen de Britten. De EU-lidstaten hebben al heel lang de politieke afspraak dat zij zullen ophouden elkaar vals te beconcurreren met gunstige belastingregelingen voor met name multinationals, maar de uitvoering van die afspraak lijkt veel op de oplossing die – ik meen – Wim Kan lang geleden formuleerde voor de verkeerscongestie: “De buurman moet de auto laten staan.”

Uit de Lux leaks affaire bleek dat de lidstaten heel veel niet van elkaar weten als het niet om wetgeving en beleid gaat, maar om gunstige individuele tax rulings voor multinationals.

De lidstaten blijven belastingharmonisatie afwijzen, vooral om een fiscaal aantrekkelijk vestigingsklimaat in eigen hand te houden, dus juist om te kunnen concurreren, en tegelijkertijd roepen ze dat andere lidstaten oneerlijke fiscale aantrekkelijkheden aanbieden en dat belastingontwijking door verschillen tussen wetgevingen afgelopen moet zijn. Al worden zij doodgeconcurreerd, hun fiscale soevereiniteit is kennelijk heilig. Zij koesteren de illusie dat je het voordeel van eigen fiscale soevereiniteit kunt behouden en tegelijk de nadelen van de soevereiniteit van de anderen kunt vermijden. Zij hebben daartoe een beleidskartel opgericht: een peer pressure praatgroep op basis van een politieke afspraak (de Code of Conduct for Business Taxation). In dat gremium beoordelen zij elkaars belastingwetgeving en administratieve praktijk op fiscaal concurrentiefatsoen. Maar als die groep niet op de hoogte is van individuele rulings voor multinationals, komt van beoordeling daarvan en van peer pressure niets terecht. De betrokken ondernemingen hebben er uiteraard geen enkel belang bij om hun rulings onder de aandacht van de Code of Conduct groep te brengen en de betrokken lidstaten evenmin. De laatsten zijn weliswaar al lang verplicht, onder de Administratieve samenwerkingsrichtlijn, om elkaar uit eigen beweging gegevens te verstrekken die fiscaal van belang zijn voor de ander, dus ook over voor de ander mogelijk schadelijke rulings, maar van die eigen beweging is ook na de Lux leaks affaire nog weinig te merken. Erg van belang voor de anderen vinden de lidstaten hun rulings nog steeds niet. Bovendien heeft de Samenwerkingsrichtlijn een heel handige escape: als gegevensverstrekking zou leiden tot openbaarmaking van bedrijfsgeheimen, hoeft niet verstrekt te worden; die escape wordt juist heel ruim geïnterpreteerd.

Zenuwachting geworden door de staatssteunonderzoeken die de Commissie heeft ingesteld naar hun tax rulings na de verontwaardiging over de Lux leaks onthullingen (de bekendste zijn die naar Apple, Amazon, Fiat en Starbucks), hebben de lidstaten een vlucht naar voren ingezet en de Commissie gevraagd om de onderlinge tax transparency te verbeteren. Beter allemaal tegelijk met de billen bloot dan jarenlange onzekerheid of steun teruggevorderd moet worden en of bepaalde rulings wel of niet kunnen. Als er iets slecht is voor het vestigingsklimaat, dan is het wel fiscale onzekerheid voor investeerders. Rulings moeten juist rechtsonzekerheid voor investeerders voorkomen en niet zelf een slepend en groot liability risk worden.

De Commissie heeft eind maart het gevraagde tax transparency package ingediend. De belangrijkste maatregelen: (i) opneming in de Samenwerkingsrichtlijn van een toegespitste verplichting om automatisch, gestandaardiseerd, elk kwartaal, de andere lidstaten en de Commissie kerngegevens te verstrekken over afgegeven rulings, (ii) opheffing van de escape van bescherming van bedrijfsgeheimen, en (iii) de mogelijkheid voor de andere lidstaten om details of zelfs de volledige tekst en documentatie van een ruling op te vragen bij de afgevende staat, die zich overigens in deze tweede fase wél kan beroepen op de uitzondering voor bedrijfsgeheimen. Rulings worden veiligheidshalve ruim gedefinieerd: niet alleen schriftelijke en juridisch bindende toezeggingen, maar "any communication or other instrument or action of similar effect, given by or on behalf of a Member State, regarding the interpretation or application of its tax laws".

Zou het werken? Kennelijk hield geen lidstaat zich aan de bestaande verplichting om relevante rulings spontaan uit te wisselen. De Commissie heeft daar nooit een infractieprocedure tegen ingesteld. Waarom zou het nu – na uitspellen van een specifieke verplichting in diezelfde richtlijn - beter gaan? Alleen omdat de escape van bedrijfsgeheimen is beperkt? De Commissie meent dat een steviger juridische basis meer vertrouwen tussen de lidstaten zal scheppen dat ook de anderen hun meldplicht nakomen en meer houvast geeft voor infractieprocedures. Zou het? Ook na toespitsing en explicitering van de verplichting weten de lidstaten en de Commissie immers nog steeds niet wat hen niet gemeld wordt.

Sommigen vinden dat het tax transparency package niets met transparantie te maken heeft omdat publiek en pers nog steeds niets te weten komen. De multinationals hoeven nog steeds niet met de billen bloot. Wel voelt de Commissie, net als de OESO, voor country-by-country reporting: een verplichting voor multinationals om per land jaarlijks te verantwoorden hoeveel belasting zij daar betalen. Banken en large extractive companies moeten dat al voor al hun betalingen aan regeringen. Maar de Commissie wil eerst de doelen, voordelen, kosten, risico’s en waarborgen nauwgezet beoordelen, dus dat loopt nog wel even aan.

Tekenend voor de politieke realiteit bij de directe belastingen is wat de lidstaten de Commissie niet vroegen: zij zetten in op second best (gegevensuitwisseling), niet op belastingharmonisatie, hoewel harmonisatie de enige remedie lijkt tegen de te bestrijden excessieve belastingconcurrentie en aggressive tax planning. De Commissie wil dan ook ongevraagd dit jaar, na revamping, opnieuw haar voorstel indienen voor een common consolidated corporate tax base (CCCTB), dat na eerste indiening in 2011 politiek kansloos strandde; ik vrees opnieuw onverrichterzake: het heeft weinig zin om een club die vastberaden is rechtsaf te slaan, voor te stellen om linksaf te slaan.

Dit Vooraf is ook gepubliceerd in NJB 2015/959, afl. 20.

 

 

Naam auteur: Peter Wattel
Geschreven op: 18 mei 2015

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar Europees belastingrecht Universiteit van Amsterdam

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.