Plaatjes kijken

Met enige regelmaat moet de rechter een oordeel vellen over afbeeldingen. Het kan gaan om haatzaaiende cartoons, beledigende filmpjes van ex-geliefden of om kinderpornografische bestanden. Afgelopen week bleek dat het zelfs om schilderijen kan gaan. Daarbij kunnen allerlei kwesties aan de orde komen die weinig met de afbeelding van doen hebben: het opzet van de verdachte, de pleegperiode enzovoorts.


Maar soms gaat het wel om de vraag wat er op de afbeelding is te zien. Zeker in het geval van kinderpornografie komt het voor dat er dan in het dossier geen afbeeldingen zijn opgenomen.


Voordat de juridisch niet-geschoolde lezer nu gaat steigeren van verontwaardiging: dat is minder gek dan het lijkt. Maar zo voeg ik er voor de juridisch wel geschoolde lezer aan toe: het blijft wonderlijk en onwenselijk.


Er is in dit verband verschil te maken tussen de positie van de Hoge Raad en die van de feitenrechter. De Hoge Raad neemt kennis van de feiten via beschrijvingen. Te denken is aan het proces-verbaal van de zitting en aan de bewijsmiddelen waarin processen-verbaal van opsporingsambtenaren worden aangehaald. De Hoge Raad moet oordelen of de conclusies die uit die beschrijvingen worden getrokken begrijpelijk zijn en of de kwalificaties die eraan worden gegeven deugen. Als l’Origine du monde van Gustave Courbet in een proces-verbaal wordt beschreven als een schilderij van een vrouw, moet de Hoge Raad daarvan uitgaan; maar het kan ook worden beschreven als een realistische afbeelding van een liggend naakt; of als een geschilderde close-up van een vrouwelijk geslachtsdeel. Lastiger is: een pornografische afbeelding van een geschilderde close-up etcetera. Want precies die kwalificatie
‘pornografisch’ is een rechtsoordeel dat de Hoge Raad moet kunnen toetsen. Als de rechter beslist dat ‘een schilderij van een vrouw’ pornografisch is, dan is dat oordeel niet begrijpelijk. Als de rechter beslist dat hij de ‘geschilderde close-up van een vrouwelijk geslachtsdeel’ kwalificeert als pornografisch dan is dat misschien wel begrijpelijk, maar niet zonder nadere motivering. Omdat de Hoge Raad oordeelt over de beslissing van het Hof kan hij zich dus best redden zonder plaatjes. Maar het is dan wel geruststellend om in het gegeven voorbeeld van de ‘geschilderde close-up’ van Courbet te kunnen vaststellen dat de afbeelding ‘kennelijk’ een volwassen vrouw betreft.


Bij de feitenrechter ligt het een beetje anders. Diens waarneming betreft diezelfde twee juridisch te onderscheiden vragen, maar voor de feitenrechter lopen die praktisch in elkaar over. De eerste vraag betreft de bewezenverklaring. In zoverre is de waarneming van de een ter terechtzitting getoonde afbeelding door de rechter een controle van de juistheid van de beschrijving van de feiten in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar. Dergelijke controles vinden ook plaats als in bijvoorbeeld zaken over een roofoverval ter zitting op camerabeelden wordt gekeken of de verdachte wel ‘lijkt’.


Bij kinderpornografie, smaadschrift e.d. gaat het echter niet louter om de waarneming van de feiten, maar ook om de kwalificatie van wat is gezien. Dat juridische aspect speelt ook door in de kwestie van de tenlastelegging. In kinderpornozaken wil de Hoge Raad dat het OM een beperkt aantal – zeg vijf – plaatjes selecteert, daarover bewijsmateriaal levert en een kwalificatiebeslissing voorstelt en de andere 100.000 plaatjes die bij een verdachte op de server zijn aangetroffen in de bespreking van de strafmaat meeneemt.1 Ook dienaangaande is een kernpunt dat de rechter de kwalificerende beslissing over die vijf plaatjes moet nemen – niet de opsporingsambtenaar die de plaatjes al dan niet in algemene categorieën heeft ondergebracht of de deskundige die zich heeft uitgesproken over de vermoedelijke leeftijd van de afgebeelde personen. Natuurlijk moet – als de verdediging dat wil – bijvoorbeeld met het oog op die strafmaat over de selectie kunnen worden gesproken, maar daar gaat het nu niet om.


Mij is verteld dat het OM dergelijke afbeeldingen – als de verdediging er niet om vraagt – soms niet in het strafdossier wil voegen omdat de verdachte (bij wie ze doorgaans in beslag zijn genomen) ze dan ook kan zien. Vanuit een professionele juridische blik is dat bijzonder moeilijk navoelbaar. Sterker nog: hier lijkt vrees voor een raar imago zwaarder te wegen dan wat juridisch voor de hand ligt. Mij lijkt dat de rechter dan zou moeten bevelen de vijf plaatjes alsnog op te nemen in het dossier enerzijds om hem de gelegenheid te geven bij het uitwerken van het vonnis met het oog op de kwalificatiebeslissing nog details toe te voegen en anderzijds om toetsing in hogere instantie te vergemakkelijken.


Misschien overstrek ik mijn argument, maar ik had een associatie met het rapport Oosting dat deze week over de bonnetjesaffaire uitkwam. Het rapport toont dat terughoudendheid om op het juiste moment openheid te betrachten schadelijk kan uitpakken. De neiging is te redeneren: als je niet te veel zegt, dan kan dat niet tegen je werken. Nu blijkt dat dit ‘zwijgen uit gemak’ zich wel degelijk tegen verantwoordelijken kan keren. Ze weten alleen niet of en wanneer dat het geval zal zijn. Niet opnemen van stukken in een dossier is iets vergelijkbaars.


Mijn ervaring heeft me geleerd dat veel stukken van de politie, bijvoorbeeld die over activiteiten in het voor-onderzoek, nooit in het dossier komen. Dat is soms wel verdedigbaar, als die stukken niet rechtstreeks betekenis hebben voor het antwoord op de vragen ‘heeft-ie het gedaan en is het strafbaar’. Maar in geval van kinderpornografische afbeeldingen, beledigende plaatjes of haat zaaiende cartoons, gaat het om de kern van de zaak. Dan horen die stukken in het dossier.

 

  1. HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3322. Ook reeds HR 24 juni 2014,  ECLI:NL:HR:2014:1497, NJ 2014/339.

 

Ybo Buruma

Naam auteur: Ybo Buruma
Geschreven op: 14 december 2015

Raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.