Openbaar, of toch maar niet....?

Het academisch ziekenhuis Rotterdam weigerde vorige week te voldoen aan de nieuwe verplichting om sterftecijfers openbaar te maken. Het ziekenhuis toont zich al langer tegenstander van het publiceren van deze gegevens, onder meer omdat de vergelijking tussen ziekenhuizen mank gaat. De opstelling van het ziekenhuis en daarmee de noodzaak tot een principiële discussie over de reikwijdte van openbaarheidsverplichtingen, is om nog een reden belangrijk.

Eenmaal openbaar gemaakt, mogen derden deze gegevens binnenkort namelijk vrijelijk hergebruiken. Ook voor commerciële doeleinden. Over ruim een jaar, uiterlijk 18 juli 2015, moeten de gewijzigde Europese regels voor hergebruik van openbare overheidsinformatie zijn geïmplementeerd. Met de herziening van Richtlijn 2003/98/EG ontstaat voor (commerciële) aanbieders die binnen de EU van overheidsinformatie gebruik willen maken, een gelijk speelveld. Het nieuwe regime moet hen in staat stellen meer en grensoverschrijdende diensten op de interne markt aan te bieden.

Anders dan onder het huidige regime, dat alleen minimum voorschriften voor hergebruik kent, zijn lidstaten straks verplicht alle overheidsinformatie die openbaar is beschikbaar te stellen voor hergebruik. Uitgezonderd van verplichte beschikbaarstelling is informatie waarop een auteursrecht rust van partijen buiten het overheidsorgaan of als met beschikbaarstelling de privacy in het geding is. Ook bedrijfsvertrouwelijke informatie die bij overheidsinstanties rust, is uitgezonderd.

Belangrijk wordt dus wat wel of juist niet als openbare overheidsinformatie kwalificeert. De beslissing hierover is voorbehouden aan de lidstaten. Maar is de informatie eenmaal openbaar, dan is deze voor hergebruik beschikbaar. Juist hierom is de discussie die het Erasmus MC met de weigering aanzwengelt zo belangrijk. Relevant is ook welke informatie als overheidsinformatie wordt aangemerkt. Het betreft informatie in het bezit “van openbare lichamen van de lidstaten”. Concreet is dat informatie voorhanden bij instanties als Kadaster, handelsregister, RDW en CBS. Maar ook gegevens van academische ziekenhuizen vallen binnen de regeling. En het bereik wordt uitgebreid met archieven, bibliotheken (waaronder universiteitsbibliotheken) en musea. Daarmee zullen veel erfgoeddata voor commercieel hergebruik beschikbaar komen. Opvallend is deze uitbreiding wel. Afgezien van informatie in het Nationaal Archief (die onder de Archiefwet valt) kwalificeren collecties in archieven, musea en bibliotheken namelijk niet als overheidsinformatie. En veel culturele instellingen hebben juist de opdracht gekregen zich (deels) zelf te bedruipen. Zij zullen daarom met lede ogen aanschouwen dat derden via innovatieve diensten en producten de exploitatie van hun collectie ter hand nemen. Weliswaar mogen ze (als enige uitzondering op de algemene regel dat overheidsinstanties alleen gemaakte kosten in rekening mogen brengen) een kleine winstmarge berekenen, maar voor deze instellingen is de collectie natuurlijk een wezenlijk instrument bij het binnenhalen van publiek.

Verwacht mag worden dat de beschikbaarstelling van informatie uit archieven, bibliotheken en musea tot de nodige procedures zal leiden. Rechthebbenden zijn lang niet altijd kenbaar (verweesde werken), waardoor culturele instellingen niet weten of auteursrecht nog zal worden geclaimd. Mogelijk zullen deze instellingen daarom voorzichtig zijn met beschikbaar stellen voor commerciële exploitatie. De kans is immers aanwezig dat rechthebbenden alsnog aan de bel trekken. Mocht een belangstellende hergebruiker de weigering tot beschikbaarstelling aan willen vechten, dan kan hij zich wenden tot een onafhankelijke herzieningsinstantie, die geschillen rondom hergebruik bindend beslecht. In ons land zou dit kunnen worden belegd bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) of de gewone rechter.

Brede toegankelijkheid en hergebruik past in de huidige ‘Open Data’-ambities. Met de komst van digitale innovatie en het toepassen van analysetechnieken op grote hoeveelheden data (‘big data’) liggen er immers belangrijke kansen. Zowel op economisch vlak als voor transparantie en verantwoording, bijvoorbeeld over kwaliteit van overheidsdienstverlening (zoals de openbaarmakingsplicht van sterftecijfers beoogt). Maar ook kan toegang van het publiek tot milieu-informatie bijdragen aan een verhoogd milieubewustzijn. Of kunnen allerhande cijfers input leveren voor een geïnformeerde bijdrage van het publiek aan beleidsvorming op lokaal niveau.

Tegelijkertijd kan ‘Open Data’ nooit een doel op zich zijn. Zeker niet nu hergebruik van informatie betekent dat gegevens veelal uit hun oorspronkelijke context worden gehaald om vervolgens in een geheel andere context te worden benut. En dat heeft onherroepelijk consequenties en mogelijk risico’s voor de kwaliteit, de duiding en de mogelijkheid tot het vergelijken van gegevens. Ook is wezenlijk het besef dat het hergebruikers veelal niet gaat om de exploitatie van het specifieke gegevensbestand dat is verkregen, maar om het verbinden en verrijken van die gegevens in combinatie met vele andere bestanden. Het is de ‘meerwaarde’ die deze combinatie oplevert die (commercieel) wordt geëxploiteerd. Maar met die exploitatie kunnen belangen in het geding zijn (privacy van burgers, reputatie van instellingen en kwaliteit van gegevens) die veel verder reiken dan de onschuldige onderliggende gegevenssets deden vermoeden. Zeker met het oog op de nieuwe Europese regels is het wezenlijk dat de overheid tijdig doordenkt welke overheidsinformatie nu werkelijk voor (commerciële) herbenutting beschikbaar moet komen. Veel meer dan in het verleden is het van belang dat een welbewuste keuze wordt gemaakt wat wel maar soms ook juist niet door instanties moet worden gepubliceerd en daarmee als openbare overheidsinformatie wordt gekwalificeerd.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/469, afl. 9, p. 573

Corien Prins

Naam auteur: Corien Prins
Geschreven op: 3 maart 2014

Hoogleraar Recht en Informatisering aan de Universiteit van Tilburg

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reacties

a.zecha schreef op :
De nieuwe bureaucratische verplichting voor ziekenhuizen om hun sterfte cijfers jaarlijks voor het grote publiek toegankelijk te maken, levert zieke burgers nauwelijks substantieel voordeel op. Niet in het minst omdat de kwaliteit van een ziekenhuis door de vele meetbare, onmeetbare parameters en gevoelens nauwelijks correct is vast te stellen.
Zelfs inspecteurs die onder de verantwoordelijkheid van een minister van VWS hun kwaliteit controles doen, blijken met enige regelmaat niet in staat te zijn om zelfs schadelijke ondermaatse kwaliteit vast te stellen.

Anders liggen de voordelen voor de gecommercialiseerde zorgverzekeraars en hun kapitaalverstrekkers (aandeelhouders) die hiermee hun winstmarges gemakkelijker kunnen vergroten.

Anders liggen de voordelen voor de partij vertegenwoordigers in de Staten Generaal en regering die hiermee meer stemmen hopen te vergaren en ons willen doen geloven dat zij ons centraal stellen. .
a.zecha

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.