Meer Brussel en meer Luxemburg in het strafrecht

Bij het verschijnen van deze aflevering heeft het Europees Parlement het lot van de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Juncker beslecht. Het parlement kan alleen met de voltallige commissie instemmen of deze afwijzen. Het zal tot het laatste moment spannend zijn gebleven omdat begin deze week nog twee kandidaten voor het parlement moesten verschijnen nadat Juncker gedwongen was te schuiven met de posten toen de Sloveense Alenka Bratušek te licht werd bevonden en haar kandidatuur introk.

Hoe het verder ook is gelopen, voor de komende vijf jaren is het credo van de nieuwe Commissie: focussen op prioriteiten en uitbannen van futiele regelgeving, zoals de maximale hoogte van de hakken van de kapster. Tijdens zijn grillsessie beloofde Frans Timmermans het Europees Parlement te willen inspireren in plaats van irriteren en te zullen komen met een lijst van te schrappen EU-voorstellen. Timmermans wordt de Eerste vice-president van de Commissie met als coördinerende taakstelling betere regelgeving, institutionele relaties en fundamentele rechten. Daarbinnen valt ook de aansturing van de Tsjechische Eurocommissaris Vera Jurová, die justitie, consumenten en gelijke behandeling in haar portefeuille krijgt en een wat zwakke indruk maakte bij haar verhoor door de Europarlementariërs. Toen haar gevraagd werd waar haar focus lag, gelet op het toch wel erg brede takenpakket dat ze onder haar hoede zou moeten nemen, had ze niet zo snel een antwoord. Gelukkig hebben we Timmermans nog, die beloofde zich vooral sterk te maken voor de fundamentele rechten: ‘als ik impopulair wordt met het beschermen van fundamentele rechten dan moet dat maar. Zonder dat, géén EU’. Ferme taal!

Als we kijken naar de EU justitie-agenda voor 2020 dan zien we ook daar dat de nadruk ligt op consolideren en implementeren. Waar het daaraan voorafgaande Stockholm programma (2010-2014) nog kwam met nieuwe EU-regelgeving, wordt nu gas terug genomen. Er moet weliswaar nog het een en ander worden afgemaakt wat al in de steigers staat, zoals bijvoorbeeld op strafrechtelijk gebied de richtlijnen over minderjarige verdachten, gefinancierde rechtsbijstand in overleveringszaken, de presumptie van onschuld en het Europees onderzoeksbevel, waar het nu om gaat is alle regelgeving van de afgelopen jaren te laten indalen. Ook de strategische agenda voor de komende vijf jaar die de Raad eind juni 2014 heeft vastgesteld, bevat geen nieuwe thema’s. De focus ligt op verdere uitwerking van grensoverschrijdende informatie-uitwisseling, aanpak van cybercrime, verdere ontwikkeling van procedurele waarborgen voor verdachten en slachtoffers, wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in civiele en strafzaken en de aanpak van EU fraude waarvoor de Europese openbare aanklager in het zadel moet worden geholpen. Als het gaat om consolideren wordt gewerkt aan trainingsprogramma’s voor de nationale rechtspleging over EU-recht en de betekenis daarvan voor de dagelijkse rechtspraktijk, het faciliteren van e-justice programma’s, investeren in juridische netwerken en het monitoren van de omzetting van EU-richtlijnen op het gebied van handels- en ondernemingsrecht, consumentenrecht en strafrecht in nationale regelgeving. Al met al is het toch nog een hele waslijst.

Wat dat consolideren betreft gaan we vooral in de strafrechtspraktijk interessante tijden tegemoet. Anders dan in andere rechtsgebieden, die al veel langer binnen bereik van de interne markt en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU vielen, zijn we in het strafrecht nog niet zo gewend aan rechtstreekse werking van richtlijnen en bemoeienis van het HvJ bij de interpretatie ervan. Sinds het Verdrag van Lissabon, waarbij de Derde Pijler met zijn eigen regelgeving door middel van kaderbesluiten werd afgeschaft, zijn richtlijnen aanvaard waarop verdachten en slachtoffers ten overstaan van de rechter direct een beroep kunnen doen en waaraan de rechter voorrang moet geven boven daarmee strijdige nationale regelgeving. De eerste post-Lissabon richtlijn was die van het recht van verdachten op vertolking en vertaling die inmiddels in Nederland is omgezet. Dat moet nog gebeuren met de richtlijnen met betrekking tot het Europees beschermingsbevel (voor slachtoffers), het recht op informatie en inzage in processtukken en toegang tot een advocaat in strafzaken. Prejudiciële beslissingen van het HvJ die relevant waren voor het strafrecht  gingen tot nu toe vooral om bestraffing van illegaal verblijf in relatie tot de Terugkeerrichtlijn en richtlijnen op het gebied van economische strafrecht. De richtlijnen die na de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon zijn aanvaard hebben betrekking op commune regels van het strafproces die van toepassing zijn in iedere strafrechtelijke procedure en hebben daardoor een veel bredere impact. Het invullen van vage begrippen in deze richtlijnen, bijvoorbeeld wat moet worden verstaan onder “substantial jeopardy to criminal proceedings”, op grond waarvan van rechten kan worden afgeweken, zal aanleiding geven tot prejudiciële vragen van nationale rechters. Met ingang van 1 december 2014 krijgt het HvJ ook volledige jurisdictie over de pre-Lissabon regelgeving op strafrechtelijk gebied. Daardoor zal het HvJ een belangrijke rol gaan spelen bij de ontwikkeling van strafprocessuele waarborgen, waar voorheen vooral het EHRM de scepter zwaaide. Wat nog tot de praktijk moet doordringen is dat daarbij iedere strafrechter, of dat nu de rechter-commissaris in de Rechtbank Limburg is of het Hof Den Haag, in beginsel Unierechter is, Unierecht moet toepassen en prejudiciële vragen kan stellen. Alleen de Hoge Raad is daartoe verplicht als het gaat om een kwestie die niet zonder meer duidelijk is of waarin het HvJ nog niet eerder uitspraak heeft gedaan. Tot nu toe heeft de Hoge Raad op strafrechtelijk gebied, voor zover ik dat heb kunnen nagaan, welgeteld één keer een prejudiciële vraag aan het HvJ gesteld. Dat zal ongetwijfeld gaan veranderen.

Dit Vooraf is verschenen in NJB 2014/1826, afl. 36, p. 2543.

Taru Spronken

Naam auteur: Taru Spronken
Geschreven op: 21 oktober 2014

Advocaat-generaal bij de Hoge Raad en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit Maastricht

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Agenda

Afbeelding

Ontmoet vakgenoten en bespreek actuele onderwerpen in de LinkedIn-groep van het Nederlands Juristenblad.

 

 



Lees en doorzoek het NJB online in Navigator

Inloggen

U maakt gebruik van een verouderde browser

Het gebruik van een verouderde browser maakt uw computer onveilig en tevens ongeschikt voor het optimaal raadplegen van deze website.

De website van het NJB - Nederlands Juristenblad is namelijk geoptimaliseerd voor een nieuwere versie van uw browser.
In de meeste gevallen waarin het fout gaat, betreft dit het gebruik van de Internet Explorer browserversie 7 of 8.
Deze website is geoptimaliseerd voor Internet Explorer 9 en hoger, Google Chrome, Safari en Firefox.

Bekijk hier of er een nieuwere versie van uw browser beschikbaar is.